Exposition Générale

De Fondation Cartier pour l’art contemporain werd in 1984 opgericht door Alain Dominique Perrin, sinds 1969 werkzaam bij het gelijknamige exclusieve juweliershuis. In 1986 werd Perrin door het Franse ministerie van Cultuur aangesteld als chargé de mission pour le mécénat d’entreprises. Een jaar later werd een wet goedgekeurd die de sponsoring van artistieke en culturele activiteiten vastlegde. Vervolgens maakte de wet-Aillagon in 2003 – met Jacques Chirac als president – het mecenaat nog aantrekkelijker, door een belastingaftrek te voorzien die mag oplopen tot 66 procent.
Het bleef niet zonder gevolgen. Sindsdien hebben in Parijs vier kapitaalkrachtige culturele stichtingen infrastructuur neergezet, opvallend genoeg met behulp van architecten van dezelfde generatie. De Fondation Louis Vuitton opende in 2014 een gebouw van Frank Gehry aan de rand van het Bois de Boulogne, de Fondation Galeries Lafayette installeerde zich in 2018 in een door OMA/Rem Koolhaas omgevormd industrieel pand in de Marais, en de Fondation Pinault kreeg de Bourse de commerce in erfpacht, wat in 2021 leidde tot een verbouwing door Tadao Ando.
De topman van de Fondation Cartier moet knarsetandend hebben beseft dat deze stichtingen met alle aandacht gingen lopen. Zijn pionierswerk had ertoe geleid dat hij al in 1993 een toonplek liet bouwen door Jean Nouvel, langs de Boulevard Raspail, in een rustige wijk in het zuidelijke zesde arrondissement. Bovendien was dit gebouw met 1200 vierkante meter relatief klein, en vooral geschikt voor bescheiden thematische of monografische tentoonstellingen. De collectie bleef ondertussen in het depot. Een oplossing bood zich aan in de vorm van een bouwblok uit 1855 vlak bij het Musée du Louvre: een hotel waar zich in 1887 met de Grands Magasins du Louvre een van de grootste shoppingcentra ter wereld vestigde. Op de eerste drie verdiepingen bevond zich sinds de eeuwwisseling een leeglopend winkelcentrum voor juweliers en antiquairs, dat – opnieuw – Jean Nouvel mocht omvormen tot 6500 vierkante meter tentoonstellingsruimte. De bovenste verdiepingen blijven dienstdoen als kantoren; het gebouw aan de Boulevard Raspail staat vooralsnog leeg.
De nieuwe plek van de Fondation Cartier, sinds 2023 met Chris Dercon als directeur, opende op 25 oktober met een collectiepresentatie. De rudimentaire titel Exposition Générale verwijst naar een generale repetitie, maar ook naar de Expositions universelles die in 1855 en 1867 in Parijs werden gehouden. De tentoonstelling presenteert sleutelwerken uit de collectie en herneemt fragmenten van expo’s van de afgelopen veertig jaar. Vier thema’s moeten zeshonderd werken ordenen van meer dan honderd kunstenaars: architectuur, natuur, ‘Making Things’ en ‘Un monde réel’. Bovendien is er een vijfde thema – ‘Expositions personnelles et collaboratives’ – dat dubbel zoveel ruimte geeft aan alles wat niet binnen de eerste topics past. Het resultaat is, uiteraard, un grand bazar, wat niet wegneemt dat er boeiende en onterecht vergeten werken te zien zijn.
Gazebo (2008) is er zo eentje, een installatie van Andrea Branzi, aan wiens oeuvre de Fondation Cartier later dit jaar een overzichtstentoonstelling zal wijden. Het is een kleine, vierkante kamer van zes bij zes, met wanden uit geweven staaldraad waarop vormen zijn aangebracht zoals lapjes wol of scoubidous. Ook een televisieschermpje is opgehangen, hoog, langs de binnenzijde. Gazebo is een poging tot een interieur of een kamer – een ‘binnen’ dat buiten blijft, en dat Branzi’s conceptie van een ‘zwakke en diffuse moderniteit’ symboliseert. Helemaal aan de andere kant van de expo vindt het een escapistische tegenhanger in Panama, Spitzbergen, Nova Zemblaya – een eenmansonderzeeër van Panamarenko uit 1996 met ook een televisieschermpje, om te zien wat er voorbij komt drijven of zwemmen.
Talloze andere werken kunnen genoemd of net zo goed weer vergeten worden, omdat de willekeur totaal is. De clusters zijn niet ruimtelijk geconcentreerd, maar werden uitgestrooid over de verdiepingen. Wat vooral trots moet worden getoond, is het gebouw en de mogelijkheden die het biedt. Nouvel maakte de vloeren van de vijf binnenplaatsen beweeglijk – ze kunnen zich als plateaus verplaatsen, in afwezigheid van het publiek, om zich aan te passen aan de hoogte van kunstwerken. Het is een oudbakken truc uit de sixties – die Koolhaas al toepaste in het gebouw voor Lafayette – om flexibiliteit voor te spiegelen en om de meest blufferige retoriek aan te zwengelen, hopelijk samen met de bezoekerscijfers. ‘Eigenlijk is het museum voortdurend in beweging,’ zei Dercon in De Tijd van 8 november. Of nog: ‘Je zou kunnen zeggen dat ons gebouw de perfecte datingplek van Parijs is.’ Bovendien: ‘Wij stellen met onze tentoonstellingen vragen waarop zelfs Google en AI geen antwoord hebben.’ In het boek over de verbouwing gaat Beatriz Colomina op de ingeslagen weg verder: ‘In zekere zin is de hele ruimte van de Fondation een nieuw soort bewoonbare etalage, met bewegende metalen platformen die de kijker en de kijkwaar transformeren terwijl zij samen de statische architectuur oplossen.’ Alsook: ‘Misschien is de ruimte ’s ochtends anders dan in de namiddag.’ Daarenboven: ‘Als dit een theater is, een mobiel podium, dan zijn de bezoekers de kunstenaars, en dan is alles een performance.’ To top it all off:‘Dit immense mechanisme is an invitation to act.’
Wat het dispositif van Nouvel vooral doet, is onophoudelijk aandacht vragen voor iets anders – en aandacht dus onmogelijk maken. Het is een overvol, drukbezet, duister interieur, dat in alle richtingen chaotisch doorloopt, zowel visueel als akoestisch, en waarin de blik zelden rust vindt. Exposition Générale doet nog het meest denken aan een kunstbiënnale, mocht die georganiseerd worden in een ruimtelijk continuüm als van een metrostation genre Les Halles. Waar de Fondation Cartier van Nouvel uit de jaren negentig de definitieve intrede van het beeldscherm monumentaliseerde, is deze plek, dertig jaar later, ‘een analoge enscenering van de instabiliteit van het digitale leven’, zoals Colomina het terecht omschrijft. Maar waarom zou je een kunstplek bezoeken om net dat in levenden lijve te willen meemaken? Alsof bezoekers hun smartphone thuis hebben gelaten, hangen in de liften schermpjes, gesponsord door Reuters, met nieuwsberichten en met onderaan, in een balkje, de beursfluctuaties. De nieuwe Fondation Cartier is volledig door fomo ingegeven – de onophoudelijke angst iets leuks, winstgevends of spannends te missen, hier of aan de andere kant van de wereld, zodat je zelfs niet meer ziet wat vlak voor je neus staat.
• Exposition Générale, tot 23 augustus, Fondation Cartier pour l’art contemporain, Place du Palais-Royal 2, Parijs.