width and height should be displayed here dynamically

Dirty Looks. Desire and Decay in Fashion

Dirty Looks. Desire and Decay in Fashion, Barbican Centre, Londen, 2025, foto David Parry

Na acht jaar keert mode terug naar de tentoonstellingszalen van het brutalistische Barbican Centre, ditmaal onder curatorschap van de Belgische Karen Van Godtsenhoven. ‘Dirt is matter out of place,’ stelde cultureel antropologe Mary Douglas in 1966 in Purity and Danger. Het idee dat de perceptie van vuil of ‘onreinheid’ afhankelijk is van de sociaal-culturele context opende destijds de deur naar een brede reflectie over hoe religies, rituelen en levensstijlen ons begrip van reinheid mee vormgeven. Van Godtsenhoven vertrekt vanuit die benadering voor een onderzoekende tentoonstelling die ideeën over dirt in onze westerse maatschappij analyseert door de lens van de modewereld.

Deze insteek wordt bij aanvang van Dirty Looks meteen zichtbaar dankzij twee ogenschijnlijk gelijkaardige, maar in betekenis ver uiteen liggende objecten: links de bekende Wellingtonlaarzen van Queen Elizabeth II, rechts de met modder bespatte Wellies van Kate Moss. De fascinatie van de Britse aristocratie voor het plattelandsleven staat naast de britpop voor en na de eeuwwisseling, toen de toegang van modellen en muzikanten tot de modderige velden van Glastonbury uitgroeide tot het ultieme statussymbool voor de Britse adolescent. Dit dubbele paar schoenen fungeert als emblematische vertegenwoordiger van Britse identiteit, maar het zijn ook gewoon alledaagse objecten die hun oorspronkelijke ‘vieze’ status hebben overstegen om uit te groeien tot mode-iconen. Aarde en modder, als vuiligheid par excellence, vormen een rode draad door de tentoonstelling, als symbool voor het menselijke verlangen naar authenticiteit en natuur.

‘Schoonheid’ komt ook neer op ‘schoon zijn’ – net, proper en gewassen. Toch koestert de westerse modewereld een fascinatie voor het tegendeel – het besmeurde, het chaotische, het smerige zelfs. In 2022 veroorzaakte Balenciaga, onder creatief directeur (en alumnus van de Academie van Antwerpen) Demna Gvasalia, controverse door een paar versleten en bevuilde sneakers aan te bieden voor 1850 dollar. De Georgische ontwerper positioneerde zich binnen een bredere traditie van creative directors van grote luxehuizen die armoede en vervuiling esthetiseren. John Galliano putte voor Diors lente-zomer 2000 haute-couturecollectie inspiratie uit zijn observaties van dakloze Parijzenaars, wat hem op hevige kritiek kwam te staan van zowel maatschappelijke organisaties als van de modewereld. Dirty Looks toont stukken uit beide collecties en de expo ontpopt zich op die manier als een rasechte modetentoonstelling, inclusief iconische silhouetten van grote modehuizen, met toch ook een intellectuele en maatschappijkritische onderstroom. Problemen worden belicht, maar op een zachte, terughoudende toon, met een uitgesproken liefde voor het vakmanschap en de creativiteit van de modewereld.

Op de eerste verdieping worden in de inhammen van de bovenste gaanderij diverse subthema’s van het centrale concept belicht. Een directe verwijzing naar de aarde is er meteen, dankzij de begraven kledingstukken van Hussein Chalayan. Voor zijn afstudeercollectie aan Central Saint Martins begroef hij zijn ontwerpen, om ze pas enkele dagen voor de show weer op te graven. Gefascineerd door tijd, ontbinding en de generatieve kracht van de aarde, liet hij het creatieve proces grotendeels aan de natuur over. De diverse subthema’s zijn vervolgens onder meer de laat-achttiende-eeuwse en neoromantische fascinatie voor verval als inspiratiebron voor ontwerpers als Olivier Theyskens, de esthetiek van vlekken, de schijnbare vuilheid van het natuurlijke lichaam (‘Leaky Bodies’) en de praktijk van hergebruik en assemblage in de modewereld (‘Glittering Debris’), geïllustreerd met silhouetten en objecten.

