width and height should be displayed here dynamically

Edmund de Waal. an Archive

The Museum of Immigration and Diversity, Londen, 2023, foto Edmund de Waal

De Britse keramist en cultuurhistoricus Edmund de Waal (1964) is ook schrijver. Drie van zijn boeken werden in het Nederlands vertaald. In De witte weg (2015) beschrijft hij de cultuurgeschiedenis van porselein, het materiaal waarmee hij als kunstenaar werkt. De haas met ogen van barnsteen (2017), in het Engels al in 2010 verschenen, was een alternatieve familiegeschiedenis aan de hand van een overgeleverde beeldencollectie, een briljante reis door tijd (van de achttiende eeuw tot nu) en ruimte (van Odessa over Parijs tot Tokio en Londen). Hetzelfde geldt voor Brieven aan Camondo (2021). In een correspondentie met de bankier en verzamelaar Moïse de Camondo (1860-1935) reconstrueert hij de totstandkoming van het Musée Nissim de Camondo in Parijs.

De nieuwe publicatie an Archive, vormgegeven op handzaam notitieboekformaat, bevat diverse teksten over archieven en archiveren. Het is verschenen bij de in Madrid gevestigde uitgeverij en galerie Ivorypress, opgericht en geleid door Elena Ochoa Forster, een voormalig psychopatholoog die zich na haar huwelijk met starchitect Norman Foster helemaal aan de kunstpromotie besloot te wijden. Met de reeks Ivorypress Archives wil de uitgeverij ‘ongepubliceerd en verloren gewaand materiaal beschikbaar maken voor het brede publiek en eerder gepubliceerde teksten voor het voetlicht brengen die deel uitmaken van de archieven of erven van kunstenaars en schrijvers’.

In het geval van Edmund de Waal levert dat een boek op dat een vergelijkbare ervaring oproept als snuisteren in een archief. Het is een aaneenschakeling van flarden, fragmenten, stukken, nu en dan onderbroken door een foto of een beeld van een document. De lezer springt in het materiaal en moet zelf een weg zoeken. In het interview met Hans Ulrich Obrist dat het boek afsluit, verwoordt De Waal het zo: ‘Als je door een archief bladert, ben je helemaal alleen. Je bedenkt je eigen route en dat is heel opwindend. Het gaat over het vinden van dat soort openbaringen en dat soort verbanden tussen dingen, waarmee je je eigen narratief, je eigen geschiedenis kunt gaan construeren.’

an Archive bestaat uit drie delen en begint en eindigt met De Waals familiearchieven – fragmenten uit de hierboven genoemde boeken, maar ook uit een nog ongepubliceerde tekst waarin hij de aanzet geeft voor een cultuurgeschiedenis van stof. Het middengedeelte bevat notities bij eigen werk en fragmenten over literaire en artistieke archieven. Overal wordt de lichte opwinding bezongen die elke archiefonderzoeker voelt, ‘dat gevoel dat er iets mogelijk is, dat een ontdekking nakend is’. De Waal beschrijft de verrassing als iets onverwachts opduikt, zoals in het gemeentearchief van de Cornish City Council: bij het openplooien van een brief vallen drie ingepakte stukjes porselein op de grond – proefstukjes, zo blijkt, die de kwaliteit van het materiaal moeten aangeven. In hetzelfde fragment gaat de auteur, van Joodse afkomst, op onderzoek naar Dachau. De Allach-porseleinfabriek die de nazi’s van nationaalsocialistisch keramiek moest voorzien, draaide helemaal op krijgsgevangenen. Een archivaris geeft hem een pakketje met naziporselein. Het eerste object dat uit het krantenpapier tevoorschijn komt, is een beeldje van… Bambi, onderaan gemerkt met de SS-runen.

Tussen afgewerkte teksten door strooit De Waal lijstjes, opzetjes, mogelijke titels voor projecten, een inventaris voor een imaginair museum of last things. Zijn notities zijn kladjes, die als losse denkflodders interessant zijn, maar die ooit tot meer kunnen uitgroeien. Een van De Waals meest tot de verbeelding sprekende projecten is een library of exile. Deze installatie bestaat uit een verzameling van meer dan tweeduizend boeken van schrijvers die ooit in ballingschap hebben gezeten. De wanden rond de rekken zijn bedekt met porseleinpoeder, waarin De Waal een tekst heeft geschreven tegen ‘all those holy / men who want / to see / books burning’, met daaronder een lijst van alle bibliotheken die ooit door mensen vernietigd zijn. Subtiel schetst hij hoe de betekenis van deze reizende installatie verandert naargelang de plaats van tentoonstelling: van Madrid over Venetië tot Londen, waar het werk zich nu bevindt, tot het naar Mosul, Irak, kan reizen, waar een nieuwe bibliotheek moet oprijzen die de vernietigde vervangt. Nu, schrijft De Waal in het nawoord, zou hij de library of exile moeten aanvullen en ook Kharkiv en Gaza aan de lijst toevoegen. Het toont een van de wezenskenmerken van het archief aan: ‘There is no such thing as a finished archive.’

Ook an Archive heeft geenszins de pretentie een afgewerkt geheel te zijn. Buiten de eigenlijke tekst (de archiefstukken) bevat het een voorwoord en een nawoord, een illustratielijst, een bronnenlijst van in het boek opgenomen teksten, een lijst met vertalingen van geciteerde fragmenten, allemaal formats die ‘the attempt at cohesion’ aantonen die de onderzoeker van de gefragmenteerde informatie wil maken.

Wat het boekontwerp betreft, hadden de vormgevers van Lacasta Design best nog wat verder mogen gaan in de representatie van de rommeligheid, de fragmentatie en de diversiteit aan materialen die eigen zijn aan archieven. De cohesiezoekende archiefarbeid van de onderzoeker wordt meer benadrukt dan de eigenheid van een archief zelf. Inhoudelijk is an Archive een zeer fraaie kennismaking met de intelligente, sensibele, veelzijdige waarnemer, onderzoeker en maker die Edmund de Waal is. Zijn essays over andere auteurs en makers – van mede-archief-aficionado Walter Benjamin tot Paul Celan en Robert Walser, van Giorgio Morandi tot Anselm Kiefer en Cy Twombly – zijn geschreven vanuit een invoelend perspectief, van iemand die weet wat het is om te máken. Daardoor zijn ze zeldzaam origineel en intelligent. Bovendien daagt an Archive uit tot nadenken over wat iets bewaren betekent. Een archief bijhouden is intrinsiek optimistisch, schrijft De Waal: archieven bewaren immers informatie ‘in de hoop op een toekomst’. Tegelijk is het archief ook een ‘technologie van geweld’: wat is weggelaten, onderdrukt, vergeten? Deze dubbelzinnigheid is bij niemand in betere handen dan bij Edmund de Waal. Hij beschikt over de gevoeligheid en de kunde deze ambiguïteit te laten bestaan en te tonen in samenhang met de politieke, esthetische, persoonlijke, institutionele, maatschappelijke en artistieke contexten die een archief betekenis geven.

 

Edmund de Waal, an Archive, Madrid, Ivorypress, 2025, ISBN 9788412749311.