Iris van Herpen. Sculpting the Senses

Modeontwerp wordt vaak omschreven als het modelleren van textiel rond een lichaam, dat dan als leidraad dient voor de contouren die de stof aanneemt. Haute couturier Iris van Herpen (1984) doet echter meer. Dankzij artistieke, wetenschappelijke en filosofische samenwerkingen vindt ze aansluiting bij posthumanistische ideeën met zintuiglijke effecten. Door ambachtelijke naaitechnieken met cutting-edge technologie samen te brengen, wordt haar werk zowel futuristisch als poëtisch. Sculpting the Senses biedt inzicht in de ontwikkeling van haar kunstenaarschap sinds 2007.
De tentoonstelling in de Kunsthal liep eind 2023 en begin 2024 al in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs. De negen thematische ruimtes tonen ruim honderd stukken, zoals het zeer bekende 3D-geprinte bovenstuk Crystallization(2010), het resultaat van een samenwerking met architect Daniel Widrig en inderdaad herkenbaar dankzij een uitgesproken architectonisch karakter. Het recentere Living Look (2025) werd gemaakt met 125 miljoen algen die reageren op warmte en beweging, met een blauwe gloed tot gevolg. Deze jurk demonstreert exemplarisch het new materialism van Van Herpen: ze werkt niet zozeer met, maar samen met het materiaal, omdat ze de intrinsieke eigenschappen en zijnswijzen ervan erkent en respecteert. Living Look kwam tot stand met hulp van biodesigner Christopher Bellamy, onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en het Francis Crick Institute for Biomedical Discovery in Londen.
Het benadrukt Van Herpens interdisciplinariteit: de wetenschappelijke wereld is haar allerminst vreemd en ook non-humane entiteiten beschouwt ze als volwaardige partners tijdens het maakproces. Haar fascinatie en respect voor micro-organismen als algen vindt eveneens weerklank in een tentoonstellingszaal die werd ingericht als atelier. Omringd door een rijkdom aan experimentele materiaalstalen staan microscopen opgesteld die bijvoorbeeld een vlieg in minutieuze details tonen. Andere inspiratiebronnen benadrukken dat Sculpting the Senses niet enkel draait om het leven van nu, maar ook om levensvormen uit een ver verleden. In de zaal ‘Skeletal Embodiment’ wordt zichtbaar hoe ook fossielen Van Herpen inspireren, wat duidelijk detecteerbaar is in de botstructuren en geraamten in Labyrinthine Gown (2020). De negen thema’s beslaan een spectrum van macro- tot microkosmos, van leven tot dood, zonder te vervallen in melodrama; een nuchtere, onderzoekende nieuwsgierigheid vormt de leidraad. Het moge duidelijk zijn dat Van Herpens werk de zintuigen aanspreekt en inventief is vormgegeven. Voor een modetentoonstelling is dat niet vanzelfsprekend. In de Kunsthal speelt de alomtegenwoordige soundscape van kunstenaar Salvador Breed een belangrijke rol. Breed vertaalde vormen en materialen in sluimerende, vermoedelijk aan de natuur ontleende geluiden die worden verweven met meer onheilspellende, artificiële tonen.
Om tot hun recht te komen, moeten kledingstukken toch worden gepresenteerd op iets dat op een lichaam lijkt. Zo ontstaat het gevaar dat een reeks mannequins het geheel statisch en afstandelijk maakt. Het werk van Van Herpen weet zich hier op miraculeuze wijze aan te onttrekken. Dat komt allereerst doordat een select aantal creaties zelf beweegt. Zo heeft Lumorphosis Gown (2025), gecreëerd samen met kunstenaar Casey Curran, pulserende vleugels die worden aangedreven door een netwerk van goudkleurige spiralen. Daarnaast worden de aangeklede ‘paspoppen’ eerder sculpturen dankzij hun ongrijpbaarheid en onbereikbaarheid. Van Herpens mode is kunst. Het klassieke bezwaar, vaak gehoord tijdens modetentoonstellingen – ‘mooi hoor, maar ik zou het zelf nooit dragen’ – valt hier weg. Iedereen begrijpt immers dat Van Herpen de modeconsument niet wenst te paaien. Ze werkt met een ander doel, of misschien is haar oeuvre simpelweg zo vooruitstrevend dat we onszelf nog niet eens in haar creaties kunnen voorstellen.
Wat Van Herpen maakt, lijkt door de zalen te kruipen, te kiemen, te kriebelen, te groeien. Centraal in haar methodiek staat een technologisch geïnformeerde houding die zich aanpast aan andere levensvormen. Het resultaat is ‘toekomst-primordiaal’ ontwerpen, als een reflectie op de huidige tijd waarin de mens zich met behulp van technologie in het middelpunt van het universum heeft geplaatst, wat onmiskenbaar ten koste van flora en fauna gaat. Het is deze ogenschijnlijke frictie tussen natuur en technologie die Van Herpen weet te overstijgen, op een manier die niet alleen getuigt van een autonoom artistiek vermogen, maar die ook dialogen opent over ontwikkelingen die de mensheid globaal zullen beïnvloeden. Het zijn debatten die bij uitstek, en op democratische wijze, in een artistieke context gevoerd kunnen worden.
Het was dan ook de doelstelling van Kunsthal Rotterdam om een breed publiek kennis te laten maken met het werk van Van Herpen. Sculpting the Senses is een imposant overzicht van haar oeuvre tot nu, maar het is allerminst een retrospectief dat nostalgisch of weemoedig terugblikt. Net als de grote overzichtstentoonstelling die het Groninger Museum in 2012 aan haar werk wijdde, fungeert ook deze expo eerder als een voorbode van werk dat zich nog zal ontvouwen. Van Herpen is geen letterlijk ‘hedendaagse’ modeontwerper. Ze werkt met het verleden, met de behendigheid van oude textieltechnieken en couturierschap, maar ook met de toekomst, gedreven door een onuitputtelijke drang naar innovatie en vooruitgang. Dit is wat ze er zelf over vertelde in een interview met Nieuwsuur: ‘Soms heb ik het gevoel dat ik nog iets te vroeg geboren ben. Ik heb ideeën in mijn hoofd die ik nog heel graag wil uitvoeren en een gedeelte daarvan is absoluut nog niet mogelijk nu, maar misschien wel over tien jaar.’
• Iris van Herpen. Sculpting the Senses, tot 1 maart, Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam.