Presence in Process. 30 Years of Art and Craft at Studio Claudy Jongstra

Als je door het Cuypershuis loopt, lijkt het alsof de houten vloeren nog het ritme dragen van de ambachtslieden die hier ooit werkten. In de ateliers hangt de geur van nat hout en lijm alsof de negentiende eeuw zich koppig heeft vastgezet. Met een beetje verbeelding hoor je de beitels nog tikken. Het is een plek die zijn eigen verleden voortdurend fluistert.
Die historische ruis maakt de afdaling naar de kelder des te opvallender. Daar, onder het huis van de man die zijn carrière bouwde op ornament, vakmanschap en bouwkundige virtuositeit, ontvouwt zich Presence in Process, de overzichtstentoonstelling van Claudy Jongstra (1963). Het voelt als een ontmoeting tussen twee vormen van ambacht die elkaar nooit gekend hebben, maar elkaar hier – in een onverwachte ondergrondse schikking – toch lijken te begroeten. Cuypers monumentaliseerde zijn ambacht; Jongstra cultiveert het. Maar waar Cuypers zijn werk in steen kon beitelen, werkt Jongstra met wol, planten en tijd – materialen die zich minder makkelijk laten fixeren.
De introductievideo waarin Jongstra vertelt over haar zoektocht naar kleur vormt een helder vertrekpunt. Kleur verschijnt bij haar niet als een louter esthetisch gegeven, maar als een vorm van belichaamde kennis: landbouwkundig, ecologisch, relationeel. Die gedachte blijft in de tentoonstelling vooral op de achtergrond meespelen. Presence in Processtoont een brede waaier aan elementen uit haar praktijk – modeprojecten, wandpanelen, kleurstalen, architecturale toepassingen – maar kiest niet voor één leidende invalshoek. Het resultaat is een overzicht dat genereus is in wat het presenteert, maar minder nadrukkelijk richting geeft. De bezoeker krijgt een rijk palet aan objecten, maar die bieden slechts gedeeltelijk zicht op de logica die deze praktijk samenhoudt.
De eerste zaal brengt Jongstra’s vroege werk samen met recente modeprojecten. De zaaltekst benadrukt hoe zij zich al snel afkeerde van de modesector, maar de presentatie zelf mengt oud en nieuw op een manier die de chronologie eerder suggereert dan uitwerkt. Het resultaat is een ruimte die vooral laat zien dat Jongstra al decennialang met wol, kleur en textuur werkt, maar die minder duidelijk maakt hoe die vroege fase zich verhoudt tot haar huidige praktijk. De zaal lijkt een verhaal te willen openen, maar laat het vervolgens open – een keuze die ruimte laat voor interpretatie, maar de bezoeker ook enigszins aan zijn lot overlaat.
Verderop ontvouwt zich een indrukwekkende hoeveelheid materiaalonderzoek. De kleurstalen zijn prachtig, de wolpanelen intens, de texturen rijk. Hier probeert de tentoonstelling nadrukkelijker het proces zichtbaar te maken: met foto’s van Jongstra’s boerderij en werkplaats, videofragmenten en een wand die het verfproces stap voor stap toont. Het zijn waardevolle pogingen om een praktijk te benaderen die in essentie relationeel en seizoensgebonden is. Maar juist daardoor wordt duidelijk hoe moeilijk het is om een proces werkelijk te vangen in een museale setting. Foto’s en video’s kunnen tonen dat iets gebeurt, maar zelden hoe het voelt om het te doen. De bezoeker ziet de sporen van arbeid, maar niet de arbeid zelf.
Dat spanningsveld is geen tekortkoming van het museum, maar een structurele uitdaging. Jongstra’s praktijk draait om tijd, ritme, seizoenen en regeneratie: vormen van kennis die zich normaliter onttrekken aan objectmatige presentatie. Het museum probeert dit te benaderen met uitlegpanelen, materiaalmonsters en procesbeelden, maar blijft onvermijdelijk binnen de logica van het tonen. Wat zichtbaar wordt, zijn de residuen van een praktijk die in werkelijkheid voortdurend in beweging is.
De nieuwe museumtuin, waar planten worden gekweekt die Jongstra gebruikt voor haar kleuronderzoek, vormt een veelbelovend tegengewicht. Tijdens mijn winterse bezoek lag de tuin er nog kaal bij, maar het idee is sterk: een levende, seizoensgebonden uitbreiding van de tentoonstelling. Hier wordt de verbinding tussen landbouw, ecologie en ambacht tastbaar. De tuin is geen decoratief gebaar, maar een essentieel onderdeel van Jongstra’s praktijk. Het is jammer dat deze gedachte binnen nauwelijks wordt voortgezet.
In een video die Jongstra maakte voor het Louisiana Museum of Modern Art wordt het verfproces getoond: het ritme van het roeren, het geduld van het wachten, de interactie tussen hand, materiaal en tijd. Die lichamelijkheid, die traagheid, die toewijding – het zijn de elementen die haar praktijk bijzonder maken. Presence in Process blijft hier opvallend voorzichtig. De tentoonstelling benoemt het proces, maar durft het niet te belichamen. Het resultaat is een presentatie die informatief is, maar weinig urgentie heeft. De passie die Jongstra in haar werk legt, blijft op afstand.
Dat is jammer omdat Jongstra’s praktijk juist uitnodigt tot een radicalere benadering. Haar werk gaat niet alleen over wol en kleur, maar over kennisverlies, regeneratie, landbouwpolitiek en de vraag wat er gebeurt wanneer ambacht uit zijn context wordt gehaald. Het Cuypershuis, als historisch atelier, had een ideale plek kunnen zijn om deze vragen scherp te stellen. De tentoonstelling kiest echter voor overzicht in plaats van voor een uitgesproken positie. Jongstra’s oeuvre wordt getoond, maar reflectie op de implicaties ervan ontbreekt.
Toch hebben de werken een sterke aanwezigheid. De kleuren, ontwikkeld uit planten die Jongstra cultiveert, hebben een diepte die synthetische pigmenten zelden bereiken. De wolpanelen ademen een materialiteit die zich niet laat reduceren. De tentoonstelling werkt het best wanneer de objecten zelf spreken en het minst goed wanneer er geprobeerd wordt te verklaren wat niet getoond kan worden. Presence in Process balanceert, als rijk overzicht, tussen generositeit en voorzichtigheid, maar blijft weg van de scherpte die Jongstra’s praktijk verdient. De musealisering van op processen gebaseerde kennis is niet eenvoudig, maar juist daarom had de tentoonstelling meer durf mogen tonen. Wat gaat er verloren wanneer een proces wordt gefixeerd? En wat kan een museum doen om die spanning zichtbaar te maken? Misschien moeten we allemaal een korte stage volgen op Jongstra’s boerderij in Friesland om alles echt te begrijpen.
• Presence in Process. 30 Years of Art and Craft at Studio Claudy Jongstra, tot 30 augustus, Cuypershuis, Pierre Cuypersstraat 1, Roermond.