width and height should be displayed here dynamically

Getemde natuur

Getemde natuur, Vlaams Architectuurinstituut, De Singel, Antwerpen, 2025, foto Sepideh Farvardin

Terwijl klimaatverandering steden dwingt tot vergroening, noodzaakt bevolkingsgroei veel steden om binnen de bestaande grenzen meer woningen te bouwen, vaak ten koste van open ruimte. Groene ruimte staat onder druk, niet in de laatste plaats door economische belangen. Getemde natuur laat zien dat wat vandaag doorgaat voor ‘natuur in de stad’ bijna altijd het resultaat is van een lange, vaak vergeten en ondoorzichtige reeks van hard bevochten beslissingen, toevallige verschuivingen, belangenconflicten en de noden van een tijdperk. De tentoonstelling van het Vlaams Architectuurinstituut onderzoekt die geschiedenis aan de hand van stadsplanning, landschapsarchitectuur, toekomstvisies en verzet, burgerinitiatieven, machtsverhoudingen en esthetische voorkeuren. De presentatie is gebaseerd op het onderzoek van curator Bart Tritsmans en gerealiseerd in samenwerking met Hülya Ertas en Dennis Pohl.

Documentatie van beleidskeuzes, tekeningen van idealistische visies en planologische ontwerpen, archiefstukken, prints, dia’s en televisiebeelden van protesten bieden op effectieve wijze inzicht in de manier waarop keuzes uit het verleden doorwerken in het heden. Wat op het eerste gezicht oogt als een historisch overzicht van stedelijk groen, is ook een oefening in aandacht: voor wat daaronder ligt, welke geschiedenissen doorslaggevend zijn geweest, wat is weggepoetst of juist zó alledaags is dat het niet meer opvalt.

Er is gekozen voor een thematische ordening die niet per se chronologisch is, maar wel historische lijnen blootlegt: vanaf de negentiende eeuw, toen voor het eerst op grote schaal over natuur als onderdeel van de stad werd nagedacht, tot circa 1970, met de opkomst van het klimaatactivisme. De nadruk ligt op de momenten waarop ‘groen’ een stedelijk vraagstuk werd: als recreatieve voorziening of decoratieve revaluatie, als zintuiglijke ingreep tegen overbevolking of als antwoord op vervuiling. Doorheen de vijf thema’s – stadsparken, squares en commons, groene utopieën, recreatie en activisme – loopt de spanning tussen toegankelijkheid en uitsluiting: wie kan gebruikmaken van publieke ruimtes en wie niet? In die context zijn parken en plantsoenen allesbehalve neutraal of vanzelfsprekend, maar eerder symbolen van orde en controle. Ontwerpers tekenden dan ook geen ‘natuur’, maar – bewust of onbewust – beweging, afstand, gedrag en soms zelfs sociale hiërarchie.

Als historisch vertrekpunt zet het stadspark in Antwerpen meteen de toon. Ontwerpen, kaarten en facsimiledocumenten maken zichtbaar hoe het park tot stand kwam en welke alternatieven het niet haalden. De geschiedenis van dit park leest als een typische reeks pogingen om ruimte te organiseren tegen de achtergrond van uiteenlopende belangen. Dat de promenade die moest verdwijnen geliefd was bij de burgerij, kon niet verhinderen dat de plannen van de overheid uiteindelijk bepaalden welke ruimte publiek werd en hoe die werd ingericht.

De onmiskenbare analogie tussen de vormgeving van een park en die van een tentoonstelling wordt niet genegeerd, maar tastbaar gemaakt in het verloop van het bezoek. De scenografie van Aslı Çiçek speelt expliciet met de spanning tussen sturing en vrijheid. Met een lange groene tafel als ankerpunt leiden wanden met verspringende doorgangen de bezoeker via een bepaalde route. De ruimte probeert, net als de afwezige chronologie, niets op te dringen, maar is tegelijk te compact om er werkelijk in te kunnen ronddwalen.

