nr156
maart-april 2012

Dit nummer kwam tot stand in samenwerking met Koen Brams. 

Postmodernisme in Vlaanderen/Nederland & grensverkeer

Het postmodernisme in Vlaanderen en Nederland, het zijn twee totaal verschillende werelden, zo bleek in het vorige nummer, dat om die reden in twee delen was opgesplitst, een Vlaams en een Nederlands. Dat er tussen beide regio's ook grensverkeer plaatsvond, is evident. Maar wat was de aanleiding, de aard en de inzet van die contacten? In dit nummer stellen we enkele gevallen van grensverkeer voor, min of meer in chronologische volgorde.

Een eerste aanwijzing van 'grensverkeer' kan worden gevonden in de twee beelden waarmee het nummer opent. Het linkerbeeld, een reproductie van Le singe qui peint van de Franse 18de-eeuwse schilder Jean-Baptiste-Siméon Chardin, werd opgenomen in de catalogus van de tentoonstelling Het Onding Kunst, geïnitieerd door het Antwerpse kunstenaarsinitiatief Ruimte Morguen en georganiseerd door Galerie Stalker van 13 maart tot 1 mei 1988 in Breda. Het rechterbeeld is een schilderij dat Rob Scholte in hetzelfde jaar op basis van het schilderij van Chardin vervaardigde. Los van de mogelijk andere interpretatie die de Antwerpse organisatoren van Het Onding Kunst en de Nederlandse kunstenaar Rob Scholte aan dit beeld gaven, is het fascinerend om vast te stellen dat Vlamingen en Nederlanders op haast telepathische wijze met de schilderende aap van Chardin aan de slag gingen!

Het Onding Kunst is uiteraard zelf een voorbeeld van grensverkeer: de tentoonstelling in Galerie Stalker te Breda was een vervolg op de gelijknamige tentoonstellingsreeks die van 1985 tot 1987 liep in het Antwerpse kunstenaarsinitiatief Ruimte Morguen. In het gesprek dat Koen Brams en Dirk Pültau voeren met Marc Schepers - kunstenaar, drijvende kracht achter Ruimte Morguen en een van de organisatoren van de Antwerpse en Bredase tentoonstelling - blijkt bovendien dat hij met de Nederlandse kunsthistoricus Jeroen Boomgaard over het thema postmodernisme correspondeerde. In het gesprek gaan we nader in op Schepers' contacten met Boomgaard en Breda en bespreken we zijn ongewone en interessante interpretatie van het fenomeen 'postmodernisme'. Daarnaast neemt Faby Bierhoff de Nederlandse aflevering van Het Onding Kunst onder de loep, waarbij ze ook aandacht heeft voor de (andere) beleving en receptie van deze manifestatie bij de Nederlandse organisatoren en het plaatselijke publiek. 

De tentoonstelling Klare taal die de Nederlandse kunstenaar Franck Gribling recentelijk in de Antwerpse ruimte Locus Solus organiseerde met 'pre-postmoderne' geestesgenoten die bij de Amsterdamse Galerie Swart exposeerden, vormt de aanleiding voor een bijdrage van Jan van Adrichem over de overgang van het 'pre-postmoderne' naar het 'postmoderne' tijdperk in het programma van Galerie Swart. Dirk Pültau vergelijkt de Vlaamse en de Nederlandse receptie van een kunstenaar die bij uitstek - onder meer in het Nederlandse panelgesprek gepubliceerd in het vorige nummer - als 'postmodern' wordt gelabeld: Jiri Georg Dokoupil.

Daarna worden twee Vlaams-Nederlandse initiatieven telkens vanuit een Vlaams en een Nederlands perspectief belicht. Naar aanleiding van de gezamenlijke Vlaams-Nederlandse Biënnale-inzending van 1993 (curator: Jan Debbaut) bespreken Lieven Van Den Abeele en Dominic van den Boogerd de 'postmoderne' receptie van respectievelijk Jan Vercruysse en Niek Kemps. Steven ten Thije en Hans De Wolf behandelen de tentoonstelling Flemish and Dutch Painting. From Van Gogh, Ensor, Magritte and Mondrian to contemporary artists (Palazzo Grassi, Venetië, 16 maart-13 juni 1997), samengesteld door Rudi Fuchs en Jan Hoet. Tot slot bevat het nummer een bijdrage van Caroline Dumalin over de receptie van het postmodernisme in het tijdschrift Metropolis M van 1979 tot 1989.

 

Door de besparingsmaatregelen in Nederland verliest De Witte Raaf met ingang van 2013 haar volledige Nederlandse subsidie. U kan er mee voor zorgen dat De Witte Raaf overleeft één voor de Nederlandse lezer gratis beschikbaar blijft. Neem een abonnement (€ 25), steunabonnement (€ 50) of stort uw bijdrage op rek. nr. 422-2181611-46 (KBC, België) of 78.49.28.835 (Triodos Nederland).

