width and height should be displayed here dynamically

Euregionale ’92: een flop

De Euregio Maas-Rijn is een politiek-maatschappelijke samenwerkingsvorm tussen de regio Aken, de provincie Luik, Belgisch Limburg en het zuidelijk gedeelte van Nederlands Limburg. Onder de auspiciën van haar departement “Kunst en Cultuur” wordt er sinds 1986 jaarlijks een tentoonstelling van hedendaagse kunst uit deze subregio georganiseerd. Deze Euregionale wordt afwisselend samengesteld door één van de culturele instellingen uit deze regio, zoals het Ludwig Forum te Aken, het Bonnefantenmuseum te Maastricht, het ter ziele gegane Luikse Museum voor Moderne Kunst, waarvan de activiteiten voortgezet worden door het provinciebestuur van Luik (?), en tenslotte het Provinciaal Museum van Hasselt. Urbain Mulkers, directeur van het Museum voor Aktuele Kunst van Hasselt, had het voorrecht voor de tweede maal een Euregionale samen te stellen.

 

Reeds in 1959 werd het Provinciaal Museum van Hasselt als pretentieloos hoekgebouw aan het 18de eeuws begijnhof toegevoegd. Op het gelijkvloers biedt de centrale hal rechts toegang tot een auditorium en een goedgevulde kleine bibliotheekruimte, links geeft ze uit op een eerste ruime zaal met twee zijdelingse cabinetten. Vanuit de hal leidt een trap naar een brede overloop op de eerste verdieping; van hieruit betreedt de bezoeker rechts een tweede diepe ruimte en links een aaneenschakeling van een kleine en een grote zaal met eveneens zijdelingse kabinetten. Het museum herbergt geen eigen collectie, maar toont enkel actuele kunst aan de hand van receptieve en eigen tentoonstellingen. Ondanks zijn bescheiden omvang en zijn ligging in een kleine provinciehoofdstad staat hier een geschikte tentoonstellingsinfrastructuur ter beschikking die nationaal jammer genoeg weinig aandacht trekt. Gevreesd mag worden dat de “Euregionale ’92″  hierin weinig verandering zal brengen.

 

Zeer eigenzinnig?

Frieda Brepoels, gedeputeerde voor Cultuur van Limburg, heeft in de catalogus een inleidende tekst ondertekend waarin de acht geselecteerde kunstenaars een profiel aangemeten wordt dat getuigt van “een zeer eigenzinnige houding, thematiek of vormgeving”. Bovendien is ze ervan overtuigd dat de opzet van deze Euregionale een “algemene tendens van de hedendaagse kunst” signaleert. Aan de hand van een gratis beschikbare zaaltekst, waarin de kunstenaars door een broodschrijver hapklaar worden besproken met de nodige filosofische uitwijdingen, kan de bezoeker inzage krijgen in deze verontrustende tendens.

In de grote zaal op het gelijkvloers stelt Paul Devens twee werken tentoon. “12 counters” , een rode wandkast met twaalf vakken, bevat evenveel tellers die elk op hun eigen ritme ononderbroken doortikken. “Water Cycle 10”  bestaat uit maar liefst tien groene met water gevulde vuilniscontainers, waaruit een fonteinpompje ononderbroken een waterstraal recycleert. Het waterdebiet schijnt bepalend te zijn voor de toon die een luidspreker, in een rode kist aan de voet van elke container, uitzendt. “Dankzij deze combinatie van beeld en geluid gaat van dit werk een sterke synesthesie uit. De seriële structuur van de verticaliserende containers en de horizontaliserende kisten, de strakke ritmering van de opstelling en het berekend gebruik van primaire tegenover complementaire kleuren veroorzaken een scherpe tegenstelling tussen het beheerste karakter van de visuele compositie en het op toeval berustende ontstaan van de begeleidende geluiden.” Sorry, dit was me allemaal ontgaan.

In een aanpalend cabinet knelt Daniel Dutrieux acht stutten – gelijkmatig verdeeld in de ruimte – tussen plafond en vloer; een tapijt verbrokkeld krijt op de vloer herhaalt het veld op het plafond. De zaaltekst verduidelijkt: “De stutten vervullen geen enkele stabiliteitsfunctie.” In de ruimte hiernaast concretiseert André Delalleau het vluchtig karakter van het geheugen als fragmentarisch boek in een soort lessenaar-sculptuur. Een wonderlijk ding, bestaande uit een waggelende metalen staander, dat aan de ene zijde een eventueel nieuwsgierige onverlaat een aantal beschilderde plaatjes ter raadpleging aanbiedt. Aan de achterzijde van deze lessenaar ontwaar je een bengelend, tijdeloos wit plaatje in de vorm van een opengeslagen boek ter staving dat je nooit ofte nimmer het geheel kan overzien, laat staan begrijpen. Dit geheel dient zonodig nog eens beklemtoond met een reeks mixed media-schilderijen. Op weg naar de eerste verdieping wordt dit hoogstandje nogmaals herhaald en elders nog eens, mocht je vergeten zijn dat dit een zeer complex conceptueel kunstwerk is.

