Dagboek 1 mei – 27 juni 1970
v 0105 V.R. sinds gister hier. ☐ Tel G.A. Over Vliebergh-Sencie-leergangen in Leuven in augustus.
za 0205 Tandarts. Bridge-tand gerot. Het boek als toevluchtshoek in de wachtkamer.
m 0405 Het noteren waard dat we bij de laatste bespreking (woe 2904) met Daan en Jan tot de conclusie kwamen dat de schriftuur economisch niet bedreigd kán worden: ze kan altijd nog teruggrijpen naar Samizdat, waar de geringere verspreiding (die wellicht niet eens zo onvermijdelijk is) gecompenseerd kan worden door een zeer sterke motivatie bij, en medewerking van de lezers. ☐ Sinds gister voor het eerst mooi lenteweer. ☐ De Amerikaanse tussenkomst in Cambodja: een beslissende confrontatie binnen de VS zelf; slaagt de oppositie er hier niet in, het beleid te doen omslaan, dan moet men werkelijk op het ergste bedacht zijn. ☐ Opgebeld door Ludo Bekkers: vraagt informatie KKLS. Geeft tip voor Gent: Pierre Vlerick van de Academie. In Antwerpen (Internationaal Cultureel Centrum) zullen er twee zalen zijn met een 100-tal tijdschriften + vergaderzalen.
di 0505 Gister CSC. ☐ De Van J. en hun ménage à quatre. Wanneer Felix erover spreekt lijkt het je alles vanzelfsprekend, gewoon een nieuwe aanleiding tot communicatie. Als C[i] [?] er allusies op maakt heb je af te rekenen met puriteinse oprispingen. Buitendien het gevoelen dat je het nooit zou kunnen wagen: stel dat de seksuele gewoonten, normen, idiosyncrasieën al te erg uiteenlopend zijn – jij zou de vernederde zijn, in ieder geval. En is er een meer totale vernedering dan de seksuele? Die partners: beiden 27, hij dokter, zij lerares Nederlands, een kind, gereformeerd. En altijd iets in je dat zegt: hoe bestaat het. En weerom het pijnlijke gevoel: dat het voor jou te laat is, dat er kansen zijn verkeken, dat je een andere weg bent opgegaan. ☐ ‘Toen gingen wij vermoeden dat alle boeken die we gelezen hadden en nog zouden lezen, muren vormden die altijd maar hoger werden, we werden levend ingemetseld, en zelfs de boeken die we zelf schreven maakten de muren alleen maar hoger, onoverschrijdbaar…’
do 0705 Bij Jan, collationeerwerk. Groep Yucca in M.A.S. Deinze: slordigheid enig alternatief voor kalligrafie? Terug in Everbeek. Door Clara H. opgeroepen, vraagt m’n advies om op de lijst van de voorgestelde werkbeurzen te staan, ja gezegd. (Uitlatingen van C.H.: ‘Ik zit al 20 jaar in de literatuur – voor de bepaling van de kwaliteit van een literair werk is Kemp veel beter dan Van Kerkhove, Rutten e.d, want telkens als hij iets zegt over een werk ben ik er voor 80% mee akkoord.)
v 0805 Vandaag 33. ☐ Niet door het weer wordt het schrijven gestremd (het prachtige zomerweer van nu), wel door de weersverandering. ☐ Remember voor elke onbekende: elke seksuele onderneming houdt de mogelijkheid in van een vaststelling van lichamelijke ontoereikendheid. Groot risico.
za 0905 Verwachten (Steyaerts).
zo 1005 Hypothese: dat Nudde T. met al zijn artistiekerigheid en cultuuraluurderigheid en cultus van medemenselijkheid van een onnoemelijke vulgariteit zou zijn. Het onmogelijke, onduldbare misprijzen dat hij toonde voor de kleinburgerlijke [C’s] [?]. ☐ De aandacht voor, evaluatie van het neerschrijfbare bij mij in een belangrijke mate bepaald door het dagboek. Bvb. de verschillende kleine wrijvingen met Cee.
m 1105 Gister Lucienne Stassaert. Onder de terugrit uit Geraardsbergen gedacht: dat je haar zo verduiveld sympathiek vindt, misschien komt het alleen maar door het feit dat ze zo braafjes de hele dag naar je geluisterd heeft? Maar dan zegt Cee ook dat ze haar vreselijk sympathiek vindt, en dat zij niet zo mak naar je geluisterd heeft – jou een opluchting. Halfzuster in de werkzaamheid. Een vrouw op wie ik heel melancholisch verliefd zou kunnen worden – en het is Cee een opluchting, dat ik blijkbaar toch nog verliefd zou kunnen raken. ☐ Pro memorie (eventueel voor later): over de verwijzing van persmisdrijven van de assisenhoven naar correctionele rechtbanken is al meer dan een jaar sprake. Hoorde er voor het eerst van via een vriend van Daan V.H. De zaak kwam ter sprake in de VVL Werkgroep Schrijversbelangen; een verslag door Weverbergh na onderhoud met Callewaert. Nu in de jongste vergadering van WS heb ik de zaak ter sprake gebracht na lectuur van het boekje van Mr. Schmook, advies werd door WS aan het bestuur gegeven. E. van Itterbeek zei (telefoontje ca. 2804) dat er in politieke kringen niet (meer) aan gedacht werd, dat niemand nog minister Vranckx wilde steunen. Via Clara Haesaert vernomen dat de zaak door Jan Vercammen op de jongste bestuursvergadering VVL (0605) ter sprake is gebracht; wanneer Van Isacker vraagt ‘Waarom?’ en Vercammen het woord ‘mogelijkheid van censuur’ uitspreekt, schiet Van Isacker in de lach. Maar De Nieuwe van deze week (nr. 319, 080570) wijdt zo maar zes bladzijden aan de kwestie. Nu afwachten en zien wie in het gelijk wordt gesteld, de lachers, of de ongerusten.
w 1305 WS vergadering van dinsdag 1205. Aanwezig: J. Vercammen, Fred G., F. Auwera, EvI, D.R. Afwezig met kennisgeving: C. Haesaert. Afw: …
– Goedkeuring verslag vorige vergadering.
– Voortaan zorgt EvI voor reproductie en toezending verslagen.
– Advies om een algemene informatieve ledenvergadering te beleggen (bearing), ook indien de petitie niet het nodige aantal stemmen haalt.
– Enquête over de relatie: schrijver-uitgever. Het is van belang dat ook niet-leden van de VVL de vragenlijst toegestuurd krijgen, vooral omwille van de debutanten. Dat de VVL eigenlijk niet uitgerust is om een dgl. enquête te voeren, bewijst op zichzelf de noodzaak van een fonds.
– v.m. de persdelicten in de grondwetsherziening zal door EvI een brief worden geschreven.
– De documenten over statuten beroepsrenners, toneelspelers en NFWO zullen door E. aan de werkgroep worden bezorgd.
– Echo uit De Groene over een recente vergadering van de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen. ‘Nog één stapje verder…’
– Verdere lectuur van de mededeling van Van Acker. Een eerste basis zou gevormd worden door de wettelijke erkenning en bescherming van de titel van schrijver. (Er bestaat een ontwerp dat in opdracht van de WS werd opgesteld door J.W. en D.R.). Het principe wordt aanvaard dat die erkenning telkens voor een duur van tien jaar zou worden toegekend. NB Deze kwestie behoort op nationaal vlak geregeld te worden. Wat is er voor de Franstalige auteurs? (EvI werd destijds met informatie belast).
– De werkgroep legt het bestuur de vraag voor: quid met het bestaande Fonds voor de Letterkunde (Academie).
De WS is voorstander van het vasthouden aan de benaming Fonds: analogie met NFWO en overeenstemming met het Nederlandse organisme. Volgende vergadering dinsdag 0906 te 15u30. ☐ Fred G. die in de WS zei: ‘D.R. is veel gevaarlijker dan W.’ ☐ Nu telefoontje Clara H.: o.m. deze parel: ‘Schrijvers moeten belangrijker worden (in het politieke leven), zoals Servan-Schreiber…’ ☐ Memorabel, het feit dat er nu blijkbaar (naar gesprekken te oordelen in de WS tussen Fred, Eugène en Jan) herrie is tussen VVL en CVKV, o.m. omdat de spijskaarten bij het laatste banket in het Frans waren!!!
do 1405 ‘Als regel worden publicaties van regelmatige medewerkers van De Nieuwe niet besproken, alleen maar gesignaleerd. Veel wijst er echter op dat het jongste boek van J.E. Daele (Wielersport – In eigen beheer. Leeuwerikstraat 1, 9720 De Pinte) in Vlaanderen (en niet in Nederland!) wordt doodgezwegen, niet het minst door de gevestigde sportredacties: het bedrijf is in zijn massaal bedrog blijkbaar zo lonend bevonden dat het niet één belangstellende een blik achter de schermen kan gunnen. Om niet medeplichtig te zijn aan deze ‘conspiration du silence’ heeft De Nieuwe besloten van de eigen regel af te wijken.’ Jan Daele deed een boekje open dat de sportjournalisten graag gesloten willen houden. Ook de sport is er om gelézen te worden. ☐ Stel dat het in Praag schrijven erom ging, over Praag te schrijven: dan was het gewoon krankzinnig van me, niet zoveel mogelijk documentatie te raadplegen. Maar daar gaat het nu eenmaal hoegenaamd niet om. Het gaat erom, een denkbeeld te ontdekken, te maken. Crazy? Schriftuur.
v 1505 Soms is masturbatie bepaald nuttig, zo niet noodzakelijk voor de creativiteit: om een zenuwachtigheid, een opwinding te verdrijven waar men geen weg mee weet. En soms werkt de masturbatie vervlakkend, men gaat zich te loom voelen voor creatief werk, men gaat liever routinewerk doen.
m 1805 Gister Adé’s. Ietwat overfed. ☐ Schrift. Mogelijkheid dat muziekschrift het adequaatst is voor eigenlijke amateurs, zij die de integrale creativiteit niet aankunnen in dat gebied.
di 1905 Down. Niet vreemd aan de namiddag, gister, met de Denaeyers, Vantournouts e.a. Een radicale, revolutionaire inzet moet wetenschappelijk zijn. Geen ‘zuivere’ wetenschap (de groupuscules) maar heel wat meer dan ‘algemene ontwikkeling’. Daarbuiten heeft die inzet precies de waarde van een informatie in de terugkoppeling, wat betekent: de waarde van het orgaan waardoor die informatie wordt verstrekt: een individu, een groepje van individu’s. Zohaast dit groepje bvb. marginaal blijkt te zijn, boet de informatie veel aan waarde in. In de eerste plaats dus grondige wetenschappelijkheid, wat nu specialisatie veronderstelt. En dan een bundeling van uiteenlopende specialisten. ☐Verbazend, hoeveel mensen erin slagen niet te lezen. Vanmorgen in de wachtkamer van de tandarts, vier jonge mensen die erin slagen te gaan zitten, en urenlang niets te doen. Hoe krijgen ze het toch gedaan. Alleen een jongetje dat las uit Fabian van Fallada. ☐ De Kerk als techno-bureaucratie. Een (cybernetisch) model. Daarom zo belangrijk, de ondernemingen van non-conformistische katholieken. ☐ Een paar informaties die je opvangt in de commissie kunstenaars van de CSC (v 1505):
– De (socialistische?) fractie van de raad van advies voor toneel gaat meer informatie (moeten) inwinnen van de basis.
– Geen auteursrechten verschuldigd voor muziekopvoeringen die via oormicrofoons worden beluisterd.
– Statuut van beroepsacteur (door KB) verschillend voor Nederlands- en Franstaligen, dat van de Nederlandstaligen voordeliger.
– Er komt zoiets als een artistieke humaniora (Kestelijn). Het ziet er niet naar uit dat de ministers van cultuur het kunstonderwijs uit handen willen geven aan nationale opvoeding.
– Onverwacht grote toename van het muziekonderwijs de laatste jaren (20%).
– Van Steckel: de muziekgroepjes van jonge amateurs nemen de beroepskunstenaars het brood uit de mond. Sic.
– Actie van de cineasten voor een centraal filminstituut.
