nr183
september-oktober 2016

Esthetische opvoeding (2)

Meer dan tweehonderd jaar geleden betoogde Friedrich Schiller dat de kunst de mens moet opvoeden: alleen via esthetische weg kon hij leren omgaan met de vrijheid die zopas (met de Franse Revolutie) in barbarij was ontaard. In de openingstekst van dit nummer betoogt Marc De Kesel dat ook de psychoanalytische theorie van Sigmund Freud en Jacques Lacan als een 'esthetische bildungstheorie' kan worden opgevat. Het vrijheidsstreven van de mens heeft volgens de psychoanalyse geen redelijke grond, zoals Schiller nog gelooft, maar kenmerkt zich door een inherent libidineus karakter. Een universeel opvoedingsproject in schilleriaanse zin is daarmee onmogelijk geworden. Maar precies dat besef geeft de psychoanalyse haar 'opvoedende' waarde, en net als bij Schiller wordt die door de psychoanalyse op 'kunstzinnige' wijze opgevat. Enkel de 'esthetische blik', aldus Freud en Lacan, laat toe een glimp op te vangen van het onbewuste, dat de wetenschap niet inzichtelijk weet te maken. Beiden zien de kunst dan ook als 'kennis', maar dan als 'een kennis die haar tekort – alsook het tekort tout court […] onderkent'. Nu de menswetenschappen steeds vaker uitgaan van een '(objectief) wetenschappelijke paradigma', besluit De Kesel, is een dergelijke diepgaande kennis belangrijker dan ooit. De psychoanalyse (of de kunst) werpt die menswetenschappen meer bepaald de volgende cruciale vraag toe: '[…] of het weten van de menswetenschappen niet per definitie een 'esthetisch' weten is'.

Klaas Tindemans belicht de intellectuele erfenis van een kunstpraktijk die haar opvoedende missie in haar naam draagt: het 'vormingstheater’, dat in Vlaanderen tussen het symbolische jaar 1968 en – ongeveer – 1980 zijn relatieve bloeitijd kende. Tindemans vertrekt van drie bundels die tussen 1979 en 1982 samengesteld werden door de 'werkgroep vormingstheater' van de Vrije Universiteit Brussel, en tracht de doorwerking én de verschillen met recente en hedendaagse vormen van 'opvoedend' en 'politiek' theater op het spoor te komen.

In twee teksten wordt de esthetische opvoeding vanuit een biografisch perspectief benaderd. Bart Meuleman tracht de 'leerervaringen' te reconstrueren die hij opdeed in de klas van Dirk Lauwaert aan het RITCS te Brussel, waar hij in de jaren tachtig studeerde. Hij ontwaart twee 'tweedelingen' in die lessen: Lauwaerts 'doorbloede en beargumenteerde afkeer van het grote geheel' van de moderne maatschappij sloot paradoxaal genoeg niet uit dat hij een 'tactiele, sensuele, soms haast kinderlijke want verwonderde aandacht' aan de dag kon leggen voor de zogenaamde 'producten' (zoals hollywoodfilms) van dat grote geheel. Zijn verschroeiende kritiek op de moderne samenleving ging, ten tweede, gepaard met een sensibele, van humor en plezier doortrokken blik op oudere fenomenen en figuren (bijvoorbeeld de dandy) van diezelfde moderniteit. Een cruciale 'les' die Meuleman aan Lauwaert overhield: 'Niets is te min voor onze belangstelling.' Jan van Adrichem speurt naar de stapstenen van een 'esthetische opvoeding' die in zijn keuze voor een loopbaan als kunsthistoricus uitmondde. Vooral 'oneigenlijke', niet op esthetische vorming gerichte 'leerobjecten' blijken daarbij een rol te hebben gespeeld – zo komt Van Adrichem in zijn queeste onder meer bij de misrituelen in de kerk van zijn geboortedorp terecht.

Ten slotte publiceren we de vijfde aflevering van het gesprek dat Koen Brams & Dirk Pültau voerden met Marc De Cock, oud-voorzitter van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, ditmaal over de laatste zes jaar van zijn voorzitterschap (1989-1995).

