width and height should be displayed here dynamically

Joëlle Tuerlinckx. Wor(ld)k in progress?

‘Kijk toe hoe het valt.’ Deze uitnodiging staat te lezen op de papieren vormpjes die de Brusselse kunstenares Joëlle Tuerlinckx ter beschikking stelt van de bezoeker. Met dit werk, Moment d’Exposition, opent ze haar overzichtstentoonstelling Wor(ld)k in progress? bij WIELS. De bezoekers kunnen de papieren vormpjes in de voormalige graansilo naar beneden laten dwarrelen. Elke val is anders, afhankelijk van de vorm, van de wijze waarop het papier aan de zwaartekracht wordt overgeleverd. Tuerlinckx dringt aan op een onmiddellijke manier van kijken, een onbevooroordeelde bijna kinderlijk nieuwsgierige observatie, die niet bij voorbaat al door inleidende teksten een bepaalde richting is uitgestuurd. En misschien geldt dit devies heimelijk wel voor de hele tentoonstelling. 

De werken in de zalen worden niet van bijschriften voorzien, enkele met potlood op de muur aangebrachte legendes daargelaten. Maar het werk wordt wel geduid. Tuerlinckx stelde daartoe een exhaustief en alfabetisch gerangschikt lexicon samen. Het is een ‘catalogus’ in de strikte betekenis van het woord. De kunstenares beperkt zich tot een geordende naamlijst zoals die in een bibliotheek of een archief beschikbaar is, aangevuld met beschrijvende, bijna stenografische teksten zonder illustraties. Bij de toegang van beide verdiepingen staan alle werken met kleine letters op een grondplan aangeduid. Een begeleidende legende linkt de letters aan de titel van het werk en verwijst naar de juiste bladzijde in het lexicon. Ook de verschillende tentoonstellingszalen worden geclassificeerd en krijgen titels als A. Chroma-chronografische inleidingszaal of G. Zaal ‘Gratis’. Maar de catalogisering is in die zin bedrieglijk dat ze allesbehalve een makkelijke toegang tot het werk verschaft. De bezoeker wordt verplicht zich door een gecompliceerd referentiesysteem heen te worstelen, dat elke rechtstreekse relatie tussen duiding en werk onderuit haalt.

De opbouw van de tentoonstelling is evenwel vrij helder. Het eerste niveau biedt de toeschouwer inzicht in het artistieke basisvocabularium van Tuerlinckx, dat ze met een verwijzing naar Virginia Woolf ‘the little alphabet’ heeft gedoopt. De bezoeker doorloopt er een abstracte tour d’horizon langs de basisingrediënten van het oeuvre, die de kunstenares veelal uit haar archief heeft opgediept. Op de verschillende muren is een chaotisch landschap van kaders en objecten te zien, waarvan de verschijningsvorm evolueert van punten en lijnen over elementaire vormen als vierkanten en cirkels tot complexere structuren als taal, kleur, filmprojecties en gevonden objecten. Het is een amalgaam van oud en nieuw, af en onaf werk, veelal duidelijk aangetast door de tand des tijds. Tuerlinckx heeft het letterlijk van de wereld afgezonderd door de vensters in de zaal te blinderen.

Op het tweede niveau wordt de expositie minder abstract. In zaal C. Zaal van de conventies en impressies van tijd laat Tuerlinckx opnieuw het daglicht toe en onderzoekt ze de impact van tijd op de ruimte en onze perceptie van dit proces. Voor de gelegenheid herneemt en herwerkt ze werk van vorige exposities. Zo is er een geschaald model te zien van Chambre Solaire, een cilindervormig solarium verlicht door UV-lampen dat oorspronkelijk in de ronde hal van het M HKA was opgesteld. De potloodtekst op de buitenwand luidt: In deze kamer: 1 seconde = 1 minuut, 1 dag = 1 jaar. In een hoek van de zaal heeft ze het verouderingsproces een handje geholpen door de muur plaatselijk met thee te beschilderen. Dit werk, Salle-Thé of Salle X ans d’Âge was eerder al op de tentoonstelling Die fünfte Säule (2011) in de Sezession in Wenen te zien. Het meest in het oog springt het fragiele Faux Rayon, een cluster van ragfijne zwarte draden die als een stralenbundel van het venster naar de vloer gespannen zijn. Het werk lijkt de onvermijdelijke voortgang van de tijd in de ruimte te willen bevriezen, terwijl de eigen schaduw tegelijkertijd zelf de dagelijkse evolutie van de zonnestand in beeld brengt. Het vindt zijn tegenhanger op het derde niveau van Wiels. Daar heeft Tuerlinckx een grote spot opgesteld die als een artificiële zon de stad Brussel door het panoramische raam belicht en de blik van de toeschouwer naar buiten richt. Maar ook de wereld laat zich niet door deze artistieke operatie tot stilstand brengen. Werk noch wereld lijken in deze aan het voortschrijden van de tijd te ontsnappen. Het is een bewustzijn dat de hele tentoonstelling beheerst.

Wor(ld)k in progress? wordt dan ook nooit eenduidig retrospectief, ondanks het feit dat Tuerlinckx voor dit overzicht haar eigen archief doorploegde en materiaal toont dat al te zien was in voorgaande tentoonstellingen. Zelf heeft ze het over de ‘reactivering’ van oudere werken, waarbij duidelijk wordt dat het archiveren en ordenen, het bijhouden en later terug opgraven van vroegere werken en thema’s voor de kunstenares een substantiële rol spelen bij de totstandkoming van nieuw werk. Zo wordt in zaal B. Zaal van de protocollen een bekommernis gethematiseerd die zich al bij Tuerlinckx’ eerste exposities begin jaren 90 manifesteerde: het tentoonstellen zelf. Met onderdelen als ‘materie’, ‘materialen’, ‘zaalwachter’, ‘verklarende planken’, ‘muren en verlichting’ en ‘de perfecte bezoeker’ lijkt Tuerlinckx de bezoeker een spiegel voor te houden en de vraag te stellen in welke mate kunst dient te voldoen aan geijkte normen en verwachtingen. Zo bevindt zich onder de Planches Explicatives een reeks geschaalde afdrukken waarop de exacte afmetingen van standaard papierformaten staan aangegeven. Naar analogie van haar tentoonstelling A stretched museum scale 1:1 (2001) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft Tuerlinckx bovendien een aantal gekleurde zalen geïntroduceerd. Het zijn welkome ‘lege momenten’ in een verder overrompelende tentoonstelling. Merkwaardig genoeg dringen juist deze sobere installaties elders in de tentoonstelling door. Het flitslicht van de verduisterde zaal E. Flash Vision is door de ventilatieroosters zichtbaar in de naburige zaal, waar ook het fluogroen van F. Zaal out (groen) op de vloer doorschemert. Het rose van de Rosa Raum op de bovenste verdieping valt dan weer als een papieren waterval dwars door de onderliggende expositiezalen naar beneden. Van de tweede etage tot de dakverdieping ontmoet de bezoekers meermaals deze Grande Chute Rose (2012): ongekaderd, verrassend, bevreemdend – net zoals Tuerlinckx’ ander werk. Wie kijkt ook hier toe ‘hoe het valt’?

 

Joëlle Tuerlinckx. Wor(ld)k in progress?, tot 6 januari 2013 in WIELS, Van Volxemlaan 354, 1190 Brussel (02/340.00.53; www.wiels.org).