width and height should be displayed here dynamically

Panamarenko

De climax van Panamarenko’s jongste tentoonstelling in het S.M.A.K. krijgen we in de Floraliënhal achter het museum. Daar staat de Scotch Gambit, een stalen gevaarte van achttien meter lang dat een soort hovercraft voorstelt. Zijn romp, een tamelijk gladde carrosserie, is voorzien van kleine raampjes en wordt door vlotters van de grond gehouden; aan de staart zitten schroeven. We kennen dit ding nog van De Opening van het nieuwe S.M.A.K., maar niet zó. Destijds werd het domweg door kunstwerken omringd, nu is er een loopbrug omheen gebouwd waardoor bezoekers in een grote boog rond het reusachtige toestel heen kunnen lopen, en er vanuit de hoogte op kunnen neerkijken, kuierend over rode lopers. Een stuk of vier trappen leiden naar boven. Beneden hangen plakkaten aan rails, een soort technische fiches die uitleg verschaffen over deze machine, een beetje zoals in de vliegtuigenhal van het Legermuseum in Brussel. Verder staan er in de hal nog een plompe duikboot, een vliegende schotel en een ouder vliegtuig met fietspedalen.

In het museum zelf, op het gelijkvloers, worden onder andere de Piewan getoond (het zilverkleurige, deltavormige elektrische vliegtuigje uit 1975), naast Umbilly I (1976), dat gebaseerd is op de vlucht van vogels, en een rugzakhelikopter. Het geheel wordt aangevuld met een serie objecten uit de jaren zestig – van vóór het vliegtuigentijdperk – en tekeningen en aquarellen. Een tiental werken komt uit de collectie van het museum, dat sinds 1976 verschillende tentoonstellingen met Panamarenko maakte.

Van de bekoorlijke knutselwerkjes uit de jaren zestig in het museum gaat het dus naar een welhaast mythisch schouwspel achteraan, in de hal. De kracht van die opstelling in de hal zit in de relatie die Panamarenko legt met de negentiende-eeuwse voorkeur voor het ‘grootse’ en het ‘gewichtige’. Je denkt inderdaad aan oubollige museale presentaties à la Legermusem, aan panorama’s of wereldtentoonstellingen. De Scotch Gambit wordt niet zomaar in het zonnetje gezet, neen, Panamarenko koestert het ding in het aanschijn van de Wetenschap en de Geschiedenis. Het verschijnt hier als een geprivilegieerd object, en zijn verschijning wordt navenant georkestreerd: met een passerel, rode lopers en zware spots. Zo presenteert men een mijlpaal in de geschiedenis van de technologische vooruitgang. De Scotch Gambit wordt zelfs regelmatig natgesproeid, zodat het metaal het licht van de spots nog beter weerkaatst. Panamarenko maakt op een lucide manier gebuik van deze hal, die zelf nog een constructie was voor de wereldtentoonstelling van 1913 (eigenlijk moest dit bouwsel als stationshal gaan dienen in Kinshasa, maar de Eerste Wereldoorlog stak daar een stokje voor).

Het probleem met Panamarenko in tentoonstellingen als De Opening, en in groepstentoonstellingen in het algemeen, is dat zijn werken het moeilijk verdragen om tussen kunst te worden opgesteld. Zijn hardnekkige pose als weirdo-kunstenaar-wetenschapper is daar allicht niet vreemd aan. De vroege werken herinneren nog aan de happenings die de context van hun ontstaan mee bepaalden; dat geldt zelfs nog voor de Aeromodeller (de grote Zeppelin uit de collectie van dit museum) die in 1971 vanop een Vlaamse weide naar Sonsbeek buiten de perken moest vliegen. Een werk van Panamarenko ‘doet het’ nog steeds het best in een passend sfeertje; en daartoe werd de Floraliënhal nu ook aangekleed.

Het ‘boven de wereld’ aanschouwen van de wereld – de panoramische blik – is Panamarenko altijd eigen geweest. Door zijn technologische pretenties speelt hij het spel van de perfecte controle over het materiaal, maniakaal, alsof aan alles gedacht is. Ook dat is goed te zien in oudere werken uit de tentoonstelling, zoals bijvoorbeeld de levensgrote pop Feltra. Ze is, net als de zetel waarin ze zit, volledig met vilt bekleed; een professioneel staaltje van stoffeerderij. De Krokodillen zitten in hun bak (net als in de Antwerpse dierentuin, zo beweerde de kunstenaar al decennia geleden), planten vinden we terug in de Hofjes, en de Eenden hokken in een zelf gefabriceerde kooi zoals je die op een markt voor pluimvee aantreft. Die aandacht voor het presenteren van dingen in een ‘natuurlijke’ context (in hun ‘biotoop’), bereikt in de hal een grootsprakerig hoogtepunt vol manièra.

In het doen alsof (het doen zoals de grote jongens van de wetenschap bijvoorbeeld) vertolkt Panamarenko een heldenepos met als hoofdpersoon het type van ‘de kleine held’. Er is nauwelijks een waardiger tribune denkbaar dan het grote S.M.A.K. om dit epos op te voeren.

 

• Panamarenko nog tot 20 mei in het S.M.A.K., Citadelpark, 9000 Gent (09/221.17.03).