nr152
juli-augustus 2011

Dit nummer opent met drie bijdragen over de omgang met collecties in evenveel musea. Zowel in het Stedelijk Museum in Amsterdam (dat zich in een overgangsfase bevindt, in de aanloop naar de opening van de nieuwbouw) als in het MAS te Antwerpen (een nieuw museum dat enkele reeds bestaande museumcollecties samenbrengt in een nieuw concept) wordt de omgang met de bestaande collectie – of met bestaande collecties – herdacht en worden nieuwe modellen uitgetest. Nathalie Zonnenberg gaat met Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk, in gesprek over haar omgang met de conceptuele kunst in de collectie van het Stedelijk. Bert De Munck houdt de collectie-opstelling van het recentelijk met veel toeters en bellen geopende MAS te Antwerpen kritisch tegen het licht. De openingsbijdrage van Eric Bracke over het S.M.A.K. brengt een totaal ander verhaal. Verontrustende berichten over beschadigde of zoek geraakte collectiestukken in het S.M.A.K. zijn de laatste tijd legio en wijzen erop dat het museum in het Citadelpark zich in een diepe crisis bevindt. De laatste aflevering van deze pijnlijke soap betreft het werk van de Cubaanse kunstenaar Ricardo Brey (°1955). In 2006 stelde Brey in het S.M.A.K. The Universe tentoon, een installatie van 1004 tekeningen die werden getoond in 99 speciaal door de kunstenaar ontworpen vitrines. Tot zijn grote verbazing constateerde hij enige tijd geleden dat het S.M.A.K. de vitrines – die evengoed deel uitmaken van het werk als de toonkasten in sommige installaties van Marcel Broodthaers – aan verschillende instanties binnen en buiten Gent had uitgeleend. Ze werden onder meer gebruikt voor een tentoonstelling die in opdracht van NUCLEO vzw samengesteld werd door niemand minder dan S.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren zelf (samen met Sjoerd Paridaen), terwijl die nochtans als geen ander op de hoogte was van het statuut van Brey’s vitrines. In zijn bijdrage laat Bracke achtereenvolgens Brey en Van Cauteren hun relaas van de feiten geven.

In het tweede deel van het nummer onderzoekt Bart Verschaffel de complexe verweving van stadszicht en landschap in de ‘stadslandschappen’ van de Italiaanse kunstenaar Giambattista Piranesi (1720-1778) en de intrigerende rol die de figuranten (de staffage-figuren) daarbij spelen. Dirk Pültau ging op zoek naar het intrigerende Belgische collectief Schède (1971-1980) en kwam zo op het spoor van het al even spannende persoonlijke oeuvre van voormalig Schèdelid Alessandro Filippini. Gijs van Oenen bespreekt twee recente boeken over activisme in de kunst: Art and activism in the age of globalization (geredigeerd door Lieven de Cauter, Ruben de Roo en Karel Vanhaesebrouck) en Too active to act. Cultureel activisme na het einde van de geschiedenis van BAVO (Matthias Pauwels & Gideon Boie). Tot slot bespreekt Christophe Van Gerrewey de tentoonstelling The Crooked Path van Jeff Wall in Bozar.

 

ESSAYS

‘Ik heb de conceptuele kunst nooit als gedematerialiseerd beschouwd’

Interview met Ann Goldstein over het Temporary Stedelijk en het voortbestaan van de ‘conceptuele’ kunst

Nathalie Zonnenberg

Het MAS als bestemming

Bert De Munck

Rome als stadslandschap, en zijn bewoners

De functie en betekenis van de staffage in de prenten van Giambattista Piranesi

Bart Verschaffel

Ondergang van de kunstenaar – verrijzenis van de kunst?

De anonieme, efemere en nomadische operaties van Schède (1974-1980) en het werk van Alessandro

Dirk Pültau

Collaboratie in de kunst

Gijs van Oenen
← back