Essays
-
Kleine theorie van het portret
Bart Verschaffel -
Divismo
Dirk Lauwaert -
‘Rock ‘n’ roll rock…’
Over de onechte echtheid van het rockconcert
Rudi Laermans -
Mystiek lichaam
Dirk Pültau -
Liveness
Performance en de angst voor simulatie
Philip Auslander -
Andreas Gursky: fotograaf van de Generic City
Bloedige vingerafdrukken
Steven Jacobs -
De Lage Landen, afl. 10
Bonje in Boijmans
Koen Brams Bart Meuleman
Besprekingen
-
Laboratorium
Pieter Van Reybrouck -
Tales of the tip
Sven Lütticken
-
Kisho Kurokawa
Petra Brouwer -
Frank O. Gehry
Petra Brouwer
-
Martha Rosler
Etienne Wynants -
Inge Morath
Peter Rotsaert -
Chris Marker, Immemory
Peter Rotsaert -
Art at the turn of the millenium
Sven Lütticken -
Bridget Riley
Pieter Van Reybrouck -
La Consolation & Trattenendosi
Etienne Wynants -
Terminal anaesthetics
Alexander D’Hooghe
81
september-oktober 1999
Pose, acteren en performen
Het portret, de diva in de Italiaanse stille film, het rockoptreden, het klassieke recital en Eric Clapton in MTV-Unplugged, daarover gaat het allemaal in de eerste vijf essays van dit nummer. Centraal staan de vragen: hoe ziet de opvoering van lichamen (op het canvas, op de scène) eruit, welke conclusies kunnen we uit die karakteristieken trekken, en wat zijn eventueel de (extrinsieke) belangen die meespelen in opvoeringen van ‘de ander’, ‘het zelf’, ‘een rol’ of ‘een code’?
Uiteraard worden deze vragen anders beantwoord naargelang van de betreffende ‘scène’. Een schilderdoek is iets anders dan een filmset, de rockstage iets anders dan de bühne. In de voorliggende teksten komen om die reden zeer veel inzichten aan de oppervlakte die mediumspecifiek zijn. Zo legt Bart Verschaffel van naaldje tot draadje uit hoe een tweedimensionaal geschilderd portret ‘werkt’, en houdt Dirk Lauwaert een zeer vurig pleidooi voor een andere geschiedenis van de film waarin zowel het cinematografische instrumentarium als het acteren aandacht krijgen.
Ook de analyses van de ‘opvoeringen’ zijn grotendeels mediumspecifiek, al zijn er wel heel wat parallellen te vinden tussen bijvoorbeeld het extreem uitvergrote spel van de diva en de overacting van de rock ‘n’ roller, tussen de wijze waarop de geportretteerde zijn presentie stuurt omdat hij beseft dat hij geschilderd wordt – Bart Verschaffel heeft het uitgebreid over dit ‘beeldbesef’ – en de manier waarop de diva haar aanwezigheid voor de camera modelleert.
De vergelijking tussen de uitvoerder die zijn eigen verdwijning op de scène wil bewerkstelligen ter meerdere ere en glorie van de muziek en het Unplugged-optreden van Eric Clapton op MTV levert stof op om deze sporen van zogenaamde “muzikale oprechtheid” (dixit Dirk Pültau in zijn bijdrage over de metamorfosen van het klassieke recital sinds de 19de eeuw) te onderzoeken. Philip Auslander komt in zijn essay Liveness alvast tot de conclusie dat na de authenticiteit ook de simulatie als strategie door het kapitaal is gerecupereerd…
Verder in dit nummer: een tekst van Steven Jacobs over de Duitse fotograaf Andreas Gursky en de tiende aflevering van de strip De Lage Landen: Bonje in Boijmans.
Nieuw!
Omdat wij met onze tijd willen blijven meegaan, kondigen wij hierbij de openstelling van onze website aan. Op de website van de De Witte Raaf vindt u het volledige register, waarvan de verschillende rubrieken bovendien gelinkt werden. Van de inhoudsopgaven van de jongste vijfenveertig nummers kan u klikken naar de auteurs, de monografische essays, de boek- en tentoonstellingsbesprekingen en een omvangrijke lijst met trefwoorden.
Het adres: