nr171
september-oktober 2014

‘Une vie pathétique' – Dirk Lauwaert in de jaren zestig

 

Meer dan twintig jaar – van 1992 tot 2013 – publiceerde Dirk Lauwaert weergaloze teksten in dit blad. In dit nummer gaan we, naar aanleiding van de eerste verjaardag van Dirks overlijden, op zoek naar zijn vroege jaren, toen hij zich vrijwel uitsluitend concentreerde op zijn ‘eerste liefde’ onder de kunsten: de film. Als einddatum kozen we voor het jaar 1970, onder meer uit bescheidenheid jegens zijn imposante oeuvre, maar ook om te beklemtonen dat we de genese van Lauwaerts auteurschap willen vatten. De vroegste tekst die Dirk later voor een van zijn bundels selecteerde, een essay over Louis De Funès, verscheen in Kunst & Cultuur van 7 januari 1971. Omdat zijn auteurschap voor hemzelf toen een nieuwe fase inging?

Bart Meuleman maakte een kroniek over Lauwaerts jeugd, zijn studententijd en zijn eerste jaren als essayist, eerst in het blad Universitas van de Katholieke Universiteit Leuven, waar Lauwaert Politieke en Sociale Wetenschappen studeerde, en vervolgens ook in bladen als Film en televisie en Kunst & Cultuur. Meuleman volgt de ontwikkeling van Lauwaerts denken over film, van zijn passie voor de nieuwe auteurscinema van Godard en Antonioni in het midden van de jaren 60, tot zijn toenemende kritische opstelling tegenover diezelfde avant-garde. Daarnaast is er naar het einde van het decennium een groeiende interesse voor de klassieke (hollywood)film en voor de creatieve inbreng van de acteur.

We (her)publiceren negen teksten van Dirk Lauwaert. De oudste tekst is een typoscript uit zijn persoonlijke archief, dat zich bevindt in het Letterenhuis: Ward Hermans, Jan van Gent – 1 februari 1964. Een cluster van drie teksten uit 1965 illustreert Lauwaerts vroege en verrassend gedragen uiteenzetting met de toenmalige nieuwe cinema (Antonioni, Pasolini en Godard). In een tekst uit 1967 houdt Lauwaert het recente werk van zijn 'jeugdliefde' Ingmar Bergman kritisch tegen het licht. Drie teksten uit 1969 (over actrice Greta Garbo, de Franse en ‘classicistische’ cineast Eric Rohmer en de Amerikaanse hollywoodregisseur Howard Hawks) en een tekst uit 1970 (Filmkunst of cultuurindustrie) illustreren tot slot zijn positie aan het einde van de jaren 60. Daarnaast presenteren we een biliografie van álle teksten die Dirk Lauwaert publiceerde in de tijdschriften waarin hij debuteerde tussen 1965 en 1970.

Dit nummer bevat ook een bijdrage van Ernst van Alphen over de tentoonstelling Le Mur (La Maison Rouge, Parijs) en de tweede aflevering van een reeks gesprekken van Koen Brams & Dirk Pültau met Marc De Cock, oud-voorzitter van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst van Gent.

 

‘Une vie pathétique' – Dirk Lauwaert in de jaren zestig werd gerealiseerd in samenwerking met Bart Meuleman. Met dank aan Leen Boereboom, Eric de Kuyper, Christine Gruwez, Helke Lauwaert, Frans Lefever, Joris Note, Brigitte Raskin, Magda van den Akker, Joannes Van Heddegem en Reinhilde Weyns, en Leen Van Dijck en Jan Robert van het Letterenhuis in Antwerpen.

