width and height should be displayed here dynamically

Kunstenaarsboeken (14): Dagelijkse notities (1)

Dagboeken zijn een literair genre, denk maar aan Het Achterhuis van Anne Frank of de gebundelde notities van Franz Kafka. Ulysses van James Joyce is dan weer letterlijk een dagboek, aangezien de gebeurtenissen zich afspelen tijdens één dag, 16 juni 1904. In 1968 verscheen a: A Novel by Andy Warhol, dat op Joyce is geïnspireerd en 24 uur beschrijft in het leven van Ondine (aka Robert Olivo), een superster en fervent amfetaminegebruiker uit de films en de entourage van Warhol. De kunstenaar huurde vier typistes in om 24 audiobanden met gesprekken tussen hem en Ondine te transcriberen, opgenomen tussen 1965 en 1967. Het boek is daar een letterlijke weergave van, inclusief onomatopeeën van omgevingsgeluiden, tikfouten en inconsistenties. Ik heb geen exemplaar van a, en beperk me zoals gebruikelijk tot titels uit mijn collectie.

 

Michael Riedel, Dennis Loesch, Oskar-von-Miller Strasse 16, Montreuil/Parijs, Silverbridge, 2003, [1320] pp., 24 x 17 cm, 1019 ills., softcover, 500 ex., genummerd, 50 ex. als editie met 5 affiches

Dit boek van de Duitse kunstenaars Michael Riedel (1972) en Dennis Loesch (1979) is een eerbetoon aan a: A Novel. Niet alleen lijkt het omslag op dat van de originele uitgave (de grote, rood gezette letter uit de titel werd vervangen door een zwart-witportret van Warhol), de inhoud onthult eveneens het leven van een community en is ook gebaseerd op transcripties van geluids- en videobanden. Deze 117 tapes werden gemaakt tussen 6 juni 2000 en 3 januari 2003. De titel Oskar-von-Miller Strasse 16 verwijst naar het adres in Frankfurt am Main, waar Riedel en Loesch samen met Alina Grumiller, Ursula Schöndeling, Hank Schmidt in der Beek en Niklas Schechinger tussen 2000 en 2006 regelmatig clubavonden organiseerden. Onder het motto ‘opnemen, labelen, afspelen’ werden diverse evenementen opnieuw opgevoerd, met een scherp esthetisch oog voor de gebreken van overdracht en verspreiding, zoals Riedel het omschrijft. Deze in elkaar geknutselde re-enactments van tentoonstellingen, performances, installaties of filmvoorstellingen noemt Robert Ohrt in zijn voorwoord op het boek ‘trefpunten voor sabotage’. Onderverdeeld in een dertigtal rijkelijk geïllustreerde secties, genoemd naar activiteiten – Anekdotenkonferenz, Bar Oppenheimer, Blackbox, Clubed Club, Film Filmed, Legendary Orgasm, Quadrophenia, Secession of Warhol Shooting – getuigt dit ‘dagboek’ volgens hem van ‘plezier in devaluatie’, maar ook van ‘verhoogde aandacht’, van ‘verering’ of van ‘minachting voor het origineel’, zodat het gedocumenteerde tijdperk enkel in een vervormde staat tevoorschijn komt. Nadat het clubgebouw in 2006 werd afgebroken en de initiatiefnemers hun activiteiten in 2007 eerst naar Berlijn en in 2010 terug naar Frankfurt verhuisden, verscheen in 2014 bij David Zwirner in New York, naar aanleiding van een tweede Anekdotenkonferenz, een herziene Engelse editie onder de titel Oskar, met een gedeeltelijk nieuwe inhoud en een groter formaat.

 

Lee Lozano, Private Book [11 delen], New York, Karma, 13,2 x 8,9 cm, spiraalbinding; #1, 2016, [136] pp., 1500 ex. (herdruk op 3000 ex., 2019); #2, 2017, [196] pp., 2500 ex.; #3, 2017, [200] pp., 2500 ex.; #4, 2018,[186] pp., 2500 ex.; #5, 2018, [198] pp., 2500 ex.; #6, 2019, [118] pp., 3000 ex.; #7, 2019, [198] pp., 3000 ex.; #8, 2021, [200] pp., 2000 ex.; #9, 2021, [180] pp., 2000 ex. In het voorjaar van 2026 zullen de laatste twee delen verschijnen, telkens in een oplage van 750 ex.

