nr50
juli-augustus 1994

De academie

“Laten we hopen dat de in de loop van deze uitzending op tafel gesmeten problemen in een verder gesprek over het kunstonderwijs in Vlaanderen uitgediept kunnen worden”, dat waren ongeveer de laatste woorden, van de uitzending “3 X kunstonderwijs”, een programma van Jef Cornelis en Chris Dercon, waarin het kunstonderricht van drie instellingen onder de loupe werd genomen: de Academie voor Schone Kunsten van Gent, de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Sint-Lukasschool van Brussel. Vervolgens werd het publieke debat over het hoger kunstonderwijs in Vlaanderen weer voor zeven jaar begraven. In dit nummer van “De Witte Raaf” willen we deze discussie opnieuw voor geopend verklaren en kaderen binnen een breed veld van reflecties over kunst en didactiek.

Vertrekkend vanuit het zopas in de Vlaamse Raad goedgekeurde decreet betreffende het hoger onderwijs schetsen we de problemen en uitdagingen waarvoor deze tekst de hogere kunstscholen plaatst en bespreken we de pedagogische praktijk aan de 9 Vlaamse instellingen voor beeldende en audiovisuele kunsten.

Vervolgens lichten twee docenten van kunstscholen hun pedagogische praktijk toe: Dirk Lauwaert (Sint-Lukas, Brussel) en Hermann Pitz (Rijksacademie, Amsterdam). De drie volgende teksten hebben betrekking op Brennpunkt Düsseldorf. Candida Höfer, die in de klas van Bernd (en Hilla) Becher studeerde, blikt terug op haar tijd in de Becherschule. Petra Richter belicht de pedagogische attitudes van Joseph Beuys en schrijft een korte geschiedenis van Beuys’ leraarschap. Marc De Kesel onderzoekt de notie creativiteit, een essentiële component van Beuys’ pedagogisch en artistiek oeuvre. In het tweede deel van “De destructieve impuls” gaat Mark Kremer verder in op kunst die het nu-moment nastreeft en als wezenlijk anti-academisch kan omschreven worden. Het laatste tweeluik onttrekt het begrip overdracht aan de strikt pedagogische context van de academie om bijvoorbeeld de relatie van de tentoonstelling (en tentoonstellingsmaker) met het publiek ter discussie te stellen. Xavier Douroux omschrijft de didactische omgang met de collectie van Le Consortium. Piet Coessens definieert zijn houding ten opzichte van het publiek: “hangt het bestaan van de tentoonstelling zelf niet af van het publiek?”

Verder in dit nummer: Bart Verschaffel over de “période vache” van René Magritte, Steven Jacobs over Robert Smithson, het tweede deel van het interview met Daniel Buren, en een bespreking van de essays van Rudi Laermans door Bart Keunen.

ESSAYS

Meester in de kunst

Koen Brams, Dirk Pültau

Berichten uit een klas

Dirk Lauwaert

"To be a teacher is my greatest work of art"

Beuys als leraar

Petra Richter

Een academie voor creatieve verrijzenis

Een situering van Joseph Beuys' kunstpedagogiek

Marc De Kesel

Vóór het publiek

Piet Coessens

Peinture vache, peinture métaphysique?

René Magritte en het sublieme

Bart Verschaffel

Et in Utah ego

Het sublieme en het pittoreske bij Robert Smithson

Steven Jacobs

Tussen overrijp en prematuur

De essays van Rudi Laermans

Bart Keunen
← back