ESSAYS

Il Deserto Rosso

Dirk Lauwaert

Pasolini

Dirk Lauwaert

Alphaville – Godard

Dirk Lauwaert

Bergman

Dirk Lauwaert

Greta Garbo

Dirk Lauwaert

Howard Hawks

Dirk Lauwaert

De geboorte van het Museum van Hedendaagse Kunst van Gent

Interview met Marc De Cock, oud-voorzitter van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst van Gent

Koen Brams, Dirk Pültau

ENGLISH SUMMARY


→ read more

Dirk Lauwaert – The Early Years (1964-1970)

This dossier explores the early years of writer and critic Dirk Lauwaert (1944-2013), who wrote for De Witte Raaf from 1992 (shortly after Koen Brams became editor-in-chief) until shortly before his death in 2013. In collaboration with Bart Meuleman and on the occasion of the first anniversary of Lauwaert’s decease, De Witte Raaf presents a first exploration of Lauwaert’s early career as a writer from 1964 to 1970, a period in which he almost exclusively concentrated on film. The dossier comprises: a chronical of his youth and early years, written by Bart Meuleman; a collection of nine texts by Lauwaert from these years; and a complete bibliography of the essays Lauwaert published in those magazines where he made his first appearance between 1965 and 1970. The nine texts (in chronological order) are: Ward Hermans – Jan van Gent, 1 februari 1964 (a text on a Flemish conservative writer kept as a typoscript in the Letterenhuis, Antwerp, and probably never published); three texts from 1965 entitled Il Deserto Rosso, Jean-Luc Godard – Alphaville and Pasolini, all published in the magazine Universitas (Leuven); a 1967 essay on Ingmar Bergman published in Film en televisie; three texts on Greta Garbo, Eric Rohmer and Howard Hawks respectively, published in Universitas in 1969; and a 1970 article entitled Filmkunst of cultuurindustie [‘Art Film or Culture Industry’], published in Kunst en cultuur. Both this collection of texts and Meuleman’s chronical underline Lauwaert’s development from a passionate engagement with avant-garde film and nouvelle vague to a more critical stance towards radical avant-garde cinema. This development coincided with a growing belief in the potential of classical (Hollywood) film and in the increasing valorisation of the actor as an author.

Dirk Lauwaert – film

 

Ernst van Alphen – The Disenchantment of Collecting

This text analyses the exhibition Le Mur, recently held in La Maison Rouge, Paris. It begins with comments on Duchamp’s Green Box (1934) and other works in the shape of boxes by this artist. Le Mur itself consisted of a huge number of pieces from the collection of Antoine de Galbert – founder and director of La Maison Rouge – presented along the walls according to a system which was ‘decided’ by a computer. Van Alphen argues that both Duchamp’s ‘boxes’ and Le Mur show us that every collection tends towards pure storage, an amassing of things without any cultural meaning or signification.

Marcel Duchamp – La Maison Rouge, Paris – Antoine de Galbert

  

Koen Brams & Dirk Pültau – The birth of the Museum of Contemporary Art in Ghent. Conversation with Marc De Cock, former president of the ‘Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst’, Ghent

This second episode of a conversation with Marc De Cock, former president of the ‘Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst’ (V.M.H.K.) [Association for the Museum of Contemporary Art] in Ghent, discusses De Cock’s role in the activities of the association from 1965 to 1975. The conversation starts with De Cock’s taking a seat on the Acquisitions Committee of the Museum of Fine Arts in Ghent, where he and other members of the V.M.H.K. argued for the acquisition of works of contemporary art. Under pressure from these members, in 1973 the Acquisitions Committee was split into two committees, one for older and one for contemporary art. Two years later, this move was followed by an even more radical split up of the Museum of Fine Arts into two museums, one for ‘old art’ (in this case pre-1945) and one contemporary.

Marc De Cock – Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst (V.M.H.K.) – Karel Geirlandt (1919-1989) – Kunst na 45 (exhibition with works from the collection of the V.M.H.K. in Abbey Saint Peter, Ghent, 1971) – Cultureel Informatief Centrum (C.I.C.) [‘Cultural Information Centre’, exhibition space V.M.H.K., 1972-1980]

← back