De elf notitieboeken van de Amerikaanse kunstenaar Lee Lozano (1930-1999) ontstonden tussen 1968 en 1972 en werden postuum, tussen 2016 en 2026, gepubliceerd door Karma in zorgvuldige facsimile-uitgaven. Niet bedoeld voor het publiek en met private prominent in drukletters op de omslagen, redigeerde Lozano haar notitieboeken in januari 1972, door ze opnieuw te dateren, van nieuwe commentaren te voorzien of door passages onleesbaar te maken. Dit was ‘wellicht een laatste herschikking van haar nalatenschap met het oog op een lezerspubliek’, zoals Madeline Weisburg in haar boeiende recensie op de blog van The Brooklyn Rail opmerkte.

De boekjes staan vol ludieke, zelfkritische, twijfelende en soms ook banale notities zoals telefoonnummers, roddels, grappen, lijsten met boeken en afspraken, aantallen gerookte sigaretten, aforismen, politieke statements of ideeën voor schilderijen. Een paar voorbeelden:

[01.05.68] Legalize pot! Illegalize marriage! [02.05.68] I decided that I do not want to live with a man (or anybody else). [09.05.68] Kosuth’s art it seems to me is more about words than it is about ideas. [Zonder datum] Dan Graham anagrahams [sic]: Ha! Drag, man / Ram had nag / Man had rag / Mad hag ran / A grand ham / Ham and rag. [08.04.69] Painting is the most extreme transformation of homely, ordinary, cheap materials into an extraordinary eye-and-mind-pleasing ‘vibrating’ slab of ‘abstract’ matter! [06.05.69] Maybe it’d be fun to live with a man again providing we each had our own separate place also. [16.05.69] On last day of show, give everything away, first-come-first-served. This is for when I give up pntng [sic].

In geschiedenisboeken is Lozano vooral bekend dankzij de even ultieme als immateriële en langlopende performance Drop Out Piece uit 1970, waarin zij zich, op het hoogtepunt van de conceptuele kunst en het postminimalisme, afkeerde van de New Yorkse kunstwereld om in zelfbepaalde en eenzame opsluiting verder te leven – zonder telefoon, radio, lectuur, drugs of contact met andere mensen. In 1972 beëindigde ze haar artistieke carrière en verhuisde ze van New York naar Dallas, waar ze 27 jaar later overleed.

 

stanley brouwn, steps, Amsterdam, Stedelijk Museum, 1971, [72] pp., 13,6 x 20,8 cm, softcover, 2200 ex.

stanley brouwn (1935-2017) is misschien wel de meest radicale kunstenaar ooit. Al vroeg in zijn carrière, vanaf 1972, weigerde hij de reproductie van zijn spartaans en minimalistisch ogend werk, net als de vermelding van biografische gegevens. Wie geïnteresseerd was, moest zijn sculpturen, installaties, video’s en tekeningen – meestal registraties van afstanden, periodes of (historische) meeteenheden – ‘in het echt’ bekijken. Een veertigtal kunstenaarsboeken, verschenen tussen 1970 en 2013, zijn schraal en monotoon van stijl; aan hem gewijde pagina’s in catalogi van groepstentoonstellingen bleven op zijn verzoek blanco.

Het kunstenaarsboek steps verscheen bij een solo in het Stedelijk, op uitnodiging van Edy de Wilde, tussen 18 maart en 18 april 1971. De inhoud beslaat exact deze periode, waarin de kunstenaar een reis van 32 dagen maakte, van Amsterdam naar Algerije via België, Frankrijk, Spanje en Marokko, en dan terug naar Nederland. In een toelichting schreef brouwn: ‘van 18 maart tot 18 april 1971 bepaalde ik elke dag mijn totaal aantal voetstappen door middel van een handteller. in deze periode bezocht ik een aantal landen waar ik nog nooit eerder was geweest. de voetstappen daar waren dus mijn eerste voetstappen in die landen.’ Wat volgt zijn 32 notulen, als het ware als een reisverslag, telkens op een rechterpagina in de rechterbenedenhoek. Op aparte regels staan telkens een datum, een getal (het aantal voetstappen per dag) en de naam van een land (of landen), nogmaals met het aantal stappen. Bijvoorbeeld, op de eerste pagina: ‘18-3-71 / 4734 / netherlands (0-4734)’.

