width and height should be displayed here dynamically

Ouest. Urban Legend

Ouest. Urban Legend, Bozar, Brussel, 2025, foto Corentin Haubruge

Het Brusselse bureau Ouest is niet weg te slaan uit het Belgische architectuurdiscours. Het kantoor redigeerde niet alleen de recentste uitgave van het architectuurtijdschrift A+, een themanummer over collectief auteurschap, maar maakte ook een tentoonstelling in Bozar. Beide initiatieven werden gebundeld in een gelijknamig, rijk geïllustreerd boek. Het mag duidelijk zijn: Ouest heeft een verhaal te vertellen.

Het bureau werd in 2009 opgericht door Stéphane Damsin en Jan Haerens. Hun oeuvre heeft een rode draad: liefde voor ‘de stad’, meer bepaald de Brusselse grootstad in al haar complexiteit. Hoewel Ouest ook projecten in pakweg Gent heeft, lijkt het bureau het meest in z’n element op eigen bodem. In tegenstelling tot de vaak ambivalente relatie die de architectuurwereld met Brussel heeft, kiest Ouest voor een radicale aanvaarding van de stad zoals die is. Urban Legend is dan ook geen zwartgallige kritiek op grootsteden, maar een hoopvol pleidooi dat zich concentreert op het hart van de stad: de bewoners.

De tentoonstelling bestaat uit vijf keer twee ruimtes: een thematische kamer met een ontwerpprincipe wordt telkens gevolgd door een zaal met projecten uit eigen werk. Die opstelling houdt de bezoeker geboeid: het betreden van een ruimte waarin één kwestie theoretisch wordt voorgesteld en onderzocht, maakt je meteen nieuwsgierig naar de concrete uitwerking ervan in de volgende kamer. De thematische ruimtes voelen aan als werkplaatsen van bezielde kunstenaars: aan de muren hangen foto’s, tekeningen, collages en andere geïllustreerde referenties. Hier en daar worden luister- en filmfragmenten afgespeeld van experts uit verschillende disciplines. In een van de ruimtes bevindt zich een uitgebreide collectie boeken, die een breed scala aan thema’s herbergt, maar toch steeds terugkeert naar de menselijke schaal en naar de verhalen die daarbij horen. Opvallend is dat de thema’s niet werden geformuleerd als statische vaststellingen. Steeds houden ze een activerend werkwoord in, een onvoltooid deelwoord – staging, reworking, aiming, searching en fostering – als een oproep tot handelen.

Op de levendige chaos van deze vijf thematische plekken volgt telkens een strak opgestelde expositieruimte. Voorbeelden uit de praktijk van Ouest worden uitgelicht aan de hand van een nauwkeurig geselecteerde hoeveelheid beeldmateriaal. In een paar projecten ligt de klemtoon zodanig op het gebruik van het gebouw dat de vormgeving bijna een fait divers wordt. Uitgeknipte papieren vlaggetjes, sjaals aan een kapstok of bezoekers die rustig babbelen in een café geven de opgestelde maquettes een vanzelfsprekende, alledaagse sfeer.

Het eerste onderwerp, ‘Staging human relations’, erkent de eenzaamheid die eigen is aan het stadsleven en trapt daarmee een open deur in. De beelden in de ruimte evoceren aan de ene kant een massa waarin het individu anoniem verdwijnt, maar stellen daar ook het verlangen naar meer persoonlijke collectiviteit tegenover. Een houtsnede van Frans Masereel (Le baiser, 1924) toont bijvoorbeeld een donker, industrieel stadsbeeld als achtergrond voor een innige kus. Dit erkennen van tegenpolen is kenmerkend voor de hele tentoonstelling. Ouest houdt zich ver van stellige uitspraken en probeert grijze zones en tegenstellingen te benadrukken.

De kamer over ‘Staging human relations’ wordt gevolgd door het project Vilar, de transformatie van een theater in Louvain-La-Neuve die in 2024 werd voltooid. De opstelling besteedt aandacht aan de architecturale kwaliteiten van het gebouw en de stilistische keuzes die werden gemaakt om het in te bedden in het stadsweefsel. Pas bij het bekijken van de film die op de achtergrond speelt, wordt duidelijk hoe het project samenhangt met het voorgaande onderwerp. Aan de ene kant worden lege, stille momenten in het gebouw in beeld gebracht: het café voor openingstijd, achtergelaten rommel enzovoort. Dan weer is het gebouw vol leven en worden kruiswoordpuzzels opgelost, lopen dansers voorbij en komt de omgeving in beeld.

In het tweede thema gaat Ouest dieper in op de stad die steeds evolueert. ‘Reworking the unfinished’ gaat over de complexe gelaagdheid van een verleden dat in contact komt met een hedendaagse realiteit en dat op de een of andere manier op de toekomst moet worden voorbereid. Visueel wordt dit principe op grote schaal zichtbaar dankzij een schilderij van Akira Yamaguchi uit 2002, waarop met veel detail de stapeling van het stadsweefsel van Tokio wordt uitgebeeld. Op kleinere schaal zijn het bijvoorbeeld bouwnaden in baksteengevels die getuigen van stedelijke gelaagdheid. In een project van Ouest in Schaarbeek dat aanving in 2019 worden drie bestaande gebouwen met elk een eigen verleden verbonden om als cultureel centrum te functioneren: verleden en heden kunnen elkaar versterken en nieuwe verhalen vormgeven.

‘Aiming for urban porosity’ houdt een pleidooi in voor het omarmen van het onverwachte, tegenover het afgelijnde. De tegenstelling tussen openbaar en privé wordt verworpen; een poreuze stad maakt ruimte voor het intieme. Interessant is een tekstfragment waarin de Mexicaanse schrijver Juan Villoro stelt dat mensen, ook in Mexico, zich de stad toe-eigenen via verhalen. Voor de socioculturele organisatie Zinneke ging Ouest op zoek naar de individuele verhalen van gebruikers. Foto’s van kleine, alledaagse momenten beslaan in deze kamer een volledige wand. Stilistische keuzes en architecturale ingrepen lijken eerder een logisch gevolg te zijn dan een doel op zich. Het thema ‘Searching for interdependencies’ gaat dan weer vooral over dynamieken in buurten en wijken. De bekende speeltuinen in Amsterdam van Aldo van Eyck zijn een voorbeeld van stedelijke structuren die gemeenschap stimuleren. Voor het project Variété – een verbouwing van een theater, ontworpen in samenwerking met Flores & Prats – maakte Ouest een prachtige animatie van de wandeling door het gebouw. Het filmpje toont oneindige mogelijkheden tot ontmoeten, verdwalen en spontaniteit.

De doelstelling ‘Fostering ambiguity’ sluit passend af, als een hommage aan het alledaagse in de stad. Sprekend is een foto waarop een verloederd appartementsgebouw in Brussel het zicht op het Justitiepaleis belemmert. De architecten van Ouest maken meermaals op deze tentoonstelling duidelijk dat ze zich niet bezighouden met grootsheid. Ze positioneren zich niet als alwetende masterminds, maar als bemiddelaars voor de vele stemmen, belangen en verlangens in een stad. Het maakt van Urban Legend een verademing binnen het vaak top-down georiënteerde architectuurdiscours. Waar architecten zich soms verliezen in even dicterende als door computers ‘gerenderde’ beelden, brengt Ouest een warm verhaal over de stad in haar (on)volledigheid. Het samenspel van de vijf thema’s maakt een heldere visie duidelijk: de grootstad is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een levend organisme om aan deel te nemen.

 

Ouest. Urban Legend, tot 4 januari, Bozar, Ravensteinstraat 23, Brussel.