De scenografie van Studio Dennis Vanderbroeck verbindt al die subthema’s op subtiele wijze. De mannequins zijn sober gehouden, terwijl kleine, geënsceneerde tekenen van verweer de enige decoratieve elementen vormen op de presentatieplatformen: fijne deuken, putten, vlekken en schaven creëren met een kunstmatig patina een fijnzinnige link met het centrale thema van de tentoonstelling, zonder overdadige theatrale gebaren of showelementen. Boven de hoofden van de mannequins loopt een ijzeren rail: een ingenieuze doch ingetogen knipoog naar de rekken die doorgaans in stomerijen worden gebruikt. De benedenverdieping, gevormd door een ruim atrium, is visueel verbonden met grote draperieën in gebroken wit die verschillende sitespecifieke kunstinterventies omlijsten. Hoewel de draperieën een enigszins geconstrueerde en al te elegante indruk wekken, vervult de scenografie vooral een achtergrondfunctie – de kunstinterventies krijgen de nodige ademruimte.

Niet zozeer een iconisch stuk van een bekend modehuis, als wel de ingetogen werken blijven het meest bij, zoals de internetvideo Dirty Girls. De video uit 1996 wordt gepresenteerd in de sectie ‘Leaky Bodies’ tussen enkele sterke bruiklenen, maar de impact ervan blijft bewaard. Een groep jonge vrouwen uit de grungescene wordt door klasgenoten als vies en onverzorgd bestempeld – labels die ze met een assertieve humor terzijde schuiven. Dirty Girls illustreert precies wat deze tentoonstelling zo intrigerend maakt: de geconstrueerde aard van ons begrip van vuilheid. De maatschappelijke implicaties van het begrip ‘properheid’ zijn breed, zoals discriminatie en pesterijen in deze video, maar ook klimaatvervuiling en vervreemding ten opzichte van niet-menselijke levensvormen komen aan bod.

De silhouetten in het laatste subthema, ‘Fashioning Excess’, leggen bijvoorbeeld de stromen van ons kledingafval naar het globale Zuiden bloot, een dynamiek die inmiddels bekendstaat als afvalkolonialisme. Het Jordaans-Palestijnse label TRASHY Clothing gebruikt bijvoorbeeld restanten uit de mode-industrie (deadstock) om ensembles te creëren die expliciet kritiek uiten op de Palestijnse bezetting. In de twee afsluitende focusruimtes formuleren jonge ontwerpers alternatieven voor een modewereld die geobsedeerd is door properheid en afval: Yuima Nakazato integreert in een haute-couturelijn nieuwe technologieën met gerecycleerde materialen, terwijl het Nigeriaanse label IAMISIGO werkt met natuurlijke stoffen en technieken die teruggrijpen op prekoloniale tradities. Het getuigt in beide gevallen van een hoopgevende alternatieve omgang met afval en verval, die kan leiden tot een andere perceptie van reinheid. Zo verdwijnt het steriele drogerijrek van Studio Dennis Vanderbroeck in deze laatste zaal in een hoop aarde, als suggestie van het menselijke oerverlangen naar ‘de wortels’ terug te keren.

Dirty Looks biedt een scherp gearticuleerd antwoord op wat een modetentoonstelling vandaag kan betekenen. De modeliefhebber weet zich bekoord, maar wordt tegelijkertijd geconfronteerd met een kritische reflectie op de wijze waarop industrie en samenleving zowel mens als aarde tekortdoen. Bovendien wordt duidelijk hoe kledij en opsmuk ook altijd een blijvend verlangen verraden naar vuilheid, naar natuur en authenticiteit.

 

Dirty Looks. Desire and Decay in Fashion, tot 26 januari, Barbican Centre, Silk Street, Londen.