ESSAYS

Het Onding Kunst

Interview met Marc Schepers

Koen Brams, Dirk Pültau

Spelen met de brokstukken

De receptie van het postmodernisme in Metropolis M (1979-1989)

Caroline Dumalin

Dozen die huizen zijn

Een terugblik op de gezamenlijke inzending van Nederland en België op de Biënnale van Venetië in 1993

Dominic van den Boogerd

Hellenistisch modernisme

Een terugblik op de gezamenlijke inzending van Nederland en België op de Biënnale van Venetië in 1993

Lieven Van Den Abeele

Lied von der Erde

Over het moderne zelfvertrouwen van Jan Hoet

Hans De Wolf

ENGLISH SUMMARY


→ read more

Jan van Adrichem – Riekje Swart (1923-2008): from pre-postmodern art to postmodern art

This essay describes the shift made by the Amsterdam Gallery Galerie Swart (1964-2000) from the second half of the 1970s from presenting and defending constructivist art to showing ‘postmodernist’ art – art described under the label of postmodernism. The first symptom of this shift is a show by Rob van Koningsbruggen. The author discusses the introduction into the gallery program of a group of painters working in Rome (Domenico Bianchi, Bruno Ceccobelli, Gianni Dessí en Giuseppe Gallo), the group Totem Design (Lyon), the ‘Pattern & Decoration’ art defended by Holy Solomon, the Mülheimer Freiheit painters Walter Dahn and Jiri Georg Dokoupil, and the painter Milan Kunc.

Art Galleries – Galerie Swart – Riekje Swart (1923-2008) – constructivism – postmodern art

 

Dirk Pültau – Mülheimer Freiheit and Dokoupil in Belgium and the Netherlands

This short article describes the introduction and reception of the Cologne painters ‘Mülheimer Freiheit’, paying special attention to one of its members, Jiri Georg Dokoupil. It stresses the sharp contrast between Dokoupil’s ‘non reception’ in Belgium and the extensive way he was discussed and appreciated in the Netherlands.

Jiri Georg Dokoupil – Mülheimer Freiheit – 121 Art Gallery – Reception history

 

Koen Brams & Dirk Pültau – Het Onding Kunst. Conversation with Marc Schepers

This is an extensive in-depth interview with artist Marc Schepers, the leading force behind Ruimte Morguen (together with Leen Derks), an alternative art space based in Antwerp founded in 1982. The interview discusses the beginning and history of Ruimte Morguen, but focusses on one specific and ambitious project: the exhibition series Het Onding Kunst (The Impossible Thing (called) Art) which ran from November 1985 to June 1987.

Ruimte Morguen (Antwerp) – alternative art spaces – Marc Schepers – postmodernism

 

Faby Bierhoff – Het Onding Kunst in Galerie Stalker, Breda

This article discusses Het Onding Kunst (The Impossible Thing (called) Art), which was held in Galerie Stalker (Breda, the Netherlands) from 13 March to 1 May 1988. The group show was a sequel of the exhibition series under the same name discussed in the preceding interview. Bierhoff considers the conflicts and misunderstandings between the Belgian and Dutch artists initiatives and their respective audiences.

Galerie Stalker (Breda) – art of the eighties – alternative art spaces

 

Caroline Dumalin – Playing with fragments. The reception of postmodernism in the Dutch magazine Metropolis M (1979-1989)

Dumalin discusses the use of the ‘postmodernist’ terminology in one particular Dutch magazine, Metropolis M (1979-), from its very beginning until 1989. In that year the magazine published an issue looking back on the 1980s.

Metropolis M – art magazines – postmodernism

 

Lieven Van Den Abeele. Hellenistic modernism. Looking back at the collective contribution of Belgium and the Netherlands to the 1993 Venice Biennial

This contribution discusses the collective representation of Belgium and Holland (curator: Jan Debbaut) at the 1993 Venice Biennial from a ‘Flemish’ perspective. It focusses on the discursive embedding of the work of Jan Vercruysse, which was presented in the Belgian Pavillon.

Venice Bienniale (1993) – Jan Vercruysse – Jan Debbaut

 

Dominic van den Boogerd – Boxes like houses. Looking back at the collective contribution of Belgium and the Netherlands to the 1993 Venice Biennial

This contribution also discusses the collective representation of Belgium and Holland at the 1993 Venice Biennial, but from a ‘Dutch’ perspective. It focusses on the discursive embedding of Niek Kemps, whose work was presented in the Dutch Pavillon.

Venice Bienniale (1993) – Niek Kemps – Jan Debbaut

 

Hans M. De Wolf – Lied von der Erde. On Jan Hoet’s modern self-confidence

This contribution discusses the exhibition Flemish and Dutch Painting: From Van Gogh, Ensor, Magritte and Mondrian to Contemporary Artists, curated by Rudi Fuchs and Jan Hoet in the Palazzo Grassi on the occasion of the Venice Biennial of 1997. It focusses, in particular, on Jan Hoet’s contribution to the show.

Jan Hoet – modernism – postmodernism

 

Steven ten Thije – ‘I do not believe there is any such thing as Modern Art.’ Rudi Fuchs’s a-modern concept of modern art

This contribution also discusses Flemish and Dutch Painting, curated by Fuchs and Hoet. It focusses on Rudi Fuchs’s contribution to the show.

Rudi Fuchs – modernism – postmodernism

← back