 

Zieleroerselen

Boven presenteert Malou Swinnen een reeks vrouwenportretten, voorwaar voorzien van allerlei attributen zoals een mes, een waaier, een bontmantel, een gewaagd borstje, enzovoort, “waardoor ze zich laten transformeren in een type, bijvoorbeeld dat van de ongenaakbare vrouw die zich door haar onbevangen lichaamsexpressie als onkwetsbaar voordoet, doch er niet in slaagt het bestaan van geheime zieleroerselen te verdoezelen. Dat maakt deze foto’s zo intrigerend: de anonieme gezichten stralen typisch vrouwelijke emoties uit, niet door de gezichten zelf, maar door de keuze en manipulatie van de fotografe”. Men mag botweg gewag maken van plagiaat uit de fotografiegeschiedenis, met weinig zin voor variatie.

De klap op de vuurpijl is de uitgebreide ruimte die Günther Beckers ter beschikking krijgt. Waarlijk een kunstschilder uit de Euregio Maas-Rijn, zoals een reeks mystiekerige portretschilderijen, enkele concerttaferelen en een serie aquarellen illustreren. Roel Knappstein construeert koele industriële materialen tot evenredige wandobjecten, die het bekijken waard zijn.

Tenslotte nog één zaal, waar Gabriele Heider tweehonderdvijftig paneeltjes – uit een reeks van duizendtweehonderd! – zes rijen hoog op de wand heeft gespijkerd. Afkomstig uit een rundveefokkerij heeft de kunstenares linnengoed uit een geërfde bruidsschat energiek verknipt, vervolgens onvervaard in de koemest gedrenkt en op een spieraam gespannen, daarna een stamboek van haar koeien op het doek gekleefd, een klad willekeurige kleur erop gezwierd en tenslotte het geheel in giethars verzegeld. Zonder ironie. Het geheel mag er zijn en contrasteert gevat met een reeks variaties op een landschap, lyrisch abstracte tekeningen en schilderijen van Luc Piron, die aan de overzijde van de zaal hangen.

 

Nawoord

De Heer Kramers, voorzitter van de Euregio Maas-Rijn, stelde in de catalogus van 1986 dat de Euregionalen de polsslag van een volk zouden verbeelden en bijdragen tot de verbetering van zijn welzijn. Na deze representatieve en therapeutische definiëring van kunst, vervolgde Wolfgang Beckers van de Neue Galerie te Aken, dat de tentoonstellingen met hun catalogi een encyclopedie van kunstenaars uit deze regio zouden aanbieden, die voor de geschiedschrijving van allergrootste waarde zou zijn. In 1987 stelde Urbain Mulkers dat door het vervagen van de Europese landsgrenzen ook de invloedssferen van bestuurscentra zouden afzwakken. De cultuur was het terrein bij uitstek waarop dit zich zou laten voelen. Kunst was nog steeds een uitstekend middel om een regio te profileren, hoewel hij moest toegeven dat de kunst zich bevrijd had van haar tradities en het regionalisme. Maar onvermoeibaar stelde hij vast dat de Euregio opmerkelijke collecties en informatiecentra over hedendaagse kunst kon voorleggen, die men in geen enkele streek ter wereld kon aantreffen (sic!).

Kortom deze reeks tentoonstellingen is ontstaan uit een frustratie vanwege triomfalistische ambtenaren jegens officiële kunstcentra. Latere initiatieven getuigden van een meer nuchtere, bescheiden en zelfs efficiënte aanpak om zinvolle tentoonstellingen samen te stellen. Toegegeven, in het Provinciaal Museum krijgt de Heer Mulkers met twee personeelsleden, suppoost en bibliothecaris vanwege het Limburgs provinciebestuur slechts een kleine speelruimte toegemeten, als hij al niet gedwarsboomd wordt. Maar met kwaliteit uit het onderste van de kan ontneemt hij de “Euregionale ’92″  elke bestaansreden. Ter aanvulling van een encyclopedische kunstenaarslijst beperkt de “Euregionale ’92″  zich tot een louter museale presentatie van een restfractie kunstenaars, van wie het werk zonder enig voorbehoud aangeprezen wordt, wars van elke kritische aan- en invulling van een cultureel Euregionaal streven.

 

Euregionale ‘92″  met werk van Gabriele Heider, Günther Beckers, Malou Swinnen, Luc Piron, Roel Knappstein, Paul Devens, Daniel Dutrieux en André Delalleau is nog geopend tot 28 februari 1993 in het Provinciaal Museum van Hasselt, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt (011/21.02.66).