Of op de vijfde pagina, met een grensovergang: ‘22-3-71 / 19163 / france (0-332) / spain * (333-19163) / * my first visit to this country’.

Uit zijn notities valt op te maken dat stanley brouwn niet alleen Spanje, maar ook Marokko en Algerije in deze periode voor het eerst bezocht, dat hij elf dagen in Nederland doorbracht, maar de meeste stappen in Marokko zette (176.405) en dat hij het minst lang in België verbleef (2 dagen, 406 stappen). Het totale aantal wordt niet vermeld, maar brouwn heeft tijdens deze reis van 32 dagen 553.690 stappen gezet. Dergelijke opsommingen ogen even afstandelijk als het ‘dagboek’ zelf, dat desondanks een zeer individueel perspectief biedt op zijn traject.

 

On Kawara, I Went. I Met. I Read. Journal-1969, Keulen, Verlag der Buchhandlung Walther König, 1992, 4 delen met in totaal [1032] pp., 28 x 21,5 cm, softcovers in kartonnen doos (30 x 22,8 x 8 cm), 300 ex.

Deze editie verscheen naar aanleiding van de Kunstpreis Aachen die in 1992 aan On Kawara (1932-2014) werd uitgereikt. Kawara’s artistieke praktijk viel nagenoeg samen met het documenteren van zijn dagelijks leven: de mensen die hij ontmoette, de plaatsen die hij bezocht, de boeken die hij las. Dergelijke aantekeningen werden gebundeld in drie unieke reeksen met mappen: I Met (1968-79) en I Went (1968-79), met telkens 4772 pagina’s in 24 mappen, en I Read (1966-95) met 3272 pagina’s in 18 mappen. Kawara’s Journal, vastgelegd tussen 1966 en 2013, besloeg daarnaast nog eens 48 delen. De uitgave uit 1992 bestaat uit vier softcovers in een doos en geeft de bovenstaande series uit het jaar 1969 weer. In dat jaar vond de missie van de Apollo 11 plaats, wat de kunstenaar ook inspireerde om zijn tot op dat moment grootste Date Paintings te realiseren, telegrammen te versturen met de boodschap ‘I AM STILL ALIVE’ en het project met als titel One Million Years te bedenken.

In het boek I Went staat op elk van de 388 pagina’s een zwart-witkopie van een stadsplattegrond, met in het rood aangeduide wandelroutes en onderaan een gestempelde datum. Kawara bracht 1969 door in elf steden: Buenos Aires (01.01-16.01.1969), Asunción (16.01-19.01.1969), Foz do Iguaçu (20.01-21.01.1969), São Paulo (21.01-03.02.1969), Rio de Janeiro (03.02-09.02.1969), São Paulo (09.02-21.02.1969), Brasilia (21.02-27.02.1969), Manaus (27.02-04.03.1969), Caracas (04.03-10.03.1969), Panama (10.03-14.03.1969), Mexico (14.03-31.03.1969) en New York (31.03-31.12.1969) – steden die ook in de andere drie boekdelen terugkeren.

I Met bevat, eveneens op 388 pagina’s maar in kolommen van verschillende lengte, 1 tot maximaal 18 namen. Van de in totaal 2045 genoemde personen komt zijn vrouw, Hiroko Hiraoka, het vaakst voor, naast collega-kunstenaars als Christine Kozlov, Joseph Kosuth, James Lee Byars en Bernar Venet, of tentoonstellingsmaker Kasper König. Alles oogt neutraal en afstandelijk, maar toch valt uit de vermeldingen op te maken dat Kozlov en Kosuth op een gegeven moment een stelletje waren, of dat Kawara op kerstavond de meeste mensen heeft ontmoet.