Er is iets akeligs in die eerste ervaring. Ofschoon er onverwacht veel goede wil is, en weleens zelfs een onverwacht vooruitstrevende mentaliteit inzake creativiteit. Ligt het akelige misschien aan het feit dat ik geen van die mensen ken? Of aan de hele bureaucratische sfeer en achtergrond? ☐ Wat je hier in dit dagboek schrijft zijn formuleringen (al te eenzijdig intellectueel gericht enz. – maar goed). Maar creatief zijn de verwoordingen.
w 2005 Ik heb altijd een verwantschap erkend onder m’n gevoelens tegenover: stripverhalen-detectives, seksbladen en pornografie. Uit die voorwerpen concludeer ik dat de gemeenschappelijke noemer waar die gevoelens op slaan kan omschreven worden als losbandigheid. Fascinerend door het contrast met de maatschappij.
do 2105 Gister bij Jan. Mark Dangin vertelt een en ander over de collectioneurs Leus en Meert. En die lul van een DvH komt ineens met het nieuws dat hij om acht uur thuis wil zijn – vandaar weinig uitgevoerd. ☐ Niet weinig blij dat Raster de proposities wil publiceren.
v 2205 Telefoon van Dam van Isselt. Stelt een samenkomst voor hier op 7 augustus, bespreking van de opvolging van Komma. P.H. Dubois, Paul de W., Josée Waerebeek, Jeroen Brouwers, v. Dam, ikzelf. Wat een zelfaffirmaties, jongen. ☐ Telefoon naar Wev.: waarom het rapport van EIM over het uitgeversbedrijf geheim moet blijven: aandeelhouders en commissarissen mogen niet vermoeden dat een uitgeverij niet meer lonend is. ☐ Een ondubbelzinnige argwaan t.o.v. Tel Quel e.d. Toen het analfabetisme aan het slinken ging, toen móésten de heren literatoren zich wel op de wetenschap gaan toeleggen om buiten schot te kunnen blijven. ☐ Lorenz, Over agressie bij dier en mens. ‘De stuwing van instinctmatig gedrag die bij lang uitblijven van de deblokkerende prikkel optreedt, heeft niet alleen een grotere gevoeligheid voor prikkels tot gevolg… maar veroorzaakt ook veel ingrijpendere gebeurtenissen, die het organisme in zijn geheel treffen. Ieder echt instinctief gedrag dat niet afgereageerd kan worden heeft onvermijdelijk dat het dier in al zijn gedragingen onrustig wordt en naar de deblokkerende prikkel gaat zoeken. Dit zoeken dat in het eenvoudigste geval bestaat uit het ongedurig rondlopen, -vliegen of -zwemmen, maar in het ingewikkeldste ook de gedragspatronen van het leren en het begrijpen omvatten kan, is door Wallace Craig als het doelgericht zoekgedrag aangeduid.’(67) ‘De zogenaamde expeditiekolder, die ook wel poolziekte wordt genoemd, treft bij voorkeur kleine groepjes mannen, als zij in bepaalde situaties volledig op elkaar zijn aangewezen en geen gelegenheid hebben met vreemde, niet tot de vriendenkring behorende personen ruzie te maken.’(69)
za 2305 ‘Bij het mannetje en het wijfje (van de cichliden) zijn de drie grote driften: de agressie, de vlucht en de sexualiteit niet in dezelfde verhouding met elkaar vermengd. Bij het mannetje komt een mengsel tussen de motivaties van angst en sexualiteit niet voor… Bij het wijfje bestaat dezelfde verhouding tussen agressie en sexualiteit… Omgekeerd verdragen zich sexualiteit en agressie bij het mannetje uitstekend… Het wijfje kan van haar kant aanzienlijke angst voor het mannetje hebben, zonder dat dit haar seksueel gemotiveerde gedrag onderdrukt… Juist deze mengvormen van angstig en seksueel gedrag zijn door ritualisatie wijdverbreide ceremonieën geworden, die men als (coquette) preutsheid pleegt aan te duiden en die een zeer welomschreven betekenis hebben. Op grond van deze vermenging der drie grote driften, die zich bij elk der beide geslachten anders verhouden, kan een mannetje alleen paren met een partner die lager is in zijn rangorde en dus door hem geïntimideerd wordt, terwijl voor het wijfje het omgekeerde geldt.’(111) ‘…Veeleer geloof ik dat in iedere echte liefde een grote dosis agressie steekt die achter de binding schuilgaat, waardoor bij het verbreken van de band die afschuwelijke verschijnselen optreden die wij haat noemen. Geen liefde zonder agressie, maar ook geen haat zonder liefde.’(221)
zo 2405 ‘De persoonlijke band ontstond in de loop van de evolutie ongetwijfeld op het moment waarop bij agressieve dieren het samenwerken van twee of meer exemplaren voor een of ander doel, dat diende tot het behoud van de soort – meestal de broedverzorging – noodzakelijk werd. De persoonlijke band, de liefde, ontstond in vele gevallen zonder enige twijfel uit de onderlinge agressie en in verschillende bekende gevallen via de ritualisering van ongerichte aanvallen en bedreigingen… De onderlinge agressie is miljoenen jaren ouder dan de persoonlijke vriendschap en liefde… Een persoonlijke band kennen wij echter alleen bij beenvissen, vogels en zoogdieren, bij groepen dus die geen van alle vóór het late Mesozoïcum opdoken. Er bestaat dus wel onderlinge agressie zonder haar tegenspeler, de liefde, maar er bestaat omgekeerd geen liefde zonder agressie…’(224) ‘‘Ergens van afstammen’ is in het Latijn descendere, letterlijk ‘afdalen’. Reeds in het Romeinse recht was het gebruikelijk de stamvader bovenaan de stamboom te plaatsen, die zich naar onderen toe vertakt. Dat een mens maar twee ouders heeft, maar 256 overoveroveroveroverovergrootouders komt in zo’n stamboom dan ook niet tot uitdrukking… Men vermijdt dit omdat er bij dit aantal niet voldoende voorvaders zijn waarop men zich kan beroepen… Dat de stamboom van het leven niet van boven naar onderen, maar van onderen naar boven groeit, onttrok zich tot de tijd van Darwin aan de aandacht van de mensen. Het woord afkomst zegt dus eigenlijk het tegendeel van wat het zou moeten betekenen… Niet veel beter is het met de woorden ontwikkeling en evolutie…’(232-233) ‘Ik kom nu tot de derde grote belemmering van de menselijke zelfkennis, het in onze westerse cultuur diepgewortelde geloof dat alles wat op natuurlijke wijze kan worden verklaard geen waarde bezit… Zoals reeds aangegeven, is de zo-even besproken angst voor de oorzakelijkheid een van de gevoelsargumenten voor de hoge waardering van datgene wat niet onderzocht kan worden. Er spelen echter ook nog andere onbewuste factoren mee. Het gedrag van de heerser, de vaderfiguur, is niet te voorspellen…’(240) ‘…alleen de mens is in staat, verworven eigenschappen te erven… Zelfs indien slechts een enkele persoon zo’n vitaal belangrijke eigenschap of vaardigheid verwerft, is dat weldra gemeenschappelijk bezit van een hele bevolking, en juist dit veroorzaakt de genoemde duizendvoudige versnelling van de historische ontwikkeling, die met het abstracte denken van de mens op de wereld kwam…’(252) ☐ Ik toon aan Cateau dat de hond Snoopy van de Peanuts typt: ‘Die hond kan met een machine schrijven.’ – ‘Ja’ zegt Cateau, ‘maar hij kent de letters.’ ☐ ‘Ik ben een man die veel ervaringen heeft opgedaan.’ Je kan ervan op aan dat de volgende zin betrekking zal hebben op het geld, het vermogen. Hij heeft een rijke schat aan ervaringen, hij heeft zijn ervaringen gekapitaliseerd. Anderen kunnen ervan profiteren, maar dan wordt toch een tegenprestatie verwacht. Jij subproleet van de ervaringen. ☐ Het schilderij als ideologische spiegel. Het bestendigde spiegelbeeld geeft aan hoe men zich wenste te zien. ☐ Uit het nieuwe blad Omtrend (opvolger Universitas): – Waarom lachen de kabouters als ze voetbal spelen? Omdat het gras hen in de oksels kietelt. ☐ Mother die het niet goed maakt. Jij bent machteloos. Als je naar Knokke wil gaan, dan past het haar vaak niet. Je uitnodigingen om naar Everbeek te komen worden afgewuifd – wil ze ontvoerd worden? Je gedraagt je vriendelijk, maar niet lief. Ze is enigszins bang van je. Het heeft iets van een strijd. Jij vertegenwoordigt er de venerische krachten. Zij de krachten van zelfbeheersing, wilskracht, cultuur, conformisme… ☐De Peanuts als toonbeeld van een gereduceerd medium. ☐ Gisteravond telefoon G.A. over zomercursus literatuur en onderwijs. Over Antwerpse KKLS. Of het lonend zou zijn, Jan of Herman C. te betrekken in een debat over censuur in de kring van De ondernemer. Over m’n dagboekfragmenten voor NVT, bezwaren tegen de gecamoufleerde namen. Het ligt toch zo voor de hand: het komt er niet op aan te laten weten dat X. iemand is die zo iets doet of zegt, maar dat er iemandis die op die bepaalde dag enz. Hetzelfde geldt met het citaat van EvI in de tekst over Theoretische praktijk; vermelden dat die mening door EvI wordt voorgestaan zou allerlei ongewenste neveneffecten hebben (bvb. solidariteit van de ‘vrienden van EvI’ tegen de ‘vijanden van EvI’) terwijl het erom gaat, te signaleren dat een dergelijke mening wordt voorgestaan. Ondertussen weer een zelfbevestiging in de wacht gesleept: hij noemt het dagboek plezierig. En daar ben ik blij mee. ☐ Schrift: de mogelijkheid om met zichzelf aan brainstorming te doen. Schriftuur als sociaal en wetenschappelijk noodzakelijk alternatief voor transmissie geschrift: indien het eigenzinnige schrijven in onbruik raakte, zou het risico te groot zijn dat die eigenzinnigheid in de informatieve, transmissieve teksten zou worden uitgeleefd.
m 2505 Schrift. Te onderzoeken wat het Arabische schrift betekent, als grafiek. Maar ook een beschreven blad te ‘lezen’ als een bewerking van een wit vlak. ☐ De dagelijkse zelfbevestiging: W. stelt een twintigtal pagina’s voor ter vertaling in een Roemeens tijdschrift.
di 2605 Dit schoolpapier dat je voor je schriftuur gebruikt: betekent het dat je een op hol geslagen schooljongen bent, die er niet kan mee ophouden, huiswerk te maken? ☐ Raad voor taaladvies opgebeld. ☐ Jaarverslag KKLS – Gent. Ontstaan: In mei 1969 besloten drie schrijvers in Oost-Vlaanderen zich toe te leggen op groepswerk. De eerste bijeenkomsten en een eerste uitwisseling van omzendbrieven voerden tot het besluit om dit groepswerk te wijden zowel aan een interdisciplinaire benadering van maatschappijproblemen, als aan een kritische analyse van gebieden waarin schrijvers een specifieke deskundigheid hebben. In ieder geval zou het groepswerk dienen uitgebreid tot deskundigen, lezers en niet-lezers. Ondertussen werd alvast begonnen aan een (zelf)onderzoek naar de motivaties van schrijvers. Meer naar buiten gericht was het opstellen van een vragenlijst bestemd voor niet-schrijvers ‘(lezers of niet-lezers)’, waarbij de hulp van een psycholoog van de RUG werd ingeroepen. In zijn eerste versie werd die vragenlijst rondgestuurd naar de Celbeton-bezoekers, en op 4 oktober in Dendermonde met hen besproken. De enquête van Mens en Taak werd collectief beantwoord, evenals de oproep van het Centrum voor Nederlandse Dramaturgie. Ondertussen werden i.v.m. de relatie en onderscheid tussen boek en geschrift omzendbrieven gewisseld, die op wekelijkse bijeenkomsten besproken werden. De vraag luidde: in hoever conformeren we ons (min of meer onbewust) bij het schrijven met de gangbare voorstelling die men van een boek heeft. De werkelijke bijeenkomsten boden een gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en documentatie op het gebied van de kritische reflectie over het schrijven. Najaar 1969 werd gestart met een werk van langere adem: doorlichting van de verschillende soorten van actuele uitgeverijen. Van de Antwerpse boekenbeurs werd geprofiteerd om een verbeterde versie van de Celbeton-enquête op 2000 exemplaren te verspreiden. Een deel van de resultaten van die twee vragenlijsten worden gebruikt voor het hoofdstuk in het werk over uitgeverijen: ‘Wat willen de lezers’. Uit de antwoorden op de vragenlijsten bleek nogmaals de behoefte aan een breder opgezet studiecentrum. In januari 1970 werd dan tot de juridische oprichting van een studiecentrum overgegaan (statuten in Staatsblad 120370). KKLS trad bij tot de Culturele Raad van de stad Gent, in de werkgroep Taal en Letterkunde. De studie over de uitgeverij is omzeggens voltooid wat de feitenanalyse betreft. Die omvat: een beschrijving van het nieuwe (industriële) uitgeversbedrijf, een toetsing van lectuur/schriftuur aan dit bedrijf, een analyse van reclameteksten, een beschrijving van parallelle uitgeverijen en een toetsing van informatie aan dit bedrijf. Dit eerste deel verschijnt in juni 1970 als werkdocument. Het tweede deel zal bevatten: een beschrijving van de vooruitzichten van het uitgeversbedrijf, een beschrijving van de verwachtingen van lezers en projecten voor een werkelijk alternatieve uitgeverij. Tegelijk met dit werkstuk wordt een kritische tekstanalyse gemaakt van bepaalde bijdragen tot nummer 108 van het tijdschrift Vlaanderen, ‘Is de hedendaagse kunst ziek?’; die analyse zal in de zomer van 1970 verschijnen. Er werd besloten dat de werkvergaderingen voortaan om de veertien dagen zouden plaatshebben in Gent… vanaf… Deze vergaderingen hebben minimaal tot doel uitwisseling en verzameling van informatie en documentatie mogelijk te maken; over de inhoud van de werkzaamheden zelf zal deze vergadering beslissen.
