width and height should be displayed here dynamically

Nairy Baghramian. nameless

Nairy Baghramian. nameless, WIELS, Brussel, 2025, foto Eline Willaert

In 2016 stelde Nairy Baghramian (1971) een enorme leegte tentoon te midden van het SMAK in Gent. In de centrale hal van de bovenverdieping introduceerde ze de indrukwekkende installatie Peeper: een aanspanbare kabel maakte de grote witte, kubusvormige ruimte ontoegankelijk. Negen jaar later beklemtoont Baghramian in Wiels opnieuw de museale leegte in een imposante solotentoonstelling, met twee etages als absolute tegenpolen: één verdieping wordt gedomineerd door een lege middenruimte en bevat een spaarzame selectie van werken, de andere etage is overladen met werk in onverwachte constellaties.

Op de verrassende lege tweede verdieping van Wiels staan een aantal witte wanden, in meerdere richtingen schuin: gedraaid ten opzichte van de structuur van het gebouw (en dus voorover of achterover hellend), maar ook ten opzichte van de verticale as. Gekneld tussen vloer en plafond, of schijnbaar leunend tegen andere wanden, maken deze muren de vertrouwde industriële architectuur ietwat instabiel en desoriënterend. Vier van de schuine wanden zijn voorzien van een legplankje, met daarop telkens een kleine, sacraal ogende sculptuur, getiteld oreiller: holle afgietsels van epoxyhars, als iriserende hoofdkussens. De twee dunne helften waaruit ze bestaan doen denken aan fragiele huid en worden subtiel maar artificieel met prothetische clips bijeengehouden. Dat deze objecten een hoofd echt rust kunnen bieden, lijkt onwaarschijnlijk.

Het grootste deel van de werken op deze verdieping bevindt zich echter in de perimeter van de ruimte die wordt afgeschermd door de schuine wanden. Aan de achterzijde is telkens een reeks glazen buissculpturen bevestigd, collectief getiteld nameless, zoals de tentoonstelling. Het naamloze krijgt hier letterlijk een plek achterin, als ging het om sculpturen in ballingschap. Op welbepaalde plekken piept er echter een stukje van dergelijke ‘anonieme’ werken achter de wanden uit. Het gaat om kronkelende, uitgedoofde neonwerken die als abstracte reclame op de wand hangen zonder bedrading, en als ‘dode’ neons enkel een vage belofte van verlichting inhouden – in tegenstelling tot het grote, verticale neonwerk dat wel oplicht, en dat de titel van de expo monumentaal spelt in de voormalige silo verderop. De verchroomde klemmen op de buissculpturen geven de werken een steriele uitstraling en doen opnieuw denken aan medische en prothetische apparatuur, evocaties die typisch zijn voor het werk van Baghramian. Eveneens in de buitenste randen van de tentoonstellingszalen bevindt zich een reeks delicate schilderijen uit was in houten kaders, getiteld selves. Deze abstracte werken lezen als een onderzoek naar kleur en naar het vormeloze karakter van paraffine, en in zekere zin lijken ze op een abjecter en steviger tegenbeeld van de ijle reeks Freischwimmer van Wolfgang Tillmans.

Terwijl de schuine wanden ervoor zorgen dat de centrale ruimte leeg en ‘vrij’ aanvoelt (met enkel de subtiele reeks oreiller die zichtbaar is), ontstaat op de tweede verdieping een gevoel van ruimtelijke compressie en decompressie: in tegenstelling tot het open centrum, voelen de zijruimtes gekneld en bij momenten ongemakkelijk aan. De kunstenaar beschouwt die centrale leegte als een politiek gebaar, als een zone waar bezoekers elkaar kunnen treffen nadat ze in de antichambres de neonwerken hebben bekeken.

De derde verdieping is opgevat als het tegenbeeld van de tweede. In clusters zijn ontzettend veel objecten bij elkaar gezet, onder de noemer Side Leaps_Spatial Compositions. Eerder en recent werk wordt niet benoemd of gedateerd, maar in nieuwe schikkingen bijeengebracht, als nieuw werk op speciaal ontworpen dispositieven. Deze bijzondere sokkels en kamerschermen dragen of omhullen een veelheid aan media, van prints, foto’s en tekeningen tot sculpturen uit glas, hout, metaal en was. De sokkels zijn zodanig vormgegeven dat ze zelf ook sculpturen worden, inclusief vitrines, en daarom veel meer mogelijkheden bieden om nog andere werken op te zetten of aan te hangen. Baghramian verwijst op die manier rechtstreeks naar de architecturale, avant-gardistische sculpturen uit het begin van de twintigste eeuw van de Poolse beeldhouwer Katarzyna Kobro. De in glas opgebouwde kamerschermen functioneren dan weer als wandoppervlakken, waardoor ze doen denken aan het werk van Dan Graham.

In tegenstelling tot de tweede verdieping, waar het haast zoeken is naar het tentoongestelde werk, worden Baghramians referenties en gedachtestromen hier geëtaleerd. Veel tekeningen met organische vormen tonen duidelijke verbanden met het werk van Noguchi, Arp en Ernst, en zijn gebaseerd op de surrealistische techniek van het automatisch tekenen. Vergelijkbare vormeloze figuren komen vervolgens terug in de vele beeldhouwkundige objecten in felle kleuren, die eerdere sculptuurreeksen als Misfits (2021) en Stay Downers (2016) in herinnering brengen. Een aantal grote foto’s brengen dan weer texturen binnen die tastbaar lijken, te midden van de over het algemeen gladde sculpturen. De werken lijken voorlopig en precair, en getuigen van materieel en vormelijk experiment. Ze worden coherent naar voren gebracht, maar toch blijven ze instabiel. Hoewel ze visueel verwant en dus verbonden zijn, wordt er nergens nog maar het begin van een conclusie gemaakt, waardoor het zelfs moeilijk wordt om het ene werk af te wegen ten opzichte van het andere.

In die zin lijkt het contrast tussen de twee verdiepingen vooral neer te komen op een schijnbare tegenstelling tussen een spontane veelheid en een nauwkeurige spaarzaamheid. Baghramian toont zich opnieuw als een kunstenaar die de uiterste controle behoudt, maar die toch ook veel ruimte laat voor spel en plezier. De leegte is nooit echt leeg, maar wordt zachtjes onder spanning gezet dankzij de reeks oreiller. De overdaad is dan weer duidelijk uitgekiend in een vreemde, haast muzikale balans. Met bestaand werk en de basisingrediënten van de beeldhouwkunst – schaal, textuur, materialiteit, zwaarte, transparantie en bovenal ruimtelijkheid – zet Baghramian twee verdiepingen van Wiels onder spanning, zowel intern als met elkaar.

 

Nairy Baghramian. nameless, tot 1 maart, Wiels, Van Volxemlaan 354, Brussel.