In I Read worden op 208 pagina’s ongeveer 500 krantenknipsels verzameld, vaak overlappend op diverse bladzijden. Wat zich onder meer laat concluderen, is dat de kunstenaar tijdens zijn tweedaags verblijf in Foz do Iguaçu geen krant heeft gelezen, terwijl de 146 pagina’s over New York, zijn woonplaats, meer dan 380 knipsels bevatten, waarvan het grootste aantal (24) gewijd is aan de maanlanding op 20 juli 1969.

Journal-1969, ten slotte, bevat 48 pagina’s. De titelpagina verwijst in het Spaans naar de HOY-serie (ook gekend als de Today-serie of de Date Paintings), terwijl het boekblok in vier secties is onderverdeeld: ‘1969’ (een geannoteerde jaarkalender met 104 Date Paintings), ‘kleuren’ (104 verwijzingen naar de zwarte gronderingen van de Date Paintings), ‘plekken’ (afbeeldingen van de 11 bezochte steden) en ‘bijschriften’ (104 getranscribeerde toelichtingen bij afbeeldingen uit 14 verschillende kranten). Kawara’s eerste ‘datumschilderij’, dat zijn meest iconische reeks markeert, ontstond op 4 januari 1966 in New York City. Nauwgezet en eenvoudig staat een witgeschilderde datum op een donkere, meestal zwarte achtergrond, die bij uitzondering rood of blauw kan zijn. De datum verwijst naar de dag waarop het schilderij begonnen en voltooid werd en vormt samen met een speciaal gemaakte kartonnen doos en een knipsel uit een krant van die dag het finale werk. In de loop van zijn carrière heeft On Kawara nagenoeg 3000 van dat soort schilderijen gemaakt, soms twee of drie per dag. Uit al deze achtergrondinformatie kan worden geconcludeerd dat deze vierdelige publicatie niet de meest complete, maar waarschijnlijk wel de meest representatieve uitgave binnen zijn oeuvre is.

 

Dora García, Today I Wrote Nothing, Brussel, eigen beheer, 2009, [156] pp., 18 x 11 cm, softcover, 2 ex.

De laatste publicatie van dit eerste deel over ‘artistieke dagboeken’ spreekt boekdelen, hoewel het boekblok onbedrukt is. Op het omslag is in blauwe inkt met de hand geschreven: ‘16. / TODAY / TODAY / I wrote / NOTHING. / Doesn’t matter. / January 9. 1937 • —’. Het gaat om een notitie uit het dagboek van Daniil Kharms (1905-1942), een avant-gardedichter en performer uit de vroege literaire scene van de Sovjet-Unie. Hij werd in 1931 aangeklaagd als anti-Sovjetschrijver, en dus werd hij gearresteerd en opgesloten in een psychiatrische instelling, waar hij naar verluidt door ontbering is overleden. Dora García (1965) transcribeerde deze korte passage uit de uitgave Today I Wrote Nothing. The Selected Writings of Daniil Kharms (New York, Overlook Press, 2007, p. 120) en merkte later op: ‘De overduidelijke onjuistheid van deze zin is vergelijkbaar met de Epimenides-paradox – er is duidelijk iets geschreven, namelijk ‘Vandaag heb ik niets geschreven. Maakt niet uit.’’ De paradox van Epimenides uit de zesde eeuw voor Christus, ook wel bekend als de leugenparadox, gaat als volgt: ‘Alle Kretenzers zijn leugenaars,’ zei de Kretenzer Epimenides. Als de bewering waar is, moet ze juist onwaar zijn, want Epimenides is een Kretenzer, en dus een leugenaar. Als de bewering onwaar is, zou ze enkel waar kunnen zijn. Het leidt tot een logische tegenspraak – kan deze bewering tegelijkertijd waar en onwaar zijn? En is ook dit boek van García wel of niet inhoudsloos en blanco? In een op efficiëntie gerichte en competitieve maatschappij getuigt de notitie van Kharms van een productiviteit die voortkomt uit onproductiviteit en gebrek.