width and height should be displayed here dynamically

Haus of fibre

Haus of fibre, TextielMuseum, Tilburg, 2026, foto Josefina Eikenaar

Bij de ingang van het TextielMuseum in Tilburg begroet een regenboogvlag bewerkt met borduursels de bezoeker, die vervolgens uitgenodigd wordt om de hallen van deze voormalige textielfabriek te doorkruisen alvorens de eigenlijke expo te betreden. De eerste ruimte voelt aan als de inkomhal van een huis, kapstok inbegrepen – al zullen hier weinig jassen aan worden opgehangen.

Haus of fibre brengt in kaart hoe queer kunstenaars zich uitdrukken aan de hand van textiel en is het gevolg van een open oproep, uitgeschreven in augustus 2024. Uit 75 inzendingen werden Célio Braga, Nixie Van Laere, Yamuna Forzani en Chathuri Nissansala gekozen. De tentoonstelling is vormgegeven als een huis met verschillende kamers. In elk van de kamers komt een kunstenaar uit de cocreatiegroep aan het woord die een ruimte heeft gecureerd en daar eigen werk aan heeft toegevoegd. De titel verwijst ook naar de ballroomcultuur, waarin houses gemeenschappen zijn van gekozen families en vrienden die tijdens balls met elkaar samenkomen.

De woonkamer is de grootste ruimte in de tentoonstelling, gecureerd door Célio Braga. In For the Angel of History(2022-2023) is het symbool van de roze driehoek verwerkt die queer mensen moesten dragen tijdens de Holocaust. Tijdens de aidsepidemie in de jaren tachtig en negentig namen activisten en kunstenaars het gebruik over als symbool van trots en verzet. Naast het werk van Braga hangt het indrukwekkende Christus Hemelvaart (1915) van Christine en Adrianus van Zeegen, een borduurwerk van wol en zijde waarin verschillende vormen te ontwaren zijn: lelies, een vulva en testikels. Het werk, dat deel uitmaakt van de collectie van het TextielMuseum, kan geïnterpreteerd worden als de verbeelding van harmonie tussen de geslachten, vandaag de dag gezien als queer of intersekse.

De badkamer in de expo is gescheiden van de woonkamer door lamellen van pvc. Naast witte wanden staat een grote spiegel met prikkelende vragen over identiteit en het lichaam. Voor Nixie Van Laere is de badkamer de ruimte waarin zij experimenteert met haar uiterlijk, zich klaarmaakt voor het uitgaan of medicijnen voor haar transitie neemt. Van Laeres vilt- en borduurwerk Drieluik in blauw (2025) toont een close-up van een verschrompelde hand met een ster, een naakt lichaam dat verdwijnt in de mist en de mond die bijna een ster doorslikt. De scènes verbeelden zelfontplooiing, maar ook de vervreemding die gepaard gaat met fysieke transitie.

De slaapkamer is, aldus Yamuna Forzani, een ruimte voor vriendschap en vrouwelijk queer genot. De paarse kleur van de wanden en de schaarse belichting creëren een intieme sfeer. Sisterhood not CISterhood (2022) is een jas met een uitbundige buitenkant en een zachte binnenkant, die door iedereen, ongeacht gender, leeftijd of huidskleur, gedragen kan worden. Verderop komt het prikkelende Black lover II (1972), van de ietwat vergeten queer kunstenaar Harry Boom, uit de collectie van het museum: zwart leerachtig materiaal en touwen geven deze ruimte een sexy, kinky indruk. In dezelfde kamer hangt quiltblok 16 van de Nederlandse AIDS Memorial Quilt uit 1997, meer bepaald de bijdrage van de Brabantse afdeling. Het initiatief voor de AIDS Memorial Quilt ontstond eind jaren tachtig in de Verenigde Staten. De doorgestikte dekens bestaan uit naamvlaggen ter grootte van een grafsteen, telkens gewijd aan iemand die is overleden aan aids, en vervolgens aan elkaar bevestigd. Dit persoonlijke monument is een ontroerend en onmisbaar onderdeel van de tentoonstelling.

In de keuken staat werk van Chathuri Nissansala centraal, die queer inspiratie en verbinding zoekt in de prekoloniale tradities van Sri Lanka. De film Nachchi Samayama (2024) is een eerbetoon aan de Nachchi, een unieke, inheemse gemeenschap van mensen die buiten het binaire bestaan vallen. In de film legt Nissansala locaties vast die tijdens de burgeroorlog werden verwoest en die als ontmoetingsplaatsen dienen voor de queer gemeenschap. Verder is ook Saudade I (2024) te zien, een gezichtssieraad gemaakt met kralen- en borduurtechnieken uit rituele tradities van Sri Lanka. Het dient niet alleen als decoratie, maar ook als talisman voor de identiteit van de drager.

Tot slot heeft de tentoonstelling ook een eigen tuin, die volgens Adelheid Smit, conservator van het TextielMuseum, als metafoor kan dienen voor kunstenaars om een alternatieve wereld voor te stellen. Het hoogtepunt is een installatie van Ada Marcia Patterson. Ze maakte might this dead end be liveable (2023-2024) in het TextielLab, een professionele werkplaats van het TextielMuseum gevuld met oude en hedendaagse machines. Zeesterren die op de vloer bovenop elkaar liggen en met draden aan het plafond zijn verbonden, lijken elkaar vast te houden, maar ook uit elkaar getrokken te worden. Zeesterren kunnen ledematen afstoten als overlevingstactiek, ook al maakt de klimaatcrisis het moeilijker om verloren ledematen te herstellen. Aldus biedt might this dead end be liveable, als krachtige uitsmijter, een poëtische reflectie op de kracht van trans en queer personen om zich tijdens een crisis te transformeren.

Het cocreatieproces van Haus of fibre heeft zijn vruchten afgeworpen. De tentoonstelling is een afspiegeling van de uiteenlopende manieren waarop queer kunstenaars zowel in het verleden als vandaag werken met textiel. Bovendien heeft de samenwerking het mogelijk gemaakt dat verschillende perspectieven binnen de lhbtqia+-gemeenschap – queer, trans, intersectioneel – aandacht krijgen. Haus of fibre toont op een gelaagde manier uiteenlopende praktijken zonder de samenhang uit het oog te verliezen. Hopelijk volgt in de toekomst nog een catalogus waarin de verdiensten van deze tentoonstelling vereeuwigd kunnen worden.

 

Haus of fibre, 11 oktober 2025 tot 15 maart 2026, TextielMuseum, Goirkestraat 96, Tilburg.