do 2805 Een ‘geniale periode’ – invallen, intuïties allerhande. Het lijkt dat we in Everbeek nog niet zo’n bloemige lente hebben beleefd. ☐ Analogie tussen masturbatie en schriftuur zou kunnen neerkomen op de reductie: reductie tot orgasme, reductie tot verwoording. Je schrijfwijze: een eerbaar voorwendsel om te dagdromen, functioneel. Een middel om dagdromen functioneel te maken. Hoe veelbetekenend het loergaatje in een open krant: het lezen als voorwendsel om de blik te vernauwen, om nu eens alleen maar lineair te kijken. ☐ Jean Roudaut, L’heure du jugement (Les Cahiers du Chemin 9). ‘L’un des morts du charnier est étendu sur le côté, la tête tournée vers le sol; il serre contre sa poitrine dans sa main droite gantée, un livre ocre, comme les hommes pieux portent leur missel le dimanche… Les mots ont été rangés dans son livre, jour par jour, avec le soin dont on habille un mort. C’est un livre de compte et de raison. Il n’est pas lacunaire. Les phrases y ont éclos, et s’y sont naturellement fanées, dès que la page a été tournée. Ce n’est pas son livre, y aurait-il consigné toutes ses actions. C’est l’horaire d’une tribu, et il le garde contre lui pour prouver qu’il a bien suivi les étapes du voyage, qu’il a régulièrement franchi tous les contrôles. C’est son carnet de santé. Il dort. Mais au-dessus du charnier, émerge un autre bras tendu, décharné. Et la main crispée brandit un livre comme un signal de détresse…, ou comme un talisman, tentant, de la vie à la mort, un geste de reconnaissance… Sur quel livre se serrera ma main? Je vis inutilement, je sais attendre; mais pas encore en vain; si bien que l’espérance se mêle à mon attente, si dégradante, si perverse que les dons qui me sont faits perdent toute saveur. Du livre dont je rêvais, je ne livrerai que des débris. Je n’aurai rien mené jusqu’à son terme, ni un amour, ni un texte, ni ma vie. Ce que je veux sans cesse reprendre dans l’écrit, multipliant les voix, répétant ce qui n’a pas été entendu, puisque je gis toujours sur ce charnier, si bien que le texte se délabre, que les ajouts le mènent, que les phrases se défont, ce que je veux reprendre c’est ce que la vie ne me permet pas de recommencer. Quelle parole définitive pourrais-je exprimer puisque je vis dans le désarroi? Quel livre à tendre ainsi comme un dernier appel? Je ne connais pas de plus grande marque de confiance en autrui qu’un texte remis ainsi en offrande…’(84-85). ☐ DvH belt op: kan vanavond niet komen, te veel werk met voorbereiding examenvragen, straks seks-weekeinde enz. Dit neem ik hem zelfzeker kwalijk: dat hij niet het lef opbrengt om het groepswerk af te zeggen, en ons daardoor remt.
v 2905 Waar ergens heb je de waarschuwing opgevangen dat je het schrijven – of: het autobiografische schrijven? – niet te erg au sérieux mocht nemen, omdat elke spontaniteit je onmogelijk zou worden? (Misschien wel van jezelf??) En nu soms het gevoelen dat je inderdaad elke spontaniteit verloren hebt – maar dan in die zin ook, dat je het verlies van die spontaniteit totaal hebt uitgeput, dat je tot het einde van de tunnel bent gegaan, en nu kom je weer in het daglicht. Dit betekent o.m.: geen impulsiviteit, geen buitensporige verwachtingen. De mensen nemen voor wat ze zijn, d.i.: eerst kijken waar ze aan toe zijn, waar ze aanspreekbaar zijn, en ze niet elders dwingen, en ze ook niet sjezen.
za 3005 Mother die in een kliniek van de Leopoldswijk in observatie moet. Inspuiting in halsslagader. Ook zij bereikt dus de toestand waarin ik voor mezelf liever niet meer zou leven.
zo 3105 Ernst Jünger als entomoloog (Gärten und Straßen). Onschatbare verdiensten, een bezigheid, en werkzaamheid te vinden in een blok hout, een stuk steen. Het is wellicht hoog tijd om Fabres Souvenirs entomologiques te kopen.
m 010670 Cateau blijft thuis omwille van de kermis in Ronse. Telefoon Ludo: mogelijkheid dat het onderzoek van mother kanker zou uitwijzen die het hoofd bereikt. Waarschuwingen inzake taalgebruik, te meer daar haar moeder aan een gelijkaardige kwaal overleed. L. lijkt altijd weer pessimistisch, maar werd tot nu toe telkens in het gelijk gesteld. ☐ In het veld achter het huis: geelganzen en een groenling. ☐ Grotere seksuele koelbloedigheid, heeft wel te maken met het drukke werk (‘Ik mis gewoon de tijd!’), met de uitputting van de pornografie, met de nog toenemende vertedering voor Cee (‘Bij haar heb je het eigenlijk getroffen.’). Maar waarschijnlijk ook met de weekeinden van de V.H.: ergens werkt het ontnuchterend concreet te weten dat concrete, welbepaalde bekenden, die eigenlijk alleen politiek niet burgerlijk zijn, aan groepsseks doen. Het is ineens zo weinig buitenissig. Blijft alleen enige sporadische hunkering naar occasionele seksuele bandeloosheid – maar de wetenschap dat seksclubjes daartoe in Nederland als paddenstoelen rijzen, volstaat om argwaan te wekken.
di 0206 Gister Gent, jaarvergadering KKLS – een man en een paardenkop. Daar de dood vernomen van Roger van de Velde: na twee maanden ‘vrijheid’. Een 15 maanden na René Gysen, ongeveer even oud. Het zijn niet de oudsten die weggaan. En dan de hypothese: tussen de generatie van de min-vijftigjarigen en de plus-dertigjarigen zou er een generatie zijn die eigenlijk niet taai genoeg is, niet levensvatbaar – zeker niet tegenover de hardheid van de ouderen. ☐ Roddelnieuwtje: A. Mussche en Walschap willen uit de academie treden opdat hun zetels door ‘jongeren’ zouden worden ingenomen (Claus, Kemp?). Jonckheere verzet zich: zijn zetel wil hij alleen afstaan aan een nóg oudere. ‘Toen ging Roger van de Velde dood.’ ☐ Met tegenzin hier een staaltje geven van mijn volslagen onvermogen om met geld om te gaan. We krijgen galerij Trefpunt ter beschikking voor een avond, hoeven alleen maar een vergoeding te bezorgen aan een meisje dat ons bedient. Op het einde van de vergadering vraag ik aan Jan: ‘Wat zal ik dat meisje geven?’, antwoord: een 100 F. Ik voel het aan alsof dit te weinig is, maar zeg niets. Wanneer we afrekenen geef ik het meisje 200 F, d.w.z. 100 F uit eigen zak; immers, het gaat niet op dat ik op eigen houtje zou beslissen hoeveel KKLS betaalt. Maar ik zeg dus niets. Maar Jan komt heel relax aan het meisje vragen of het wel genoeg is wat we hebben gegeven, hij denkt dus 100 F, en het meisje dat 200 F heeft gekregen antwoordt: ‘O ja, zeker’ – m.a.w. ik heb te veel gegeven. Typisch. Dat bescheten geld toch. ☐Jünger, Gärten und Straßen (Rororo-pockets). Fascinerend, de manier waarop hij erin slaagt, de politiek te verzwijgen. Of heeft hij misschien geschrapt? Om daar iets zinnigs over te weten, zou men alle dagboeken moeten lezen. Enkele min of meer lukrake staaltjes: (100340) ‘In der Nacht träumte ich von einem ganz unsinnigen Ereignis und hörte dabei eine Stimme sagen: ‘Wie könnte Derartiges geschehen, wenn es nicht zur Belehrung dienen soll?’’ Maar dan de parade: ‘Das ist insofern richtig, als der Kosmos in einer seiner Perspektiven rein pädagogisch geordnet ist.’(73); (220540) ‘Dieser Krieg weicht eben in allen Einzelheiten vom Schema des verflossenen ab, an das ich meine Gedanken daher nicht länger heften will.’(91); (070640) ‘Wenn man sie hört, wie ich sie heute höre, dann weiß man, daß es zwischen Menschen, und wenn sie mit Engelszungen reden würden, eine Grenze des Wortes gibt. Dann erheben sich diese Stimmen aus Erz und Feuer, die auf die Furcht berechnet sind – und wirklich, die Herzen werden bis auf den Grund geprüft.’(106); (100640) Voorkeur voor Maupassant boven Bernanos! ‘Durch jede polemische Bemerkung, die man zurückhält, sammelt man Verdienst, und das um so eher, je mehr am Geist sie enthielt.’ Jaja. ‘Das Geheimnis liegt darin, daß das Leiden höhere, heilende Kräfte erzeugt.’(109) Bewonderenswaardig, het zakelijke van zijn notities. Achter de nuchtere vaststellingen doemt de oorlog als gruwel, wellicht indrukwekkender dan indien hij het over ‘de oorlog’ had gehad. Hij schreef over wat hij niet kon negeren? Kon hij de politiek negeren? (En voor een deel hangt dit wel af van de vraag: hoe leefde hij?) Behoorlijke leesbaarheid van zo’n dagboek. Discours continu. De vraag is alleen: tot welke prijs. Vraag: was voor E.J. het nazisme in Kirchhorst minder zichtbaar dan de oorlogverwoesting in Frankrijk? Een soort van logge, boerse gedweeheid?
w 0306 Mother. Wanneer ze verneemt dat ze niet alleen tot woensdag, maar waarschijnlijk tot vrijdag in observatie moet blijven, en daarbij een lumbale punctie moet ondergaan, spreekt ze van af te druipen. En je mag niet zeggen, doe het, je bent hier tenslotte uit vrije wil. ☐ Voor wie het nog niet weten mocht: er zijn ook analfabete recensenten. ‘De nieuwe opdracht is, het alledaagse huiveringwekkend echt te laten schijnen…’ en: ‘Er is in dit proza geen indeling in hoofdstukken, maar aan het begin van zeven delen (sic) komt een getal van zes cijfers voor. Wie het vatten kan, vatte het: het is mij nog niet gelukt.’ (Recensie van M5 reeks door ene C. Ouboter in Wending, januari 1970.)
do 0406 Adriaan Venema, Van een bloedrode manchet en een kooikershondje. Het grote verschil tussen het ‘zo-zijn’ (Plomp? Genet?) en het ‘anders-zijn’ (Venema). Dit boek kon een draak zijn, een equivalent voor 1970 van ‘de roman van een gevallen meisje’. Een verschil althans levert de waarschijnlijke werkelijkheidsgetrouwheid. Opmerkelijk de talrijke verkapte beschuldigingen: de dominee, de neuspeuterende man, de jongens in de tuin. Tragiek – waar tegenover de vraag (net zoals bij het gevallen meisje): en als het nu eens hoegenaamd niet tragisch was. Homofobie hier als een nachtzijde van de liefde: de geliefden zien elkaar niet – gordijnen worden gesloten, het licht uitgedaan, en de paring gebeurt ruggelings; argwaan/vermoeden dat het hier (in dit boek) gaat om een ergens ‘verdrongen’ seksualiteit, minder uit het bewustzijn verdrongen (zoals bepaalde soorten van (militaire) kameraadschap) dan uit de (visuele?) waarneming. ☐ Bijna onrustwekkend, de uberteit van deze lente. Onrustwekkend, omdat de gedachte opkomt dat het misschien voor de laatste keer zou kunnen zijn dat de aarde toont wat ze allemaal kan. Hoe je je hecht aan de opeenvolging van jaargetijden. Zo ontstaat een nieuwe levensdrang: ‘Ik ben hier zo goed gewend, laat mij het alles nog één keer zien’ – maar hoe meer je het ziet, hoe sterker je eraan gehecht raakt. Gewoonte, herkenning. Telkens hetzelfde, met zo fascinerend vele variaties. ☐Wat ik bijna als een taboe ervaar (o.a. bij lezing van Venema) is de erotische en/of seksuele omgang met jongeren. Rationalisatie achteraf: mijn generatie is zo verwrongen dat ze moet afblijven van de jongeren die de gelegenheid hebben om onbevangen te zijn? En dan verdenk ik heel wat verliefdheden op jongeren ervan, dat ze heel wat minder door liefde, seksualiteit of erotiek zijn bepaald dan door een morbide vlucht achteruit, weg van het ouder worden. ☐ Naar de bibliotheek. Opvallend, zo kort na elkaar, in het dagboek van Ernst Jünger en dat van De Wispelaere: de lange adem, de uiteenzetting, de brede ‘haal’ – waar tegenover dit dagboek een aaneenrijging is van snippers. En als lezer heb ik een voorkeur voor de lange alinea’s. Maar. Ze vereisen meer tijd dan ik aan dit dagboek wijd. Maar daarenboven: aan het gevoel van geborgenheid dat ze geven beantwoordt ook een zekere grafomanie: die schrijfwijze veronderstelt dat men zich in het schrijven installeert. En ergens lijkt me dat heel wat betwistbaarder in een dagboek dan in een creatief avontuurlijk geschrift.
v 0506 M5 in vogelvlucht: althans binnen die reeks blijken de Vlamingen (Van Maele, Van den Broeck, Claeys, ikzelf) toch stevigere schrijvers, met meer ‘guts’. De Nederlanders verfijnd en scherp, maar glad en ietwat mietjesachtig. ☐ De manier waarop je moeder – en jij zelf – het geld gebruikt: het afkopen van schuld(gevoelens), een losprijs, een middel om zich weer autonoom, ‘vrijgekocht’ te voelen. Iets dergelijks voor de ‘gastronomie’ van L. Het is wel iets positievers (eten en drinken brengen iets teweeg dat goodwill bevordert), maar dat zit er toch ook in: met een lekker hapje zijn we weer effen.
za 0606 Gister Gent, werkgroep taal- en letterkunde van de Gentse Culturele Raad. Voorzitter Major die een enthousiaste lezer van Samuel Pepys blijkt te zijn; en abonnee van De Groene. ☐ Vandaag Mechelen: VVL en bibliotheken.
zo 0706 Ontmoetingsdag VVL-bibliothecarissen: een veertigtal bibliothecarissen, en dan een tiental schrijvers. Wat wil je aanvangen met een dergelijk zootje. Eddy van Vliet die Doudouce heeft ontmoet. Het mysterie Freek Dumarais. Hij weet een blad met krabbels van me los te krijgen, dat ik moet dateren en tekenen. Wat doe je met zo’n – overigens bijzonder vriendelijke – postbode? De hongersnood aan communicatie. De isolatie leidt naar creativiteit, maar er zijn uitwassen – fetisjistische bvb., en financiële. De oude garde (Lampo, Coole, Jan Vercammen…) gebruikt het boek van Jan over wielersport louter en alleen als een middel tot zelfbevestiging, om met meer recht te kunnen neerzien op de sportmassa. Tegen het personage tot nu toe tweemaal uitgeleend in de bibliotheek van Tienen, tenminste eenmaal ongelezen: ‘Het gaat m’n verstand te boven.’ Zin om eens een namiddag met Jan door te brengen zonder te werken, louter ontspanning. Bij de terugkeer: beroerd door de kleurrijke jeugd. Het hippe van een stadje als Mechelen. En blijkbaar geen spijt meer bij mij.

☐ Léon Daudet, Paris vécu. Schrijven als masturbatie. In ieder geval oversprongbeweging: een politicus die in een tv-debat met zijn figuur verlegen is, geeft zich een zwaarwichtig air door gauw iets neer te pennen. ☐Belang van het ongebruikelijke woord: de kans op (o.m. biografische) interferenties is gering; schrijver en lezer staan beiden even naakt, even ongewapend. ☐ Bang voor ziekte, in de eerste plaats voor keelkanker. Delen van m’n lichaam waar ik niet meer wil aan denken, die ik zelfs niet meer wil aanraken. Maar dan de vrees dat de ziekte van dit ‘vergeten’ gebruik zou maken om zich ongemerkt te vestigen, alleen door een doelgericht onderzoek waarneembaar.
m 0806 N.a.v. Jules Renard en Léon Daudet. Niet te verantwoorden, het literaire (artistieke) individualisme dat een kaste-individualisme is (en hierin verschillend van het onherleidbare individualisme van de schriftuur). In dit opzicht is Tallemant des Réaux aanvaardbaar, en Renard, Léautaud. Maar geen van al die memorialisten die zich beperken tot ‘de vooraanstaanden’. Het kastekarakter herken je bvb. goed aan de seksuele moraal. Binnen de kaste geldt het principe van de onaantastbaarheid van elkaars privéleven. Doordat dit principe niet geldt voor de maatschappij in haar geheel, komt dit neer op je reinste discriminatie.
w 1006 WS vergadering dinsdag 0906. Aanwezig: J. Vercammen, EvI, D.R. Afwezig met kennisgeving: C. Haesaert, Auwera, Fred G. Afwezig: Jaak Br., Jul. Wev.
– Verslag vorige vergadering.
– Tegen 18 juni zou de eerste vergadering plaatshebben van een ministeriële werkgroep, belast met het opstellen van de statuten van een ‘Fonds voor de belangen van de Nederlandstalige schrijvers’. Daarin zouden (o.m.) vertegenwoordigd zijn: VVL, Sabam, K[VA] [?].
– Mogelijk biedt wijziging statuten VBVB de mogelijkheid om een sectie schrijvers in de vereniging op te nemen. Vandaar de noodzaak om die statuten te onderzoeken. F. zorgt voor verspreiding.
– Grondwetswijziging i.v.m. persdelict: van bevoegde zijde wordt aan E. verzekerd dat er geen sprake is van wijziging artikel 98. Blijft de discriminatie tussen tekst en afbeelding. In dit verband kan in Mededelingen een stellingname verschijnen. E. zal Bultinck aanspreken.
– Informatie en concertatie blijken noodzakelijker dan ooit, niet alleen VVL-CSC-ministeriële werkgroep, mar ook binnen de VVL. Contactvergadering zaterdag 1909, 15u – wordt hopelijk gevolgd door andere raadplegingen zolang statuut en fonds in de maak zijn.
– Fonds statuut. Wordt het ministeriële Fonds een bovenbouw? Hoe zal die dan op democratische wijze aansluiten bij de basis via een statuut? En hoe zal het worden samengesteld: individuele ondervertegenwoordigde leden of leden via zuilen (ACOD, Sabam, VVL, jeugdschrijvers, toneelschrijvers). Gevaar voor inkapseling van bvb. de VVL: een organisme dat tegelijk controleert en gecontroleerd wordt.
☐ Gister in de WS (alleen Vercammen, Van Itterbeek en ikzelf) een voorraad aan geroddel opgedaan. Koopal-beurs: eerst werd de zaak stilgehouden, waarop EvI een officiële omzendbrief liet sturen naar de VVL-leden. Bij de bespreking blijkt de zaak beklonken: Karel Jonckheere voor zijn vertaling van Crommelynck; EvI stribbelt tegen, samen met Marcel Janssens – maar met een argument als: une femme en couches ≠ een vrouw die een kind koopt. EvI verdedigt Batailles vertaling van Freddy De Vree, tegenargument hierop: geforceerd. De beurs wordt aan een derde toegewezen. Volgens EvI kwam het hierop neer dat iedereen had verwacht dat hij K.J. zou steunen omdat hij diens opvolger was. En K.J. zat in de kamer ernaast op de uitslag te wachten. ☐ De ontoereikendheid van het spreken: ik breng EvI naar het station, hij gewaagt van Green en zijn traditionalisme, ik wil Green ietwat verdedigen omwille van zijn nuchterheid t.o.v. de Daudets, maar dan moet ik de hele affaire uitleggen van Léon en Philippe Daudet, en ‘La vie n’est pas si noire’ – omdat E. zijn trein moet halen krijg ik de hele zaak natuurlijk niet verteld, zodat mijn fragment achteraf volslagen idioot moet hebben geleken. ☐ Bibliotheek: in NVT het literaire dagboek van PdW. Waarom het erotische mij er geneert: het is louter verbaal, als je bij PdW komt voel je dadelijk dat het erotische a.h.w. in een kast wordt geborgen tot je weer weg bent. De lezers worden anders behandeld, ze zijn ook zoveel minder gevaarlijk dan een aanwezige, nietwaar. En dan rijst weer de vraag of de verbale projectie niet als een alibi fungeert om géén andere levens en omgangsvormen te moeten ontwikkelen. Wat betekent het ‘dat een tekst oprecht klinkt’? Ik twijfel dus helemaal niet aan de authenticiteit van de erotische beleving, maar wel aan de adequaatheid van een louter schriftelijke mededeling ervan. ☐ Telefoon Eddy van Vliet: samenkomst about Antwerpse KKLS maandagavond. (Het jaargetijde van het brievenschrijven is voorbij? Dat van bijeenkomsten nog niet?)
do 1106 Tot 9 uur geslapen. Dan in Jüngers Strahlungen gebladerd. Oponthoud, uitblazen. Ongerust over de vraag of Praag wel zorgvuldig genoeg geschreven wordt. ☐ Hilda die ‘Een verkenning van Christiane H.’ heeft gelezen en geapprecieerd, PdW die uit De grote schaamlippen citeert en Georges uit de tekst over de theoretische praktijk – aanmerking van hem: hoe bepaal je eigenlijk een tekengerichte tekst? Hoe maak je er een? (Antwoord: het gaat om een theoretische bepaling a posteriori; tekengericht is wat niet transmissief is. Er bestaan teksten waarvan niet veel zinniger te zeggen valt dan dat ze tekengericht zijn. ‘Alles gebeurt alsof…’ – en het klopt ook nog. Met o.a. correcties: dat een transmissieve tekst ook wel als tekengerichte tekst kan worden gelezen – altijd?) En telkens weer de opwelling om het gelezen geschrift te nemen en het met de ogen van de lezer – Hilda, PdW, G.A. – te gaan lezen, altijd een vergeefse poging. ☐ Er zijn aantekeningen in ‘Lezen om te schrijven, schrijven om te leven’ die pseudo-compromitterend zijn, die eigenlijk decompromitterend zijn: de schrijfdaad als surrogaat voor andere daden in een gebied waar de schrijfdaad grondig ontoereikend is. ☐ Lectuur als troost (Jünger). Is dit dan de reden om een verzameling van boeken te bezitten: een voorraad om zich in rampzalige omstandigheden aan rampzalige gedachten te onttrekken? Jawel, juist een dergelijke afstandelijkheid kan noodzakelijk zijn om het hoofd koel te houden – maar. Ik zal het niet wagen Jüngers onbetrokkenheid zoals ik ze nu ken aan te vechten. Juist zijn gebrek aan involvement maakt het verslag over zijn ervaringen zo veelzeggend, zo exemplarisch en geldig voor het gemeen. Zich een maatschappelijke rol toemeten zou ook betekend hebben: zich afzonderen van de gezaglozen. Zwijgen was ergens een voorwaarde om niet apologisch te schrijven. Die onbetrokkenheid moet (zeker na 1945) alleen door oerburgerlijke middelen gevrijwaard zijn. Maar dit ligt niet aan het individu: ook van hem die verantwoordelijkheid op zich neemt maakt een burgerlijke maatschappij een leider. ☐ De tekens in de natuur, denk bvb. alleen al aan de kentekens van de insecten. Hoe diverser dan onze grafische tekens: kleur, grootte, reliëf, glans… Jünger (250640): ‘Merkwürdig ist die andere Art, in der man auch die bekannten Pflanzen und Bäume im Raume stehen sieht… Was mich betrifft, so lese ich manches davon auch an den Insekten ab, an ihren neuen Formen und an der Art, in der sich das Verhältnis der Gattungen verschiebt… Den Hang zu subtilen Jagden fand ich für mich immer sinnvoll… Mir scheint… daß mir das Alphabet nicht mehr genügt. Ich bedarf einer Schrift, die der ägyptischen oder auch der chinesischen mit ihren hunderttausend Ideogrammen gleicht…’ Hier dan wordt een uitzonderlijke gelegenheid geboden om te erkennen wat taal is. Door zijn aandacht komt een mens voor de overvloed van bvb. de entomologische tekens te staan. Die confrontatie leidt tot allerlei mogelijkheden:
– Hij kan elke specifieke nomenclatuur nalaten: ‘een insect’, ‘een ander insect’, ‘nog een ander’, ‘een insect met lange poten en een kruis op de rug’ enz. Moeilijkheid om het geheugen te controleren; moeilijkheid om de aandacht te scherpen?
– De populaire nomenclatuur houdt al een primitieve classificatie in: de noembare insecten zijn de vertrouwde, die men in het dagelijkse leven aantreft, de andere zijn naamloos.
– De wetenschappelijke nomenclatuur maakt aanspraak op een universele classificatie. Inventaris, boekhouding, bezit. Een nieuw exemplaar is minder een ontdekking dan een testcase voor de deugdelijkheid van de classificatie.