ESSAYS

Freud speelt Schiller

Psychoanalyse en/als esthetische bildungstheorie

Marc De Kesel

De dramaturgie van de ongehoorzaamheid

Historisch vormingstheater en politieke theatraliteit vandaag

Klaas Tindemans

1989-1995: een nieuw museum, een nieuwe voorzitter

Interview met Marc De Cock, oud-voorzitter van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst van Gent (deel 5)

Koen Brams, Dirk Pültau

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Manifesta 11, Zürich

Christophe Van Gerrewey

gerlach en koop:

Roosmarijn Hompe

Josef Sudek

Steven Humblet

publicaties


Nieuwe publicaties

Marc Goethals

ENGLISH SUMMARY


→ read more

Marc De Kesel – Freud plays Schiller. Psychoanalysis and/as aesthetic Bildung theory

This essay explains how psychoanalytic theory can be understood as a 'theory of aesthetic education'. De Kesel first considers Immanuel Kant's view on the idea of 'freedom of thought'/'free thinking' advocated by Enlightenment thinkers. On the one hand, Kant had stated that 'free thought' forms the basis for modern science. On the other hand, he had argued that reason can no longer reveal the truth about reality nor about free thought itself, a glimpse of whose essence can only be caught through aesthetic judgment, this being a reflective judgment by which we recognize our own freedom in the aesthetic object. De Kesel then explains how Friedrich Schiller incorporated Kant's discourse on freedom (of thinking) into a theory of Bildung-through-art: through aesthetic/reflexive judgment, art raises man to a state of freedom. According to De Kesel two of the most important thinkers in psychoanalysis, Sigmund Freud and Jacques Lacan, similarly conceive the 'knowledge' of psychoanalysis as an aesthetic knowledge involving reflexive judgments. For both thinkers there is a close and structural relationship between 'psychoanalytic knowledge' and the knowledge that inhabits art.

Sigmund Freud – Immanuel Kant – Jacques Lacan – psychoanalysis – Friedrich Schiller

 

Klaas Tindemans – The dramaturgy of disobedience. Historical consciousness-raising theatre and political theatricality today

This essay reflects on the heritage of historical consciousness-raising theatre in Flanders and compares this type of theatre with contemporary forms of political theatre. Tindemans starts from the research project set up by the so-called ‘werkgroep vormingstheater’ [educational theatre working group] at the Centre for Language and Literature Theory of the Free University of Brussels which resulted in three edited volumes between 1979 and 1982. Three concepts that were central to this historical text collection serve as a guideline for Tindemans' comparative exercise: totality, representation and (the role of) the audience.

consciousness-raising theatre – Marianne Van Kerkhoven – political theatre

 

Bart Meuleman – A serial writer. On Dirk Lauwaert's teaching

In this text Bart Meuleman reflects on the teaching of essayist Dirk Lauwaert at the RITCS (Royal Institute for Theatre, Cinema & Sound, Brussels) during the eighties on the basis of his own experience as a student there. Meuleman identifies two tensions in Lauwaert's teaching: first the paradoxical combination of a devastating critique of modern society with a profound fascination for the richness of 'popular culture' – which is traditionally regarded as a mere symptom of this society; secondly, the combination of this critique of modern society with a sensitivity and enthusiasm for 'older' modern culture (e.g. the 18th-century Encyclopédie, the 19th-century type of the dandy).

art education – Dirk Lauwaert — RITCS, School of Arts, Brussels

 

Jan van Adrichem – On my trajectory in aesthetic education 

In this autobiographical text Jan van Adrichem reflects on his own (aesthetic) education and considers the different stages which led him to his final choice of a career as an art historian.

aesthetic education – art education

 

Koen Brams & Dirk Pültau – 1989-1995: A new museum, a new president. Conversation with Marc De Cock, former president of the ‘Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst’, Ghent (part 5)

This is the fifth episode of a conversation with Marc De Cock, former president of the ‘Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst’ (V.M.H.K.) [Association for the Museum of Contemporary Art] in Ghent, covering the period 1989-1995. The interview first elaborates on the show Artists (from Flanders), which De Cock curated in collaboration with Bart De Baere on the occasion of the Venice Biennial in 1990. The remaining part of the conversation discusses at length De Cock's last six years (1989-1995) as a president of the V.M.H.K., a period characterized by manifold and increasing tensions between this association and the Museum of Contemporary Art of Ghent (now the S.M.A.K.).

Association for the Museum of Contemporary Art (V.M.H.K.), Ghent – Museum of Contemporary Art, Ghent (S.M.A.K.) –– Museum history

← back