Minne Kersten. There’s Always Another Twist

Er hangt een duistere sfeer in de Oude Kerk in Amsterdam. Buiten is het koud en mistig en binnen is het al even donker; de verlichting is uitgeschakeld. Uit luidsprekers klinkt het geluid van een gure wind, af en toe onderbroken door holle voetstappen, het kraken van deuren, het luiden van kerkklokken en mechanisch geratel. Op drie grote ronde schermen worden video’s geprojecteerd van een schichtige zwarte kat, een draaiende wenteltrap en zwevende stoelen en tafels. Sporadisch schiet er een stroboscopisch licht door de kerk.
Meestal heb ik een afkeer van het soort artistieke tentoonstellingspraktijken van een multidisciplinaire kunstenaar die alles uit de kast haalt om de toeschouwer een vooraf bepaald gevoel te geven. Het komt te geforceerd over, alsof een ervaring wordt opgedrongen die te sterk is ingekleurd. Het resulteert vaak in werk dat universeel en affectief wil zijn, maar dat vooral vlak aanvoelt, eerder als een pretentieuze scenografie dan als een diepgaande artistieke uiting. Minne Kersten (1993) weet met There’s Always Another Twist wél te overtuigen met een gelaagde en poëtische solo.
De afgelopen jaren maakte Kersten furore met enkele installaties. Zoals Constant Companion (2021): een woonruimte als decor waarin een raaf werd losgelaten. Een film registreerde hoe de vogel zich in de ruimte bewoog en werd samen met het decor getoond als installatie in Hotel Maria Kapel in Hoorn. Door een ruimte te exposeren, gevormd door een gebeurtenis, en deze gebeurtenis apart te presenteren, bevraagt Kersten de relatie tussen ruimte, herinnering en gebeurtenis. Welke associaties roept een ruimte op bij een toeschouwer? En hoe worden die associaties gevormd door eerdere gebeurtenissen?
In de Oude Kerk presenteert Kersten ditmaal geen decor. In plaats daarvan heeft ze een jaar lang gewerkt aan site-specific werk: drie films, een geluidsinstallatie en een sculptuur. De Oude Kerk wordt zelf het decor. There’s Always Another Twist gaat over dit middeleeuwse gebouw en wat het bij ons, moderne mensen, oproept. Een bezoek aan de Oude Kerk is voor mij altijd een vreemde en fascinerende ervaring. De honderden graven, beschenen door een beetje daglicht dat via glas-in-loodramen naar binnen valt, tonen de onbevattelijke oudheid van het gebouw, evenals de absolute devotie, die voor geseculariseerde mensen zoals ik onbegrijpelijk is.
Het werk van Kersten maakt je bewust van je associaties doordat het zowel de zintuiglijke waarneming intensiveert als een verbinding legt tussen moderne en middeleeuwse symbolen voor angst en horror. De zintuiglijke ervaring wordt versterkt door een geluidscompositie van zestig minuten, gemaakt met geluidsontwerper Jacob Oostra, als een mix van galmende resonanties van de kerk zelf, die de beleving van de architectuur versterken, en het mechanische geluid van bromtollen, als het geratel van oude videoprojectoren. Achter in de kerk, in de zijbeuk, onder het orgel en in het transept, worden drie 16mm-films op grote ronde schermen geprojecteerd, vergelijkbaar met hoe de zon de glas-in-loodramen verlicht. Iedere film toont een esthetisch en symbolisch archetype van horror: de dierlijke metgezel van de heks, de zwarte kat; een donkere ruimte waarin het meubilair onder invloed van bovennatuurlijke krachten langzaam begint te zweven; en tot slot een duizelingwekkende close-up van een draaiende wenteltrap – de cinematografische truc van de draaiende camera, zoals in Hitchcocks Vertigo. De sculptuur die Kersten voor deze laatste film maakte, een vier meter hoge kopie van de kerktrap getiteld Uncertain Heavens, draait in de Collegekamer continu om z’n as.
Waar de architectuur van middeleeuwse kerken vooral de horror van het Laatste Oordeel communiceerde, vinden moderne voorstellingen van gruwel en ontzetting hun oorsprong in het Phantasmagoria-theater van de late achttiende en vroege negentiende eeuw. Met een toverlantaarn (een vroege projector en afstammeling van de camera obscura) werd een meeslepend spektakel gecreëerd dankzij het vertonen van duivels, geesten en andere angstaanjagende figuren. Naarmate de technologische ‘trucs’ in de loop van de negentiende eeuw algemeen bekend werden, verdwenen de mystiek en de overtuigingskracht van deze voorstellingen. In dit licht was de moderniteit een middel om horror – technologisch en religieus – te ontkrachten én tegelijkertijd te vertalen naar nieuwe vormen.
In een ruimte achter de koorgang liggen acht publicaties die Kersten inspireerden: van historische studies over het creëren van special effects met architectuur, tot literaire verhalen over geesten en sociologische studies waarin het spookachtige wordt beschouwd als een onderdeel van sociale interactie. Het gebeurt vaak dat een gecureerde selectie teksten wordt getoond, die dan vooral lijkt te functioneren als een intellectuele rechtvaardiging van de tentoonstelling als onderzoek, hoewel het de expo ook dreigt te reduceren tot een visueel literatuuronderzoek. Bovendien wekt een dergelijke leestafel de suggestie dat er een onderlinge cohesie bestaat tussen de studies: nuanceverschillen of onenigheden die voortkomen uit literatuurstudie of close reading blijven onbesproken. De publicaties bieden een interessante inkijk in de praktijk van Kersten, maar zonder contextualisering of bespreking blijft alles aan de oppervlakte en ontbreekt de diepgang die nodig is om de complexiteit van het onderwerp volledig te begrijpen.
Het is bovendien juist in de non-cohesie dat deze tentoonstelling haar kracht vindt. Minne Kersten wendt de moderne communicatie van horror aan om onze sensitiviteit tegenover middeleeuwse architectuur aan te wakkeren. Niet om onze ervaring in te kleuren, maar juist om ze te verruimen. Op knappe wijze speelt ze met de ruimtelijke ervaring en de culturele en psychologische associaties van architectuur. Omdat het werk appelleert aan individuele verbindingen, blijft het intiem; omdat het site-specific is, voelt het nooit geforceerd. De spreiding in de ruimte maakt een uniforme, doorlopende en volledig behapbare ervaring onmogelijk. De tentoonstelling is voor iedereen anders, en op elk moment veranderlijk: there is always another twist.
• Minne Kersten. There’s Always Another Twist, tot 6 april, Oude Kerk, Oudekerksplein 23, Amsterdam.