De diversifiëring van de nomenclatuur houdt dus verband met inventarisering. Minder belast, minder ‘verdacht’ zou een populaire nomenclatuur zijn die fundamenteel gericht zou zijn op het noemen, het aanwijzen, het herkennen – maar die zich niet zou beperken tot het alledaagse, lokale leefgebied. Universaliteit zonder imperialisme. Wat voor een nomenclatuur geldt, moet ook gelden voor een gehele woordenschat. De min of meer verkapte systematiek moet getoetst worden, blootgelegd, soms aangetast, omgebogen. Daarom zou het geen zin hebben dat een schrijver zich als een wetenschappelijke vrijetijdsentomoloog gedraagt. Het komt erop aan het reservaat open te maken: de wereld van bvb. insecten (tekens, vormen, bewegingen, gedragingen) te integreren in het leven, d.i. voor de schrijver: in de taal. Met andere woorden (en ogen): de gedachte komt op dat er een ‘entomologisch alfabet’ mogelijk zou zijn, en je slaat een grote Larousse open. Het eerste wat dan opvalt is de verscheidenheid van alle kentekens, en de overeenkomstige schraalheid van de taal. En als je uit die kentekens iets zou moeten destilleren wat enige verwantschap zou vertonen met een grafischalfabet, dan zou je in de eerste plaats heel erg vervlakken (het vlak van het beschrijfbare papier) en abstraheren. Van alternatieve taken gesproken. ☐ Vanmiddag halfslapend gedacht aan een erotisch of pornografisch geschrift: neem een gewone liefdesroman en vervang alle vermeldingen van gezicht, hoofd, haar, ogen, neus, mond, oren, hals door homologe vermeldingen van billen, borsten, schaamhaar, penis, vagina, clitoris, aars… ☐ De leugenachtigheid van de geneeskunde. Stel dat ik nu kanker heb. Ik zou me wel aan een behandeling onderwerpen indien die naar mijn eigen schatting tamelijk snel en moeiteloos kon gebeuren; in het andere geval: de grote sprong voorwaarts. Maar nu al weet ik zeker dat een dokter mij mijn geval als ‘niet erg, niet verontrustend, snel geneesbaar’ enz. zal voorstellen, ook indien de behandeling neerkomt op een hopeloos broeierige lijdensweg. Zo is de geneeskunde tot een valstrik geworden. Hij die zich niet wil neerleggen bij het concentrationnaire, kunstmatig gerekte ziekenhuisleven bevindt zich medicaal in een achttiende-eeuwse toestand.
v 1206 De entomologische kentekens herleid tot een plat vlak: blazoenen vormen ze, wapenschilden. (En waar verdorie heb ik een tekst gelezen waarin een gedicht als een heraldisch teken werd gekenmerkt?) Kan een heraldicus een blazoen tekenen naar een heraldische tekst? ☐ Gärten und Straßen werd door de nazi’s verboden, dus… Dus wat? Het betekent eigenlijk alleen dat de nazi’s niet gesteld waren op een nuchter, niet triomfalistisch feitenrelaas. Het is een indrukwekkend boek – ik zou het willen vergelijken met de macabere houtsnede van Dürer, met een ridder en de dood?Maar bvb.: moet men Jünger niet verwijten de politiek stilzwijgend als een Schicksal op te nemen? ☐ Warme dagen, te warm om nijver te werken. Daarbij hinder van de onderkaaksklier (ganglions?). Moe, vannacht slapeloos tot twee uur. Vanmorgen buiten onder de notelaars ontbeten. ☐ Je leest een dagboek: is het zo dat een leven is? Welnee, dit is maar een verbaal staaltje, een afschaduwing. Maar toch: in zekere zin is een leven inderdaad zo: het is wel minder overzichtelijk, maar ergens in zijn geheel verloopt het zo.
zo 1406 In zekere zin onvergefelijk van Jünger, de manier waarop hij nog vasthoudt aan het gezag-gezag, en economische macht en belangen over het hoofd ziet. Uit een soort van misprijzen voor de techniek? Maar de economische belangen vormen een ingrijpende kracht, ze negeren is misdadig in de mate waarin ze daardoor verduisterd worden en gecamoufleerd. ☐ Intermediair-artikel van de socioloog Tellegen over de repressie in de VS. Een andere, misschien wel gevaarlijkere braingap: tussen de afwijkenden, waaronder radicalen en intellectuelen, en de massa. Een verwijt dat men de afwijkenden moet toesturen: ze verzorgen onvoldoende hun public relations. Het kan ook niet gemakkelijk gebeuren: waar ligt de grens tussen public relation en compromissie? Maar althans één middel vormt de individuele ‘charme’. Bekijk het eens louter politiek: er is geen coup denkbaar zonder dat de radicalen gevangen gemaakt worden, en de intellectuelen monddood; zodat dan nog alleen op de zo misprezen halfslachtigen gerekend kan worden. Het is beter niet vóór de coup op de lijsten te staan.
m 1506 Gisternamiddag onverwacht de P’s: J.P. was verontrust door een artikel van een katholieke psycholoog over de gemeenschapsbeleving, communes e.d., waarin stond dat gemeenschapsvormen konden leiden tot een gemeenschappelijk beleven van ‘alles, behalve uiteraard de seksualiteit’ en J.P. vraagt zich dan ongaarne af: waarom alles behalve seksualiteit. ☐ Vanmiddag bij de Adés, vanavond ICC-KKLS Antwerpen!
di 1606 Gister Adé, ’s avonds met Lucienne in het ICC. Wie zo’n groepsgesprek van schrijvers bijwoont, en vooral aandacht wijdt aan de uitweidingen, afwijkingen en parenthesen, moet tot de bevinding komen dat die schrijvers een vreselijk tekort hebben aan directe communicatie. Erken ook, in het geschrift, het oproepen van een levenschokkende, uiteindelijke communicatie. Twee mensen die brieven hebben gewisseld roepen onmogelijke, eschatologische vormen van samenzijn-communicatie op. (Lucienne) ☐ De intellectuele kracht van de Antwerpenaars moet voor een deel te zoeken zijn in het feit dat ze de breuk tussen gewesttaal en ‘beschaafde’ omgangstaal niet genómen hebben. ☐ Ivo Michiels voor een winkelraam. ☐ Foneem en grafeem. Ik zei aan G. dat het mij hinderende onderscheid tussen het schrijven van WvdB en het mijne waarschijnlijk te maken had met het onderscheid foneem/grafeem. Nu denk ik: misschien moet het bestaan onderkend worden van een derde soort, een type, de letter, dactylografeem. ☐ Esprit de l’escalier: in het ICC had je de nadruk moeten leggen op het feit dat de literaire lectuur de meest omvattende vorm is van lectuur; dat de lectuur in een KKLS pre-wetenschappelijk zou zijn in die zin dat ze zou afzien van alles wat alleen een wetenschappelijke analogie zou kunnen reveleren. Bvb. lectuur van het strafwetboek, alsof het een ‘geschreven’ en gecomponeerde tekst gold. De lezers vertellen wat ze eruit aflezen; de juristen moeten zwijgen, omdat hun commentaar noodzakelijk wetenschappelijk-technisch zou zijn; anderzijds moet het heel leerzaam zijn voor hen, te ervaren hoe zo’n strafwetboek bij argeloze lezers aankomt. ☐ Brief Jeroen Brouwers i.v.m. Weverbergh en opvolging Komma. Hoe onbetrouwbaar zijn de gevoelens. Ze zijn zoveel minder veeleisend dan de rede, ze zijn ook zo gemakkelijk om te buigen naar de verlangens toe, en de eigenbelangen. Deze brief zou geïnterpreteerd moeten worden voor het geval dat…
w 1706 Den Haag (Paleispromenade). De New Yorkse vriendin van Trudi, Nederlandse met tien jaren VS, die op straat een bebloede vrouw aantrof, met aan haar hand een jongetje, niemand die naar haar omkeek, zij dacht er dan toch aan haar hulp te bieden, maar dan de reactie: ‘Misschien staat de aanrander nog op de loer en valt hij ook mij aan’ – waarop zij ook doorliep. Een wereld waar de elementairste naastenliefde, en nog minder: de elementairste wellevendheid levensgevaarlijk wordt. ☐ Bekoorlijkheid van de lichamen in Den Haag, en van de gezichten – ook mannengezichten ☐Een zwarte met bakkebaarden zoals Walter van den Broeck. ☐ Opvallende orde en welvaart – je voelt je zowat alsof je van over een ijzeren gordijn kwam. Het vermoeden alleen (i.v.m. seks) van een mij schokkende openheid i.v.m. niet alleen seksualiteit, maar alle lichamelijke functies. Die dan alleen via cleanheid, medico-hygiëne sociaal duldbaar zijn. ☐ Het negatieve lonken (faire de l’œil): je kijkt naar iedereen behalve naar de mens naar wie je zou lonken indien je minder schuw was. (Bij overpennen van Trudi vernomen: faire de l’œil = flirten.) ☐ Scheveningen, strand. Het bestaan van een nieuw, bekoorlijk ‘ras’. Anderzijds hier op het strand toch het gevoel dat op twee op straat aangeklampte vrouwen er één moet zijn die lichamelijk niet knap is, alleen maar door de modieuze kleding bekoorlijk wordt gemaakt. ☐ ’s Avonds voetbal op tv. De kaalkop in een Haags voetbalteam, bij elke kopstoot roept het volk: ‘Krijten!’ Daarvoor nog een ritje met Enno door de volkswijken; de hoerenstraat die alleen eigendom is van ‘de zingende rot’.
do 1806 ’s Morgens gewinkeld. Paleispromenade. ’s Namiddags het Mauritshuis: een kleine Chardin. Schilders van een boek: o.a. J. van der Heyden en Collier. ’s Avonds Midnight Cowboy in Scheveningen.
za 2006 Everbeek sinds gister. ☐ ‘Last November I was invited to do an erotic show for a group sex party organized by and for the readers of CHICK. There were over a hundred people at the party, most of them were meeting for the first time. All of them came knowing the purpose of the party. Standard procedure was to enter the house with your partner, meet another couple, change partners, freak. Many people did not even bother to take off any more clothes than necessary to put cock in cunt. Four or five men, fully dressed in suits and ties were carelessly masturbating one girl. The husband, looking on, moved the hand of one man explaining ‘She prefers if you touch her clitoris here with this rhythm’, then stood aside again and watched. The star of the evening for many voyeurs was a girl who sat alone and masturbated herself. Maybe I am romantic but at the end of the evening I was upset. Outside when the couples were leaving the party there were many quarrels…’ ‘Group Grope in Holland’ (Suck nr. 2). Dat weet je dan weer. De talrijke levensschokkende elementen in de nieuwe seksuele vormen: aanvaarden dat de eigen verlangens niet onuitputtelijk zijn, niet onbegrensd; aanvaarden dat men elkaar niet hoeft te bezitten om van elkaar te genieten; aanvaarden dat allerlei vormen van seksualiteit verwoord worden. Er zijn heel wat dingen die niet kloppen. Als het alles wel zo vanzelfsprekend is als ze laten uitschijnen, hoe komt het dan dat je er zo weinig van merkt in de gedragingen, dat ik er niets van ervaar? Blijkbaar blijft het bij een selecte in-groep, ongeveer zoals postzegels verzamelen, reizen naar Ibiza of fijnproeven. Met alle verdachte financiële bijverschijnselen: hoe kan ik bvb. weten of het naamloze naamkaartje in Candy niet door twee koeien is gestuurd?

☐ Een ingeving: wat verwacht je toch van al die anderen, er is nog niemand die je ongevraagd geboden heeft wat je verlangde. Of zullen we het over je numineuze onbenaderbaarheid moeten hebben?
zo 2106 De moeilijkheid, de challenge, de uitdaging i.v.m. seksualiteit zit hem in het evenwicht. Alles gaat alsof er geen middelmaat is, alsof men de seksualiteit alleen 20% of 80% ruimte kan laten, en geen 50%. En voor wie met kinderen leeft zijn de 80% onmogelijk. Verder de verdenking: de mensen van de 80% zijn 1° niet gastvrij 2° niet muzikaal…?
m 2206 De ontroerende dingen die in Chick en Candy staan. En dan de hypothese: dat de sekscontacten misschien maar voorwendsels zijn om vriendschappen aan te gaan. ☐ Wachtend op bezoek van studenten (?) Joris Note en Marc van den Hoof voor een gesprek voor Spectator. ☐ Lees na Chick eens Sextant, en je komt tot de bevinding dat Chick gewoon infantiel triomfalistisch is.
di 2306 Prettige namiddag met Joris Note en Marc van den Hoof, van ex-Universitas. Note die een thesis maakt over de Russische formalisten. Van den Hoof die met Willy Roggeman jazzt. Een vraag (Van den Hoof): of ik me van het komische bewust ben van bepaalde exhaustieve ontwikkelingen? – Nee – maar ik vraag niets liever.
w 2406 ‘En ik zal nooit een villa hebben in Griekenland, en m’n vrouw zal nooit heet zijn, en ik zal nooit 30.000 verdienen in de maand, en ik zal nooit een wiskundige theorie van het medium geschrift opstellen, en ik zal nooit eens met biseksuele meisjes vozen, en ik zal nooit dat adembenemend knap meisje van het studiecentrum seksuologie hebben, en ik zal nooit dit en ik zal nooit dat…’ – nuttige gedachten net voor een zelfmoord. ☐ Gister gewerkt aan het werkdocument x L.G. voor Streven, vandaag getikt. Regen. Geen post. Naar het benedenkwartier om brood, naar Nederbrakel waar ze het wagen 10 F te vragen voor een fotokopie. Nu dagboektikken, en Jan D. verwachten vanavond, misschien.
