Early Gaze. Ongeziene fotografie uit de 19de eeuw

Tussen oktober 2025 en maart 2026 liep in het FOMU een groots opgezette tentoonstelling met als grote verdienste voor het eerst de brede diversiteit van de Belgische negentiende-eeuwse fotografie zichtbaar te maken. Er werd geput uit het archief van het FOMU, aangevuld met enkele bruiklenen uit binnen- en buitenland. Een belangrijk deel van het beeldmateriaal kan geraadpleegd worden in de uitvoerig geïllustreerde catalogus.
De uitvinding van een nagenoeg mechanisch systeem om beelden te capteren en te fixeren veroorzaakte in de negentiende eeuw een fundamentele breuk in de visuele cultuur. Voor het eerst werd het mogelijk om beelden te genereren zonder ingreep van een sturende, menselijke hand. De vraag bleef echter wat men precies met deze uitvinding aan moest. In zijn publieke voorstelling van de daguerreotypie aan de Académie des Sciences in Parijs beklemtoonde de Franse astronoom François Arago vooral het wetenschappelijke nut ervan. Fotografie was niet alleen de vrucht van het Franse wetenschappelijke genie, maar kon ook, aldus Arago, een cruciale rol spelen in disciplines als spectrometrie, astronomische topografie, fotometrie en zelfs archeologie (door het feilloos en uiterst precies inventariseren en documenteren van archeologische vondsten in Egypte, bijvoorbeeld). Het draaide anders uit: het eerste commerciële en publieke succes van het nieuwe medium manifesteerde zich in de populaire portretstudio’s, waar de gegoede burgerij zich maar al te graag liet vastleggen.
Het is niet verwonderlijk dat de catalogus van Early Gaze gestructureerd is op basis van de functies die fotografie zich langzaam maar zeker eigen maakte. Van portretfotografie over architectuur- en stadsfotografie tot wetenschaps- en kunstfotografie: ze komen allemaal aan bod. Tegelijkertijd heeft de publicatie oog voor de transformaties binnen elk van deze domeinen. Zo is er aandacht voor de brede toepassing van fotografie in wetenschappelijke disciplines – astronomie, geneeskunde, criminologie, paleontologie – en voor technische verbeteringen binnen die disciplines, zoals het gebruik van de röntgenfotografie in de geneeskunde, die nieuwe inzichten voortbrachten. Of nog: hoe portretfotografie met de introductie van goedkopere ferrotypieën en later van de carte de visite erin slaagde steeds grotere groepen te bereiken. En dat zonder de oorspronkelijke functie van het fotografische portret uit het oog te verliezen: het promoten van het ideale zelfbeeld van de burgerij. Ondanks de democratisering bleef de portretfotografie functioneren als een spiegel van het diepgewortelde maatschappelijke verlangen om zich als lid van de gewenste sociale klasse te presenteren, niet van de klasse waartoe men feitelijk behoorde.
De ontwikkeling van de negentiende-eeuwse fotografie is niet alleen een geschiedenis van beelden, het is ook een geschiedenis van technologische doorbraken. Elke tien jaar was er een of andere technische nieuwigheid die een geheel nieuwe manier van beeldvorming mogelijk maakte. Na de daguerreotypie – unieke opnames op een metalen ondergrond – volgde de papieren fotografie, gebaseerd op een negatief-positiefprocedé. Het papieren negatief werd op zijn beurt vervangen door het glazen wet plate-negatief en even later het nog veel belangrijkere dry plate-negatief, om uiteindelijk, rond de eeuwwisseling, de sprong te maken naar celluloid. De camera’s werden beter, kleiner, lichter, de lenzen krachtiger, de emulsies lichtgevoeliger enzovoort. Al deze doorbraken hadden een beslissende invloed. Zo lag de invoering van de dry plate aan de basis van de industrialisering en verdere democratisering van de fotografie (met bedrijven als Lumière in Frankrijk, Kodak in de Verenigde Staten en vanaf 1894 Gevaert in België), waarbij het voorheen eerder ambachtelijke proces van zijn technische complexiteit werd ontdaan. Het boek vermeldt enkele aspecten van deze technologische ontwikkeling, maar houdt die beperkt, wellicht omdat het FOMU daar enkele jaren geleden in een andere publicatie (Photography Inc. Van luxeproduct tot massamedium) al geruime aandacht aan heeft besteed.
De vraag of het hier verzamelde werk ook kenmerken vertoont die de Belgische negentiende-eeuwse fotografie onderscheidt van wat er elders gebeurde, is minder duidelijk te beantwoorden. In grote mate volgde België wat er in de rest van Europa (en dan vooral in Frankrijk) gebeurde. Net als elders ontstonden er succesvolle portretstudio’s, werd de fotografie ingezet om de opkomende industrie (mijnbouw) en ingrijpende stedelijke moderniseringsprojecten te documenteren (zoals de overwelving van de Zenne in Brussel) en gebruikte men de fotografie als propagandamiddel om het nationale bewustzijn aan te wakkeren. Aangezien België een jonge natie was, verliep dat enigszins anders dan in het buitenland. Hier lag de klemtoon op de monarchie en de burgerlijke architectuur in de grote steden, terwijl Frankrijk zich met de groots opgezette Mission Héliographique in 1851 en de daaraan gekoppelde restauratieopdrachten vooral richtte op het documenteren van imposant historisch patrimonium.
Dat de catalogus er niet helemaal in slaagt te duiden waar de eigenheid van de Belgische fotografie ligt, heeft ook te maken met de (eerder beperkte) discursieve omkadering. De teksten aan het einde van het boek voorzien de lezer slechts van een (te) korte duiding bij enkele deelaspecten. Er is veel (terechte) aandacht voor enkele ethische afwegingen met betrekking tot de afbeelding van de menselijke figuur in koloniale en medische fotografie. In het algemeen schetsen de teksten een te breed kader dat vraagt om verdieping en verfijning. In die zin zouden de expo en de catalogus beschouwd kunnen worden als een uitnodiging om de studie naar de Belgische negentiende-eeuwse fotografie een nieuwe impuls te geven, zeker gezien de vele nog onvermoede en ongeziene schatten die in stedelijke archieven liggen te sluimeren en wachten op ontsluiting en duiding. De studie van Dirk Lauwaert naar de negentiende-eeuwse opnames van de ontmanteling van stadsomwallingen in Brugge, Maastricht en Bologna (zie: De Witte Raaf, nr. 110) kan daarbij als voorbeeld dienen.
• Tamara Berghmans, Ingrid Leonard (red.), Early Gaze. Ongeziene fotografie uit de 19de eeuw, Veurne, Hannibal Books, ISBN 9789493416284.