Marc De Blieck. Point de voir

Zeven fotoreeksen vormen het voorwerp van de solotentoonstelling van fotograaf Marc De Blieck (1958) in het SMAK in Gent. In plaats van een totaaloverzicht biedt de expo eerder een doorsnede, met als brandpunt de titel Point de voir – ‘punt van zien’. De foto’s hangen in een centrale zaal, omgeven door vier kamers, klassiek naast elkaar, op ooghoogte, steeds met voldoende tussenruimte, soms per reeks, maar soms ook door elkaar. Op een enkele uitzondering na worden in de centrale zaal enkel kleine foto’s tentoongesteld; in de kamers wisselen kleine, gekadreerde formaten af met grotere, niet-gekadreerde prints. Het mengen van de series geeft, samen met de nogal geïsoleerde opstelling van de foto’s, de indruk dat het niet de bedoeling is om de reeksen als geheel te aanschouwen.
De foto’s bekijken doet denken aan het plukken van pruimen in het bladerdek van een boom. Pas als je net iets langer kijkt dan nodig en niet bewust zoekt, reveleren de vruchten zich, vaak precies op die plekken waar je al gekeken had. Ook de foto’s blijven geven, op voorwaarde dat je blijft kijken. Rond het beeld van een rijkelijke bloesem uit reeks 6, Affirmations (vanaf 2022), valt pas in tweede instantie op dat ook op het tweede plan de bloesems scherp getoond worden – het beeld moet bijgevolg wel digitaal gemanipuleerd zijn. Vervolgens verschuift de aandacht naar de nadrukkelijk aanwezige plooilijnen en licht de combinatie van pigmentinkt met washipapier op, net als de kleefstroken die twee papiervellen netjes aan elkaar bevestigen of de subtiele ophanging aan de muur, die het papiervel een beetje doet krullen. Ook de andere werken zijn op vergelijkbare wijze meervoudig.
Fotografie onderscheidt zich van schilderkunst doordat ze een minder persoonlijk beeld voortbrengt: waar op een schilderij elke vierkante millimeter door de kunstenaar gemaakt is, ontleent een foto lichtintensiteit aan de omgeving. Het is een rode draad in het werk van De Blieck, die aanvankelijk schilder was: hoe kan de camera een kunstenaar toelaten om een minder nadrukkelijk standpunt in te nemen? Een fotograaf kan zich niet ontdoen van technische keuzes omtrent positie, tijdstip, kijkrichting en hoekgrootte, maar De Blieck toont dat het daar desondanks bij kan blijven. De procedure van fotograferen en ontwikkelen is per reeks dezelfde en wordt strikt gevolgd. De foto’s in reeks 4, Kassel Kontrapunt(2015-2021) werden volgens vooraf bepaalde regels op het papiervel gepositioneerd, dat evenzeer volgens een vast stramien geplooid werd; het standpunt voor de foto’s uit reeks 1, B-sites (2000), werd ontleend aan ruimtelijk onderzoek met Wim Cuyvers naar het gebruik van die plekken en de sporen ervan; de beelden uit reeks 5, Traces (2020-2022), werden geassembleerd en geplooid volgens een vooraf bepaald patroon; de schilderijen uit reeks 2, Punten (vanaf 2002), zijn gemaakt op basis van een partituur die de algoritmische werking van een fotografisch proces imiteert.
De strikte naleving van deze regels laat het beeld toe zich te bevrijden. Hetzelfde geldt voor het kijken, of beter, het zien. De beelden van De Blieck tonen niet echt iets. Als de manipulatie en presentatie van een foto de inhoud ervan niet kanaliseert volgens wat wel en niet van belang is, blijft het immers de vraag wat die inhoud nog voorstelt. De Blieck vertelt geen verhaal en brengt geen verslag uit. Kortom: er is ‘niet-iets’ te zien omdat de foto’s beginnen uit niets, alles laten zien, en eindigen met opnieuw niets. Ogen toe, ogen lang open, en weer toe.
In de zaalgids staat dat de camera niet kan lezen. Dergelijk zien zonder (subjectief) te interpreteren was wat ook de Franse pedagoog Fernand Deligny op het oog had met zijn begrip point de voir, waaraan de titel van deze tentoonstelling expliciet is ontleend. Deligny merkte op dat autistische (en vaak ook mutistische) kinderen en (jong)volwassenen, met wie hij zo’n dertig jaar samenleefde, alles zien, onbemiddeld en ongefilterd. Ze zien niet vanuit een standpunt, een point de vue. Het gaat bij hen niet over de particuliere manier waarop je iets bekijkt (regarder) om er een opinie over te vormen, maar over de ongebreidelde daad van het zien zelf (voir): geen interpretatie, maar registratie. Slechts in de afwezigheid van een ego dat de wereld onophoudelijk onderverdeelt in belangeloze en belangrijke elementen, kan een ‘punt van zien’ bestaan en kan er waargenomen worden zonder doel en zonder einde – infinitif, zonder persoonsvorm. Deligny geloofde dat enkel videobeelden de autistische waarneming benaderen, maar De Blieck toont dat ook fotografische beelden niet veroordeeld zijn om stil te staan.
De openheid van zijn foto’s maakt ze intensief eerder dan betekenisvol, omdat ze geen object(ief) hebben en omdat er nauwelijks een subject aan ten grondslag ligt. Ondanks de logische procedures lijken de beelden niet aanspreekbaar. De kracht van de foto’s verschijnt in het negatief van de woorden waarmee ze worden beschreven: een pad uitgesleten uit een grasveldje, struiken, takken en gebladerte in hoog contrast door het zonlicht, een boeket gele rozen en het schaduwspel ervan, een waterval over een bemoste rotspartij. Vreemde eend in de bijt is reeks 3, Bewaar als afbeelding (2007-2018), waarin De Blieck foto’s groepeerde die gemaakt werden op sites en in musea die als UNESCO Werelderfgoed gecatalogeerd staan. Deze beelden focussen zich duidelijk op iets bepaalds, zoals op de buste van Nefertiti in het Neues Museum van Berlijn, en creëren nadrukkelijk een voor- en achtergrond. Dat de waarde van de objecten dermate universeel aanvaard wordt, doet de vraag rijzen of De Blieck met deze foto’s wel een uitspraak doet, iets agendeert of accentueert. De objecten worden slechts geregistreerd zoals in een museum, zodat de foto’s het bezichtigen zelf thematiseren. Opnieuw dus: ce voir, volgens Deligny tegengesteld aan se voir.
• Marc De Blieck. Point de voir, tot 8 maart, SMAK, Jan Hoetplein 1, Gent.