do 2506 Gisteravond Jan, met een examenkater. Proeven van het werkdocument over uitgeverij. ☐ In januari 1970 is in Gent een studiecentrum voor K en K L en S opgericht. Gegroeid uit een werkgroep van schrijvers beoogt dit centrum om, via besprekingen en projecten in groepsverband, eigentijdse inzichten in het medium schrift te ontwikkelen en te verspreiden. Kenmerkend zijn de opties om de literatuur slechts als een specifieke verschijningsvorm van het medium schrift te beschouwen, om schrijven en lezen ook buiten een individualistische isolatie mogelijk te maken. Verder wordt er gedacht aan de beschrijving van het medium schrift als een medium naast de andere media; en aan een onderzoek van het boek als gebruiksvoorwerp en of als verbruiksvoorwerp. Al wie belangstelt in een van de hogervermelde projecten wordt verzocht contact op te nemen met KKLS: hierdoor wordt het reeds mogelijk om een toekomstig project voor te bereiden. Voor de projecten van dit jaar zoekt het studiecentrum voornamelijk naar mensen die belangstelling hebben voor de economische aspecten van de uitgeverij. Voor het ontwerpen van een werkelijk alternatieve uitgeverij behoeven we informatie over de noodzakelijke kenmerken van een socialistisch bedrijf in een niet-socialistische economie. Adres studiecentrum KKLS: Nederkouter 52B, 9000 Gent. Lidmaatschap 1970-71: minimum 20 F te storten op PCR … Jaarabonnement Schrift (6 nummers): 200 F te storten (voor leden KKLS: 140 F). Een Antwerps studiecentrum KKLS wordt binnenkort opgericht. Inlichtingen Jan Vanriet, Weerstandlaan 19, 2710 Hoboken. ☐ Voor enkele weken belegde de VVL in Mechelen een contactnamiddag tussen schrijvers en bibliothecarissen. Bij het zestigtal opgekomen bibliothecarissen voegden zich een tiental schrijvers (op de 350 genodigden). Aan dergelijke getallen kan men de graad van ontwikkeling van het Vlaamse land aflezen. In Nederland zou een dergelijk contact zeker tot een vinnige confrontatie zijn uitgegroeid, in Vlaanderen zijn de meeste schrijvers blijkbaar nog niet aan het besef van het belang van de openbare bibliotheken toe. Zijn de schrijvers bedreigd door de bibliotheken? De Nederlandse kreet ‘Wie een boek leent is een dief’ wijst in die richting. De Nederlanders stellen dat wie een boek (in een bibliotheek) leent, dat boek niet zo gemakkelijk nog zal kopen en dat de schrijver van een ontleend boek ten onrechte maar een enkele keer een vergoeding ontvangt voor zijn arbeid (namelijk bij de verkoop van het boek). Hierop antwoorden de bibliothecarissen: dat door een wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat de aanwezigheid van een bibliotheek in een gemeente (Mechelen) de verkoop van boeken in boekhandels niet remt, maar integendeel stimuleert (dit geldt tot nu toe ook voor discotheek) en dat een boekhouding van het aantal uitleningen van elk boek een onmogelijke administratieve rompslomp zou meebrengen. Intussen is in Nederland de zaak beslecht: het Fonds voor de Letteren krijgt van het ministerie voor CRM een som als forfaitaire vergoeding voor de uitleningen door de bibliotheken. Wat zijn de argumenten van de Nederlandse schrijvers waard? Ik zou willen stellen dat ze vals zijn én juist. Veronderstel (wat nog bewezen moet worden) dat een boek dat in een openbare bibliotheek beschikbaar is daardoor minder goed verkoopt. Dit betekent dat potentiële kopers van het boek zich ertoe beperken het boek te ontlenen. De vraag is dan: wat wenst de schrijver bovenal eigenlijk: dat vele exemplaren van zijn boek verkocht raken, of dat zijn boek veel en zo goed mogelijk wordt gelezen? Ik geloof dat de overgrote meerderheid van de schrijvers gemiddeld in de eerste plaats wensen (goed) gelezen te worden. Daarop wijst m.i. het feit dat er nog geen schrijversprotest is opgeklonken tegen de stijgende duurte van de boeken, iets wat heel zeker de boekenverkoop remt, maar niet noodzakelijk de lectuur (een twaalftal studenten lezen bvb. eenzelfde exemplaar). Waar zit dan de kink in de kabel? Natuurlijk in de benarde economische en sociale toestand van schrijvers. Er zijn hoe langer hoe meer schrijvers die fulltime als ‘werkschuwe’ waarnemers wensen te werken, en de problematiek van het medium schrift wordt hoe langer hoe moeilijker toegankelijk voor wie alleen over ‘vrije uurtjes’ beschikt. Maar de overheid vindt het blijkbaar helemaal niet nodig dat die halsstarrige schrijvers in leven blijven, zodat een fulltime schrijver nu maar als subproleet moet verdersukkelen, ofwel zich ergens als parasiet innestelen. Ook de auteur van een seller van vandaag kan morgen op zwart zaad komen te zitten indien hij aan zijn functie vasthoudt. En daarom is de argumentatie van de Nederlandse schrijvers eigenlijk wel juist. In de eerste plaats moet er geld in het bakje van het Fonds voor de Letteren komen. Er zou inderdaad iets belachelijks zijn aan een eis van schrijvers om de lezers van hun boeken te beboeten voor de lectuur ervan. De waarheid is echter dat de overheid maar een bepaalde taal verstaat, en niet altijd de redelijkste. De op zichzelf onzinnige eis van een ‘smartegeld’ voor ‘geleden’ lectuur heeft het Nederlandse Fonds guldens opgebracht. Daar kwam het op aan. De schrijvers hebben zich op het bekrompen mentaliteitsniveau van de overheid geplaatst. Een beroep op de functie van schrijver en op de functie van werkschuwe zou door de overheid gewoon niet begrepen zijn. ☐ Hopelijk komt ook de tijd dat schrijvers zich minder zorgen moeten maken over hoe ze wel in leven kunnen blijven, en meer over demanier waarop ze gelezen zullen worden. Hierbij speelt de openbare bibliotheek wel een unieke rol. Het is in alle opzichten wenselijk dat een boekenkoper een bepaald werk bij een bibliotheek ontleent voor hij het koopt: want alleen zo kan hij uitmaken of hij het boek wel het bezitten waard vindt. Uiteindelijk is ook de schrijver daarbij gebaat, want de niet koopkritische boekenkoper die zich een boek heeft laten aansmeren en zich bedrogen voelt door de publicist van een uitgeverij, associeert die verlakkerij ook met de naam van de schrijvers, en laat zich geen tweede maal besodemieteren. Een volwaardige openbare bibliotheek kan als een verbruikersunie-voor-lezers fungeren. Vermindering van het risico om bekocht te raken kan de lectuur alleen maar ten goede komen. De schrijvers kunnen alleen maar wensen dat de lezers voor zichzelf, in alle vrijheid uitmaken wat hun ‘pulp’ is en wat niet, welke de verbruiksboeken zijn die men uitleent – en welke de gebruiksboeken die men altijd wil kunnen herlezen. Vandaar, in weerwil van het gestribbel, de fundamentele solidariteit tussen schrijvers en bibliothecarissen. Deze laatsten hebben in alle opzichten gerechtvaardigde eigenpakketten. Het is eigenlijk gewoon onrechtvaardig dat niet elke stad van 30.000 inwoners een openbare bibliotheek heeft zoals de Mechelse. (En bij een dergelijke toestand zouden de schrijvers niet weinig gebaat zijn, in de eerste plaats voor wat de afzet van de oplagen betreft.) Maar Vlaanderen sukkelt maar aan: terwijl het hoog tijd wordt om na discotheken ook filmotheken en videotheken in te richten, zijn wij nog niet eens aan een menswaardig bibliothekennet toe.
v 2606 Gisteravond Colette D. Veertien afdankingen bij Clabecq, en op zo’n manier dat de afgedankten niet in aanmerking komen voor werklozensteun, en maar zeer moeilijk aan een nieuwe baan zullen komen. De directie zou daartoe zeer oude, lang niet meer gebruikte juridische bepalingen hebben aangevoerd. Twee vakbondsafgevaardigden onder de afgedankten. Zelfmoordpoging van een arbeider met twee zieke kinderen. Het gaat uiteindelijk ongeloofwaardig lijken. De vakbonden houden zich op de vlakte alsof er niets was gebeurd in Limburg, alsof het wantrouwen in de syndicaten niet maatschappelijk levensgevaarlijk was. En terwijl er overal in het land wilde stakingen uitbreken, draaien de ruzies in het parlement om het Brusselse keurslijf. De komende gemeenteraadsverkiezingen doen de meest uiteenlopende partijen door elkaar vloeien. Het wordt ineens duidelijk dat er (i.t.t. tot bvb. G-B, waar het toch niet uitgesloten is dat Labour ooit terug aan de macht komt en een consequent socialistisch beleid voert) in dit land geen schijn van kans is dat er ooit een echte linkse politiek wordt gevoerd. België een middenstandsland, geregeerd door een geldaristocratie. Gevaar. ☐ James Woodforde, The Diary of a Country Parson. Naast het verhaal is de opsomming, de inventaris een basis van het schrift. Boekhouding: ‘Dec. 25, 1773. We had for dinner, two fine Codds boiled with fryed Souls round them and oyster sauce, a fine sirloin of Beef roasted, some peas soup and an orange Pudding for the first course, for the second, we had a lease of Wild Ducks rosted…’ Enz. enz. Overigens bevat dit dagboek zijn boekhouding. ☐ Met Cateau in de bibliotheek. ☐ Na een uitzonderlijk bloemige lente komt een ‘vruchtige’ zomer – althans wat de kersen betreft. ☐ Geschrift: een heleboel dingen zijn schrijfbaar die alleen aanstellerig zegbaar zijn. Vrijheid van de lectuur.
za 2706 Van de luxe-brochure ‘21 maanden Nederlands cultuurbeleid voor Brussel-hoofdstad’ (verantwoordelijke uitgeverij NIET vermeld) moet dringend een tekstanalyse worden gemaakt. Ondertussen valt heel wat te halen uit een gewone lectuur, niet het minst van de illustraties. Die zijn naast verboden en aangeslagen tijdschriften gewoon onmisbaar voor al wie zoekt naar de eigenlijke betekenis van het woord ‘obsceen’. Waar is het mij om te doen? Tientallen jaren lang hebben de Vlamingen in geheel België de beste, de meest idealistische voorwendsels, en zelfs redenen gehad om gewetenloos arrivistisch te handelen. Aan o.a. de Van Mechelen-brochure valt nu af te lezen waar een dergelijk beleid toe heeft geleid. Ik beweer niet dat een cultuurbeleid dat gericht is op macht en prestige geen cultuurbeleid is, maar dat de erdoor gepromoveerde cultuur noodzakelijk bepaalde kenmerken zal vertonen die men zich wel bewust moet zijn. De belangrijkste vraag is nu, hoe het zo ver is gekomen. De zelfgenoegzaam naar ons glimlachende kabinetsleden van de Turnhoutse minister kunnen zich uiteraard beroepen op het pragmatische principe: wie iets wil verwezenlijken grijpt naar de middelen ertoe. Blijkbaar is de vraag bij hen niet opgekomen: wat een cultuur waard is die als middel fungeert voor het verwerven van macht en prestige? Blijkbaar is het nog niet tot hen doorgedrongen dat cultuur een belachelijk, zwaar belast begrip is geworden door het gebruik dat er tussen 1935 en 1945 van gemaakt is. Een totaal gebrek aan bezinning en kritische analyse lijkt het hoofdkenmerk van dit zegevierend opgediste cultuurbeleid. Het ziet ernaar uit dat de Vlaamse overheid alle Franstalige fouten wil overdoen. De Vlamingen hadden niet eens een presentabele taal: vandaar de van bovenuit opgedrongen kastetaal algemeen beschaafd Nederlands (maar als je de Raad voor Taaladvies opbelt – wat een Bruggeling vijf keer zoveel kost als een Brusselaar – moet je een volle maand op een antwoord wachten). De Vlamingen waren een stelletje cultuurloze boerenpummels: en dan maar gauw aan de Franstaligen bewijzen dat wij ook een kastecultuur hebben. (Maar wie het Ministerie van Cultuur opbelt, doet het beter in het Frans indien hij door de telefoniste niet op een doodlopende draad wil gebracht worden). Ik vrees dat het cultuurbeleid totaal in gebreke blijft. Waar het om gaat is de kleine Vlaamse lui – en dat zijn in de eerste plaats de arbeiders – te bevrijden uit het alternatief: of onderontwikkeld blijven of verfransen. (Zie o.m. de samenstelling van het Contact- en Cultuurcentrum aan het Martelarenplein: blz. 19.) Zo wordt de Vlaamse cultuuraanwezigheid in het Brusselse een mayonaise die allerlei gerechten bederft. Intellectuelen en kunstenaars kunnen nu gretig en dankbaar slikken; er komen postjes en baantjes vrij, en tenslotte roert er toch wat. Zo vindt men nog altijd plastische kunstenaars die wat blij zijn met een opdracht om een gebouw te versieren. M.i. wordt het hoog tijd dat intellectuelen en kunstenaars eens gaan onderzoeken wat er onder de mayonaise zit, op wélk soort van gebouw ze geacht worden versieringen aan te brengen. Een dergelijk kritisch onderzoek hoeven ze niet meer te verwachten van de triomfalistische Van Mechelen-ploeg: die heeft zijn glamour zorgvuldig, én op de macht van de elite (de hoge ambtenaren en zakenlui die zo dringend bescherming beloven in Brussel) én op het getal van de onderontwikkelden afgestemd. Die is er zelfs in geslaagd de jeugd die deze elitecultuur uitspuwt, ongevaarlijk te maken door ze in reservaten te parkeren.
