width and height should be displayed here dynamically

David Bergé. Me, Le Corbusier, and a friend

David Bergé, Me, Le Corbusier, and a friend, Time Based Editions, 2025

Dit boek is een object, een tijdsduur en een plaats. Het object is een publicatie, met afmetingen van 17 bij 23,5 bij 2 centimeter, papier van 100 gram en een met Otabind genaaide rug. De tijdsduur bedraagt, volgens de cover, 43 minuten. De plek is Kunsthal Extra City in Antwerpen, in het voormalige Dominicanencomplex aan de achterkant van de dierentuin, waar op 25 en 26 september het festival The Image Generatorplaatsvond. Object, tijdsduur, plaats – eigenlijk geldt dat voor elk boek, maar bij Time Based Editions, een uitgeverij opgericht door kunstenaars David Bergé en Ant Hampton, is het expliciteren van deze drie dimensies de essentie.

Me, Le Corbusier, and a friend vertrekt van een reeks glasplaten, dragers van foto’s gemaakt in 1911 door August Klipstein, een doctorandus gespecialiseerd in Byzantijnse kunst en El Greco, samen met zijn vriend Charles-Édouard Jeanneret, 24 jaar oud en later beter bekend als Le Corbusier. Klipstein en Jeanneret trekken meer dan een half jaar lang rond in de Balkan, van Griekenland tot Istanbul. David Bergé vertrekt op zijn beurt vanuit een observatie van onder anderen architectuurhistoricus Tülay Atak: Klipstein en Le Corbusier deelden één camera tijdens hun reis. Het auteurschap van de foto’s, bewaard in de Fondation Le Corbusier, is bijgevolg vaag, en daardoor prikkelend. Bovendien maken de vrienden bij gebrek aan een statief foto’s terwijl ze de camera tegen hun buik gedrukt houden zonder door de lens te kunnen kijken, wat aannames over auteurschap verder compliceert. Kunnen buikspieren als auteurs gelden? Bergé citeert architect en docent Federico De Matteis: ‘Er zit weinig technische expertise in de platen: Jeanneret noch Klipstein waren ervaren fotografen, en aangezien ze geen statief bij zich hadden, leverde de handcamera op zijn best vaak onscherpe beelden op, met de focus op de achtergrond, terwijl de voorgrond in een mistige waas achterbleef.’ Atak voegt toe: ‘Als deze foto’s niet aan een bekende naam waren gekoppeld, zouden we vandaag niet van deze documenten afweten.’ Het vormde voor Bergé de aanleiding om een boek te maken waarin de beelden werden gereproduceerd. Een bijbehorende geluidsopname en een performance nodigen verder uit om te reflecteren over de aard van vriendschap en auteurschap, alsook van lezen en reizen.

In Extra City leidde Bergé bezoekers naar een verduisterde leeszaal met zwart beklede tafels en individueel belichte boeken. Vooraf gaf hij een goede raad mee: ‘Remember your body.’ De geluidsopname laat een fictief gesprek horen tussen Klipstein, Le Corbusier en Bergé zelf. Een immersieve leeservaring – zoals dat gaat met lezen, verplaatst de lezer zich en vergeet de omgeving – wordt gecombineerd met een rustgevende stem die met milde toon aangeeft wat je moet doen, als ware het een yogales. Aangevuld door instructies geven handen uit Byzantijnse miniaturen aan waar en hoe je in het boek moet kijken – met de vingers, met de oren, met de ogen toe, met je onderbuik; traag of juist bladerend. Gekanaliseerde aandacht, mogelijk als remedie voor een verloren vaardigheid. De lezer wordt zich bewust van de lectuur en van de verschillende dimensies ervan; in het binnen van een zaal en een pagina, maar ook in het buiten van de wereld; in je hoofd en op een stoel; in ‘Oost’ en in ‘West’; in andermans stem, maar ook in het eigen lichaam dat vanmorgen ergens uit bed is gerold. Het doet denken aan het zorgvuldig geritmeerde en vormgegeven begin van de roman Checkout 19 van Claire-Louise Bennett.

Twee paar (anonieme) handen nemen afwisselend een camera vast. Bergé reflecteert over vriendschap, als een vorm van afhankelijkheid die zowel geborgenheid als afkeer kan oproepen. Fotografie vergelijkt hij met het goddelijk ingegeven miniatuurschilderen in de orthodoxe cultuur: het maakt niet uit wiens hand de borstel of het fototoestel vasthoudt. De techniek van de camera heeft de goddelijke ingeving vervangen, en dat terwijl Le Corbusier worstelt met vriendschap. ‘Het is alsof je een extra muur bepleistert binnen mijn wereld, wat mijn wereld kleiner maakt, maar ook intenser, soms tot het punt dat ik het moeilijk vind om te ademen,’ stelt Corbu’s alter ego verwonderd vast.

Me, Le Corbusier, and a friend raakt aan vele thema’s: auteurschap, vriendschap en fotografie, maar ook oorlog, erotiek, oriëntalisme en abstractie. Het boek steunt op het werk van academici als Tülay Atak, Zeynep Çelik, Federico De Matteis en Ivan Žaknić. Çelik beargumenteerde bijvoorbeeld in 1992 al hoe groot de invloed van de organisatie en volumetrie van Ottomaanse huizen is geweest op Le Corbusiers latere woningontwerpen, net als op zijn begrip van ‘modernisme’ in het algemeen. Bergé merkt op dat de foto’s in het jaar van het begin van het einde van het Ottomaanse Rijk zijn gemaakt, toen de Italo-Turkse oorlog begon en ook de eerste Balkanoorlog in het verschiet lag. Klipstein en Le Corbusier waren zich daar niet al te veel van bewust, zoals althans hun notitie- en schetsboeken aangeven. Vorm neemt het over, aldus Bergé, ook als het onderwerp een brand of een militaire parade is. Sommige foto’s tonen cipressen en gedenkmonumenten, uitgesneden uit een heldere lucht of staand tegen geometrische, witgekalkte huizen; abstract, maar evengoed bewoond door objecten en mensen die recht in de camera kijken. Op andere foto’s neemt abstractie het over, door een waas, of krassen en vlekken op de glasplaat, of over- en onderbelichting. In het boek verliezen deze foto’s hun kader; in de geluidsopname geven ze aanleiding tot een meer sensuele interpretatie.

Dat Me, Le Corbusier, and a friend niet de ambitie heeft om elk van deze diverse en complexe thema’s diepgaand te analyseren, maakt Bergé zelf duidelijk. Misschien draait dit werk eerst en vooral rond toeval en vluchtigheid, zoals in de kadrering en materialisatie van deze vroegtwintigste-eeuwse foto’s, of in de twee sterk uiteenlopende carrières na een gedeelde jeugd. Het toeval ook van Le Corbusier als onderwerp voor een boek dat amper over hem of zijn werk gaat. De vluchtigheid van een moment vastgelegd in een foto en een kader, waarbuiten zich van alles afspeelt. De vluchtigheid ook van de geschiedenis en van 43 minuten aandacht, bladerend en stuitend op schoonheid, want een boek lees je niet per se van voren naar achteren.

 

David Bergé, Me, Le Corbusier, and a friend, Brussel, Time Based Editions, 2025, ISBN 9789464772678.