Elk thematisch moment is aangevuld met een hedendaagse artistieke of architecturale commentaar. Sommige werken blijven hangen in een illustratieve annotatie, terwijl andere dieper ingaan op onderliggende kwesties. De toegenomen rol van planning en vormgeving doet bijvoorbeeld vermoeden dat onvoorziene ontwikkelingen uit het stadsbeeld verdwenen zijn. Fotograaf Dieter Van Caneghem toont in de recente reeks Diamond Quartier juist beelden van plekken zonder duidelijke bestemming: restruimtes en overgangszones die buiten de greep van regulering lijken te vallen – of die onverwacht ‘efficiënt’ blijken doordat ze tegelijk fungeren als parkeerplek, graffitispot, hangplek en stortplaats, én ruimte bieden aan spontane vegetatie. Van Caneghems foto’s registreren geen romantiek van verwaarlozing, maar zijn ook geen kritiek. Daarin schuilt spanning: de beelden zijn precies gekaderd, technisch verzorgd, en dwingen de kijker tot een esthetische aandacht die zulke plekken in het dagelijks leven zelden krijgen. Het risico is dat zo’n blik evenzeer ‘temt’ als het beleid dat zulke plekken is vergeten. Willen we ordeloosheid of een plaatje?

En hoe klinkt stedelijk groen? Geluidskunstenaars Maarten Buyl en Raphael Malfliet leverden een bijdrage die via koptelefoons op verschillende plekken te beluisteren is. Voor hun landschapsportretten bezochten ook zij zogenoemde onbestemde plekken, zoals begroeiing op een tunnel of langs de ringweg. Ter plaatse maakten ze opnames, die ze verwerkten in een album van zes tracks: Niemandsland. De luisterervaring schuift heen en weer tussen herkenning en vervreemding: soms hoor je mensenstemmen of vogelgezang, vaker klinkt het als een elektronische mix van waterleidingen, verkeer, wind of de haast van voorbijgangers. Zo ontstaat een geluidslandschap met akoestische aanwijzingen die tonen dat wat we horen niet losstaat van hoe we ruimte ervaren. Net als groen is stadsgeluid het resultaat van beheer én willekeur en wordt het bewust of onbewust weggewerkt of aangelegd.

Seeds of Change, een onderzoeksproject van Maria Thereza Alves dat al in 1999 begon, berust op een mooi idee met een wrange kern: inheemse zaden, onbedoeld meegevoerd als ballast in koopvaardijschepen vanuit gekoloniseerde gebieden, ontkiemden in aankomsthavens en getuigen van een complexe wereldgeschiedenis waarin handel en landschap verbonden zijn. De vorm van de wandpresentatie sluit aan bij de opzet van de tentoonstelling, waarbij informatie op speelse wijze wordt gepresenteerd. Soms doet dat verlangen naar meer actie of uitdaging, maar dat is niet de insteek van Getemde natuur.

Een vraag die zich opdringt zonder uitgesproken te worden, is of ‘natuur’ in de stad nog iets te maken heeft met de gebruikelijke verbeelding ervan: onafhankelijk, wild, levend. Wat betekent natuur als ze volledig is aangelegd en afhankelijk is van stedelijk beleid? In de marge van de tentoonstelling duiken filosofische vragen op die aanzetten tot reflectie: heeft natuur een waarde op zichzelf of pas wanneer ze verkoeling, ontspanning of meerwaarde biedt? En als ‘vergroening’ door overheden wordt gepresenteerd als antwoord op klimaatproblemen, woningnood of mentale stress, wat gebeurt er dan met al die plekken die niet renderen? Zo krijgt de tentoonstelling uiteindelijk een publieke functie: ze maakt beleidsdebatten inzichtelijk en opent een gesprek over de stad als gedeelde ruimte.

 

Getemde natuur, tot 1 februari, Vlaams Architectuurinstituut, De Singel, Desguinlei 25, Antwerpen.