Transcriptie en register: Liska Brams.
Met dank aan de erven Robberechts.
Register
5de meridiaan [M5] (1968-1971), experimentele paperbackreeks van Uitgeverij Manteau onder redactie van Julien Weverbergh, met van D.R. Tegen het personage (1968) en Aankomen in Avignon (1970).
Elisabeth Robberechts-Abbeloos [mother] (1908-1981), moeder van D.R. en weduwe van ambtenaar Jan Emmanuel Robberechts.
Achiel Van Acker [Van Acker] (1898-1975), Belgisch Nederlandstalig socialistisch politicus en auteur. In 1969 verschijnt de dichtbundel Puntdichten en grafschriften bij Lannoo.
Georges Adé [G.A.] (1936-1992), pseudoniem van Laurent Veydt, Belgisch Nederlandstalig schrijver, vertaler, journalist, radio- en tv-criticus. In 1969 verschijnt De aftakeling bij Standaard Uitgeverij.
Fernand Auwera [F. Auwera; Auwera; F.] (1929-2015), pseudoniem van Ferdinand van der Auwera, Belgisch Nederlandstalig schrijver, journalist, vertaler, scenarist en ambtenaar. In 1969 verschijnt Schrijven of schieten, een interviewboek met een twintigtal auteurs onder wie D.R.
Ludo Bekkers (1924-2023), geboren Lodewijk Bekkers, Belgisch Nederlandstalig kunstcriticus, producent en presentator voor de BRT. In maart 1970 benoemd tot eerste directeur van het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) in Antwerpen.
Walter van den Broeck [Van den Broeck; WvdB] (1941-2024), Belgisch Nederlandstalig schrijver, medeoprichter van het tijdschrift Heibel. In 1970 verschijnt onder meer de ‘multiepel’ 362.880 x Jef Geys in de reeks 5de meridiaan van Manteau.
Jaak Brouwers [Jaak Br.] (1930-2010), Belgisch Nederlandstalig schrijver, journalist, leraar en cultuurredacteur van Het Laatste Nieuws.
Jeroen Brouwers (1940-2022), Nederlands schrijver, journalist en redacteur. Werkt vanaf 1964 voor Uitgeverij Manteau in Brussel, dat in 1969 zijn fictieve autobiografie Groetjes uit Brussel publiceert.
John Bultinck [Bultinck] (1934-2000), geboren Johan Bultinck, Belgisch Nederlandstalig advocaat, schrijver en televisiekok. Bepleit, net als zijn vennoot Karel Geirlandt, regelmatig rechtszaken over kunst, literatuur en censuur.
Marc Callewaert [Callewaert] (1921-2004), Belgisch Nederlandstalig kunstcriticus, curator, cultuurjournalist, en redacteur voor Gazet van Antwerpen.
Candy, Nederlands pornografisch tijdschrift, vanaf 1968 uitgegeven door Peter J. Muller en vrij verkocht in Nederland na het ‘Chick-arrest’ eind 1970. Dat jaar opent ook de Candy Club op het Thorbeckeplein in Amsterdam.
Celbeton (1957-1975), culturele vereniging in Dendermonde, opgericht door schrijvers Werner Verstraeten en Adolf Merckx. Op 4 oktober 1969 vindt er een gesprek plaats met D.R. over literatuur voor niet-schrijvers.
Centrale voor Socialistisch Cultuurbeleid [CSC], Belgisch progressief coördinatiecentrum voor socioculturele verenigingen in Vlaanderen en Brussel, opgericht in 1968.
Centrum voor Nederlandse Dramaturgie (1969-1991), Belgische theatervereniging in Antwerpen, opgericht door germanist Alfons Goris.
Chick, Nederlands pornografisch tijdschrift, opgericht in 1968 door Joop Wilhelmus en Jan Wenderhold. Onderwerp van een rechtszaak eind 1970, met de legalisering van pornografie in Nederland als gevolg.
Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond [CVKV] (1951-2017), West-Vlaamse kunstenaarsvereniging. Geeft vanaf 1952 het kunsttijdschrift West-Vlaanderen uit, in 1966 omgedoopt tot Kunsttijdschrift Vlaanderen.
Herman J. Claeys [Herman C.; Claeys] (1935-2009), Belgisch Nederlandstalig germanist, auteur en activist. Opent in 1969 in Brussel de Free Press Bookshop en het anarchistische café De Dolle Mol. Het geluid en Steen verschijnen respectievelijk in 1968 en 1969 in de reeks 5de meridiaan van Manteau.
Hugo Claus [Claus] (1929-2008), Belgisch Nederlandstalig schrijver, beeldend kunstenaar en filmmaker. In 1970 verschijnt de dichtbundel Van horen zeggen bij De Bezige Bij.
Contact- en Cultuurcentrum, kortweg CCC, vereniging voor promotie en coördinatie van de Nederlandstalige cultuur in Brussel, opgericht in 1966. In 1970 ondergebracht op het Martelarenplein.
Marcel Coole [Coole] (1913-2000), Belgisch Nederlandstalig dichter, radiopresentator en redacteur van tijdschriften als Diogenes en Nieuw Vlaams Tijdschrift. In 1969 verschijnt de dichtbundel Centrifugaal bij Heideland.
Fernand Crommelynck [Crommelynck] (1886-1970), Belgisch Franstalig toneelschrijver, journalist, acteur en regisseur. De drieakter Les amants puérils uit 1921 wordt in 1968 vertaald door Karel Jonckheere als Minnaars als kinderen.
Jan Emiel Daele [Jan; J.E. Daele; Jan Daele; Jan D.] (1942-1978), Belgisch Nederlandstalig schrijver, kunsthistoricus, communicatiewetenschapper en (mede)stichter van de tijdschriften Yang, daele, Totems en Totems/Schrift en van het Gentse Studiecentrum voor Kritisch en Kreatief Lezen en Schrijven (KKLS). In 1970 verschijnt Strijd in de wielersport in eigen beheer.
Edmond Willem Pieter van Dam van Isselt [V. Dam v. Isselt] (1915-2005), Nederlands diplomaat, betrokken bij de oprichting van de Benelux. Vanaf 1957 directeur van de Nederlandse uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.
Mark Dangin (1935-1996), pseudoniem van Luc Van Clooster, Belgisch Nederlandstalig schrijver, jurist, criticus en redactielid van Totems/Schrift. Medeoprichter van het Studiecentrum voor Kritisch en Kreatief Lezen en Schrijven (KKLS) in Gent.
Familie Denaeyer [de D.’s], gezin van grafisch ontwerper Roland Denaeyer, beeldend kunstenaar Colette Van Poelvoorde en hun twee kinderen. Buren van de familie Robberechts in Everbeek.
Enno Develing [Develing] (1933-1999), Nederlands schrijver en curator. In 1968 verschijnen De maagden. Project II en Het einde van de roman. Toelichtingen bij, beschouwingen over Project II, De maagden bij Manteau. Vanaf eind jaren zestig wetenschappelijk assistent in het Haags Gemeentemuseum, waar hij in 1970 de eerste Europese solo van Sol LeWitt cureert.
Pierre H. Dubois [P.H. Dubois] (1917-1999), geboren Pierre Hubert Dubois, Nederlands schrijver, criticus, vertaler en redacteur van Komma. In 1970 verschijnt de roman Zomeravond in een kleine stad bij Nijgh & Van Ditmar.
Freek Dumarais (1929-2001), geboren Felix Vandenbroeck, Belgisch Nederlandstalig dichter en postbode.
Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf [EIM], Nederlandse onderzoeksinstelling voor Midden- en Kleinbedrijven, opgericht in 1930. Geeft jaarlijkse rapporten uit over de economische evoluties van kleine en middelgrote ondernemingen.
Cécile Faniel [Cee] (1940), leerkracht wiskunde en echtgenote van D.R. sinds 1962. Wonen samen met hun twee kinderen in het Oost-Vlaamse Everbeek.
Forges de Clabecq [Clabecq] (1888-1996), middelgroot Belgisch staalbedrijf in Klabbeek, Waals-Brabant. In juni 1970 vindt er een arbeidersstaking plaats.
Galerij M.A.S., galerij voor hedendaagse kunst in Deinze, in 1965 opgericht door Marianne Saverys.
Leo Geerts [L.G.] (1935-1991), Belgisch Nederlandstalig germanist, schrijver, criticus en leraar. Publiceert in 1970 een kritische bespreking van De grote schaamlippen (1969) van D.R. en de tekst ‘Daniël Robberechts en zijn uitgevers’ in Streven.
Fred Germonprez [Fred G.; Fred; G.] (1914-2001), geboren Alfred Germonprez, Belgisch Nederlandstalig auteur, journalist en redacteur van De Koerier van West-Vlaanderen. In 1969 verschijnt de roman De magistraat bij De Clauwaert.
De Groene Amsterdammer [De Groene], Nederlands onafhankelijk opinieweekblad, opgericht in 1877 als De Amsterdammer.
René Gysen (1927-1969), Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus en redacteur van de tijdschriften Gard Sivik en Komma. Naar aanleiding van zijn overlijden verschijnt in 1970 Over René Gysen bij Nijgh & Van Ditmar, een initiatief van de Komma-redactie.
Clara Haesaert [Clara H.; C.H.; C. Haesaert] (1924-2018), geboren Claire Weyens, Belgisch Nederlandstalig dichter en ambtenaar bij het ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, waar ze zich inzet voor bibliotheekvoorzieningen. In 1970 verschijnt de dichtbundel Spel van vraag en aanbod bij Heideland.
Daniël Van Hecke [Daan; Daan V.H.; DvH; V.H.] (1938-2020), Belgisch Nederlandstalig schrijver en leraar. Redactielid van Totems en Totems/Schrift en medestichter van het Studiecentrum voor Kritisch en Kreatief Lezen en Schrijven (KKLS). Woont in 1970 net als de familie Robberechts in Everbeek.
Marc Van den Hoof [vd Hoof] (1946-2024), Belgisch Nederlandstalig schrijver, saxofonist, radiopresentator en docent. Studeert in 1970 als romanist af aan de Katholieke Universiteit van Leuven.
Internationaal Cultureel Centrum, kortweg ICC (1970-1998), rijkscultuurcentrum gevestigd in het voormalig Koninklijk Paleis op de Meir in Antwerpen. Opgericht in 1969 door het ministerie van Nederlandse Cultuur en geopend in juni 1970 met Ludo Bekkers als eerste directeur.
Frans Van Isacker [Van Isacker] (1920-2000), Belgisch Nederlandstalig hoogleraar, schrijver en jurist. Gespecialiseerd in auteursrecht en grondlegger van het vakgebied Mediarecht aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij vanaf 1963 doceert.
Eugène Van Itterbeek [E. Van Itterbeek; EvI; E.; Eugène] (1934-2012), Belgisch Nederlandstalig schrijver, romanist, jurist en politicus. Vanaf 1968 secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen (VVL) en in 1970 adviseur van eerste minister Gaston Eyskens.
Marcel Janssens (1932-2013), Belgisch Nederlandstalig germanist en criticus. Vanaf 1964 hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Leuven. In 1969 verschijnt ‘Robberechts tegen Robberechts’ in Dietsche Warande & Belfort.
Karel Jonckheere [Jonckheere; K.J.] (1906-1993), Belgisch Nederlandstalig schrijver en ambtenaar bij het ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, vanaf 1968 adjunct-kabinetschef van minister Frans Van Mechelen.
Bernard Kemp [Kemp], pseudoniem van Bernard van Vlierden (1926-1980), Belgisch Nederlandstalig germanist, schrijver en criticus voor tijdschriften als Streven, Roeping en DW&B.
Valeer Van Kerkhove [Van Kerkhove] (1919-1982), Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus en producent voor de BRT.
Jan Kestelyn [Kestelijn], adviseur van het ministerie van Nederlandse Cultuur.
Komma (1965-1969), Belgisch Nederlandstalig literair tijdschrift uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar en opgericht door Pierre H. Dubois, René Gysen, Willy Roggeman, Julien Weverbergh en Paul de Wispelaere. In 1969 verschijnt het laatste nummer, dat is gewijd aan de overleden Gysen.
Kunsttijdschrift Vlaanderen [Vlaanderen] (1952-2017), Belgisch Nederlandstalig tweemaandelijks tijdschrift voor kunst en literatuur, oorspronkelijk uitgegeven als West-Vlaanderen door het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond (CVKV). In 1969 verschijnt nr. 108, ‘Is de hedendaagse kunst ziek?’, met van D.R. ‘Kreativiteitdodende kunst?’.
Hubert Lampo [Lampo] (1920-2006), Belgisch Nederlandstalig schrijver en journalist. In de Boekenweek van 1969 verschijnt de novelle De goden moeten hun getal hebben, uitgegeven door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek.
Herwig Leus [Leus] (1940-2003), Belgisch Nederlandstalig essayist, dichter, criticus en vertaler. Publiceert in 1968 de essaybundel Mijn leuzen bij Manteau.
Marcel van Maele [Van Maele] (1931-2009), Belgisch Nederlandstalig schrijver, kunstenaar en redacteur van Labris en De Tafelronde. In 1970 verschijnt de roman Koreaanse vinken in de reeks 5de meridiaan van Manteau.
Arsène Major [Major] (1905-2004), Belgisch Nederlandstalig bediende bij de Belgische Spoorwegen. Afgevaardigde in de Culturele Raad van Gent voor de werkgroep Taal- en Letterkunde in 1970.
Frans Van Mechelen [Van Mechelen] (1923-2000), Belgisch socioloog en CVP-politicus, in 1968 minister van Nederlandse Cultuur. Op 17 juli 1970 publiceert D.R. in De Nieuwe over een brochure van diens kabinet.
Jef Meert [Meert] (1950), Nederlandstalig auteur, verzamelaar en uitgever. In 1969 verschijnt de dichtbundel Verhalen van geweld en terreur in eigen beheer, met een inleiding van Louis Paul Boon.
Mens en Taak. Socialistisch tijdschrift voor het geestesleven (1958-1982), Belgisch Nederlandstalig tijdschrift, opgericht door Karel Devocht. Publiceert in 1969 een schrijversenquête opgesteld door Jan Vanriet en beantwoord door Jan Emiel Daele, Daniël Van Hecke en D.R.
Ivo Michiels (1923-2012), pseudoniem van Henri Ceuppens, Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus, docent en scenarist. In 1968 verschijnt Orchis militaris bij De Bezige Bij.
Achilles Mussche [A. Mussche] (1896-1974), Belgisch Nederlandstalig schrijver. In 1968 verschijnt zijn laatste boek, de dichtbundel Langzaam adieu bij Stols.
Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek [NFWO] (1928-2006), Belgische stichting voor de stimulatie van wetenschappelijk onderzoek.
De Nieuwe (1964-1984), Belgisch Nederlandstalig links-progressief en flamingantisch weekblad, opgericht door Mark Grammens als opvolger van De (Vlaamse) Linie.
Nieuw Vlaams Tijdschrift [NVT] (1946-1983), Belgisch Nederlandstalig tijdschrift. Publiceert in 1970 dagboekfragmenten en een fragment uit Aankomen in Avignon van D.R.
Joris Note (1949), Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus en docent. Studeert in 1970 Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven.
Omtrend (1970-1975), Belgisch Nederlandstalig onafhankelijk tijdschrift, opvolger van het katholieke Universitas, opgeheven na de publicatie van een omstreden nummer over seks in maart 1970.
Cornelis Ouboter [C. Ouboter] (1914-1985), Nederlands boekhandelaar, criticus, docent en redacteur van het christelijke tijdschrift Ontmoeting.
Hans Plomp [Plomp] (1944-2024), Nederlands schrijver. In 1970 verschijnen Het Amsterdams dodenboekje. Een strooibiljet en Manifest voor de jaren zeventig met Peter Andriesse, Heere Heeresma en George Kool, respectievelijk bij De Harmonie en De Bezige Bij.
Jean-Pierre Point [J.P.] (1941-2023), Belgisch Franstalig beeldend kunstenaar, lid van het kunstenaarscollectief Yucca. Jeugdvriend van D.R.
Colette Denaeyer-Van Poelvoorde [Colette D.] (1931), Belgisch Franstalig beeldend kunstenaar, echtgenote van grafisch ontwerper Roland Denaeyer. Buurvrouw van de familie Robberechts.
Raster (1967-2008), Nederlands driemaandelijks literair tijdschrift in boekvorm, opgericht als eenmanstijdschrift van H.C. ten Berge en vanaf 1968 uitgegeven door Athenaeum Polak & Van Gennep. In het herfstnummer van 1970 verschijnt van D.R. ‘Proposities’.
Vital Robben [V.R.] (1939-1989), Belgisch Nederlandstalig binnenhuisarchitect, medeverantwoordelijk voor de verbouwing van de hoeve van de familie Robberechts. Draagt in de jaren zestig sporadisch bij aan literaire tijdschriften, zoals aan het Vlaanderen-nummer ‘Is de hedendaagse kunst ziek?’ in 1969.
Catherine Robberechts [Cateau] (1964), Belgisch Nederlandstalig historicus, vertaler en redacteur. Dochter van D.R., loopt in 1970 school in Everbeek.
Ludovic Robberechts [Ludo; L.] (1935-2025), Belgisch filosoof en docent, oudere broer van D.R. Promoveert in 1960 aan de Katholieke Universiteit van Leuven en publiceert in 1964 een introductie tot Edmund Husserl.
Willy Roggeman (1934-2023), Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus, muzikant en leraar. In 1970 verschijnt de essaybundel De ringen van de kinkhoorn bij Nijgh & Van Ditmar.
Mathieu Rutten [Rutten] (1906-1987), Belgisch Nederlandstalig germanist, schrijver en criticus voor tijdschriften als De Vlaamse Gids, Spiegel der Letteren en De Nieuwe Taalgids.
Ger Schmook [Mr. Schmook] (1898-1985), geboren Gerard Schmook, Belgisch Nederlandstalig bibliothecaris, schrijver en conservator van instellingen gerelateerd aan het bibliotheek- en archiefwezen.
Jean-Jacques Servan-Schreiber [Servan-Schreiber], kortweg JJSS (1924-2006), Franse journalist en politicus. In 1969 verkozen tot secretaris van de partij Républicains Radicaux et Radicaux-Socialistes (RRRS).
Sextant (1968-1972), maandblad van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming over seksuele voorlichting.
De Spectator [Spectator], Belgisch Nederlandstalig cultureel tijdschrift, opgericht in 1945 als supplement van De Antwerpse gids, uitgegeven in Brussel door N.V. De Gids.
Lucienne Stassaert [Lucienne] (1936), Belgisch Nederlandstalig schrijver, vertaler, beeldend kunstenaar en pianist. In 1970 verschijnen de verhalenbundel De houtworm en de dichtbundel Het dagelijkse feest, respectievelijk bij Standaard Uitgeverij en Yang.
Familie Steyaert, familie van boekhandelaar Mon Steyaert, uitbater van de Nederlandstalige boekhandel en ontmoetingsplek De Plukvogel in Brussel.
Streven, Belgisch Nederlandstalig cultureel tijdschrift, opgericht in 1933 door Frans De Raedemaeker, met Frans Van Bladel als hoofdredacteur vanaf 1970. In 1970 verschijnen twee teksten over D.R. van Leo Geerts.
Studiecentrum voor Kritisch en Kreatief Lezen en Schrijven [KKLS], vereniging voor interdisciplinair en collectief onderzoek naar maatschappelijke problemen en de eigenschappen van het medium schrift, met als tweemaandelijks tijdschrift Totems/Schrift, opvolger van Totems. In januari 1970 opgericht door Jan Emiel Daele (voorzitter), Mark Dangin (secretaris), D.R. (penningmeester) en Daniël Van Hecke in Gent.
Suck. First European Sexpaper (1969-1974), Brits underground pornografisch tijdschrift, opgericht door William Levy, Heathcote Williams, Jean Shrimpton, Jim Haynes en Germaine Greer, in samenwerking met de Nederlandse Willem De Ridder.
Egbert Tellegen [Tellegen] (1937-2025), Nederlands socioloog, promoveert in 1968 met een proefschrift over Max Weber.
Tel Quel (1960-1982), Frans literair avant-gardetijdschrift, uitgegeven door Éditions du Seuil. Draagt vanaf de late jaren zestig een communistische ideologie uit.
Trefpunt, artistieke ontmoetingsplaats aan Bij Sint-Jacobs in Gent, opgericht door kunstenaar Walter De Buck in 1961. Vanaf 1970 organiseert vzw Trefpunt optredens in het kader van de Gentse Feesten.
Jan Vanriet (1948), Belgisch Nederlandstalig beeldend kunstenaar, schrijver en curator. Studeert in 1970 schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen.
Roger van de Velde (1925-1970), Belgisch Nederlandstalig schrijver en journalist. Overlijdt op 30 mei 1970 nadat hij eerder die maand de Arkprijs van het Vrije Woord ontving voor Recht op antwoord (1969), een aanklacht tegen de censuur en interneringen die hij onderging.
Adriaan Venema (1941-1993), Nederlands schrijver, journalist en kunsthandelaar. Debuteert in 1969 in de reeks 5de meridiaan van Manteau met de roman Van een bloedrode manchet en een kooikershondje.
Jan Vercammen [Vercammen; J. Vercammen] (1906-1984), Belgisch Nederlandstalig schrijver, pedagoog en redacteur van De gemeenschap en De Schakel. Publiceert in 1967 de poëziebundel Magnetisch veld bij Colibrant.
Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen [VBVB], Belgische vereniging, in 1929 opgericht in Antwerpen op initiatief van Maurice Roelants en Auguste Vermeylen. Organisator van de jaarlijkse Vlaamse boekenbeurs en uitgever van publicitaire en vakliteratuur, zoals het tijdschrift Tijdingen.
Vlaamse Vereniging voor Letterkundigen [VVL] (1907), vereniging voor belangen van Vlaamse schrijvers. Tegenhanger van de Société des Gens de Lettres (1847), opgericht naar het voorbeeld van de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen (1905). Telt 379 leden in 1970 die geïnformeerd worden via het kwartaalblad Mededelingen.
Pierre Vlerick (1923-1999), Belgisch beeldend kunstenaar en docent. Vanaf 1968 directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent, waar hij in 1969 vzw Promotors van de Koninklijke Academie (PROKA) opricht.
Vliebergh-Sencie-leergangen, vakantiecursussenreeks aan de Katholieke Universiteit van Leuven voor leraren uit het Nederlandstalige middelbaar onderwijs, gestart in 1907 op initiatief van Frans van Cauwelaert.
Eddy van Vliet (1942-2002), geboren Eduard van Vliet, Belgisch Nederlandstalig dichter, jurist en organisator van literaire evenementen. In 1970 verschijnt de dichtbundel Columbus Tevergeefs bij Desclée De Brouwer.
Alfons Vranckx [Vranckx] (1907-1979), Belgisch jurist, politicus en auteur. Vanaf 1968 minister van Justitie voor de Belgische Socialistische Partij, komt in opspraak door de censuur van artistieke en literaire werken.
Freddy De Vree (1939-2004), geboren Alfred De Vree, Belgisch Franstalig en Nederlandstalig schrijver, criticus, tijdschriftredacteur en radioproducent. In 1969 verschijnt zijn Nederlandse vertaling van Georges Batailles postuum gepubliceerde roman Ma Mère (1966) bij De Bezige Bij.
Josée Waerebeek (1934), geboren Hendrikje Josephine Waerebeek, redactiesecretaris van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.
Gerard Walschap [Walschap] (1898-1989), geboren Jacob Lodewijk Gerard Walschap, Belgisch Nederlandstalig schrijver. Treedt in februari 1970 uit de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, wordt vervangen door Odon Leys en herbenoemd tot binnenlands erelid.
Werkgroep Schrijversbelangen [WS], werkgroep van Nederlandstalige schrijvers in België, opgericht in 1970 op verzoek van de VVL met als doel de hervorming van het literatuurbeleid. IJvert onder andere voor de oprichting van een Fonds voor de Nederlandse Letterkunde en voor een sociaal statuut voor auteurs.
Wending. Maandblad voor evangelie, cultuur en samenleving [Wending] (1946-1991), Nederlands tijdschrift, medeopgericht door predikant, theoloog en marxist Willem Banning.
Julien Weverbergh [Weverbergh; J.W.; W.; Jul. Wev.] (1930-2023), Belgisch Nederlandstalig schrijver, criticus, uitgever en medestichter van BOK, Komma en Mep. Werkt vanaf 1966 voor Manteau, waar hij in 1968 de experimentele reeks 5de meridiaan opstart.
Paul de Wispelaere [Paul de W.; De Wispelaere; PdW] (1928-2016), Belgisch Nederlandstalig germanist, schrijver, criticus en redacteur van De Tafelronde, Komma en NVT. In 1970 verschijnt het dagboek Paul-tegenpaul, 1969-1970 bij Nijgh & Van Ditmar.
Yucca [Groep Yucca] (1969-1972), Belgisch kunstenaarscollectief met onder anderen Camille De Taeye, Lionel Vinche en Jean-Pierre Point, een jeugdvriend van D.R.